Archief

Natuur en milieu                                                       Zoeken ? ( Cntrl + F )


26 februari 2005

Meningsverschil meldingsplicht milieuongelukken

PARAMARIBO, – Tussen de overheid en de Suriname Aluminum Company, Suralco, heerst een meningsverschil over het melden van milieuongelukken. Dit blijkt uit de nasleep van een diesellekkage. De lekkage deed zich in januari voor, maar de overheid kwam hier pas in februari achter. Suralco zegt zich niet bewust te zijn van wetgeving die melden verplicht stelt.

Maar volgens het ministerie van Arbeid Technologische Ontwikkeling & Milieu, ATM, is er ook zoiets als maatschappelijke verantwoordelijkheid. “Al is de Surinaamse milieuwet nog niet afgekondigd, de multinationale bedrijven worden geacht zich verantwoordelijk en verplicht te voelen om direct te melden als zoiets gebeurt”, zegt minister Marica tegenover de Ware Tijd.

De lek bij de ladingsinstallatie te Paranam ontstond tijdens het vullen van opslagtanks vanuit een olieboot. Volgens Jan Vandenbergh, milieufunctionaris van Suralco, is alleen moedermaatschappij Alcoa in de VS geïnformeerd. Vanwege de eigen ‘strenge milieustandaarden’ is daarna overgegaan tot opruiming. Marica zegt dat er ‘niet weinig dieselolie is gelekt. Er komt een grondig onderzoek. (Waterkant)
 

23 februari 2005

Uitbreiding aantal boswachters

Paramaribo - ‘Binnenkort zal de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) van start gaan met het opleiden van dertig geselecteerde kandidaten’, vertelde Dennis Lemen van de SBB, desgevraagd aan DBS. ‘Na de training van 12 maanden zullen zij aangesteld worden tot boswachters bij de SBB. Eerst volgen zij een theoretisch gedeelte van zes maanden, waarna zij vier maanden met boswachters praktisch zullen werken. Deze trainingen worden in samenwerking met de stichting Natuur Beheer verzorgd.

Door zo een opleiding kunnen de dan aangestelde boswachters beter zorg dragen voor de bescherming van ons bos en milieu. SBB heeft momenteel een boswachterkorps van vijftig man. ‘In de toekomst zullen wij van de SBB ons controle-apparaat verder uitbreiden om te voldoen aan alle verwachtingen van het bosbeheer’, zei Lemen. (DS)
 

Verdere ontbossing leidt tot toename natuurrampen

Paramaribo - De organisatie van Inheemsen in Suriname (OIS) en de Amazone Partij Suriname (APS) hebben verleden week woensdag via de ambassade van Brazilië een petitie aangeboden aan de Braziliaanse president Luiz Inacio da Silva. De voorzitter van OIS, Nardo Aluman, zei desgevraagd aan DBS dat de genoemde organisaties met deze petitie vragen om op heel kort termijn maatregelen te treffen tegen het ontbossingproject in Brazilië van een areaal dat een oppervlakte beslaat, dat vier maal groter is dan Portugal.

Deze oppervlakte is ontbost voor veeteelt en landbouwdoeleinden. Daarnaast is ook 160.000 vierkante kilometer gekapt en onbenut gelaten. ‘Er moeten van de Portugese overheidszijde spoedig maatregelen getroffen worden om deze milieuvervuiling tevens aantasting van het milieu te voorkomen, zoniet te minimaliseren. Want de consequenties van al dit ontbossingproces zijn heel schadelijk voor het milieu. Het Amazonegebied is het grootste tropisch regenwoud ter wereld met de grootste biologische diversiteit. De ontbossing in het Amazonegebied en het Atlantisch regenwoud, vernietiging van de Pantanal, het grootste moerasgebied ter wereld, baat ons als organisatie heel veel zorgen. Het zijn de longen van de wereld.

Die vernietigen zal leiden tot een toename van de natuurrampen in de wereld’, aldus Aluman. De APS en de OIS zijn organisaties die onder andere opkomen voor bescherming van de Amazone groei. OIS is tevens verbonden aan de regionale organisatie van het Amazonegebied ( KOIKA). Deze regionale organisatie is het coördinerend lichaam van organisaties uit negen landen in de regio. Het gaat hierbij om Frans Guyana, Guyana, Suriname, Venezuela, Colombia, Brazilië, Peru, Equador en Bolivia. Het hoofdkantoor is gevestigd in Equador. (DS)


9 februari 2005

Nieuwe bestrijdingsmiddelenwet aangenomen

Paramaribo - Het parlement heeft gisteren met algemene (34) stemmen de ‘Ontwerpwet Bestrijdingsmiddelen’ aangenomen. In zijn dankwoord bracht de minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) Geetapersad Gangaram Panday naar voren dat met de aanname een belangrijke stap is gezet op weg naar implementatie van nieuwe regels die van groot belang zijn voor de voedselveiligheid en bescherming van het milieu.

Geetapersad Gangaram Panday

Hiermee voldoen wij ook aan de internationale eisen, waardoor de export van onze agrarische producten is veilig gesteld. Aanpassing van de Bestrijdingsmiddelenwet van 1972 is noodzakelijk, omdat deze wet gezien moet worden als een belangrijk instrument voor de gewasbescherming en ter bescherming van de consument.

Voor deelname aan het internationaal handelsverkeer is het van belang dat Suriname beschikt over wetgeving die voldoet aan de normen ter veiligstelling van de gezondheid van mens en dier. Tevens moeten de nadelige effecten van bestrijdingsmiddelen op het milieu zoveel mogelijk worden voorkomen. Volgens Gangaram Panday voorzag de bestaande wet niet in de vereiste internationale normen, waardoor de export van landbouwproducten niet gegarandeerd kon worden. Mede in het licht van de internationale ontwikkelingen zijn de resultaten van wetenschappelijke onderzoeken een dringende vereiste om gezondheid van mens en dier veilig te stellen en het milieu te beschermen.

Volgens de bewindsman hoeven wij het wiel niet opnieuw uit te vinden. De Landbouw en Voedselorganisatie van de VN heeft na consultatie met de lidlanden een negatieve lijst samengesteld van actieve stoffen die niet in pesticiden moeten voorkomen. Deze lijst is een minimale vereiste, hetgeen betekent dat de lidlanden de lijst mogen uitbreiden. Met de aanname van deze wet kunnen wij chemicaliën die op de lijst voorkomen, niet meer importeren. Met de aanname van deze wet is volgens Gangaram Panday een goede basis gelegd voor veilige voedselproductie. (DS/Sheila Mijnals)


5 februari 2005

Stropers actief in het Bigi-Pangebied

Nieuw Nickerie - Toeristen en andere personen hebben in de afgelopen dagen tijdens hun bezoek aan het Bigi Pangebied in het district Nickerie geconstateerd dat heel wat stropers actief bezig zijn met illegale praktijken in dat gebied. Volgens de bezoekers wordt daarbij geen rekening gehouden met de regels van de Dienst Lands Bosbeheer, afdeling Natuurbeheer. De zeer actieve stropers schieten ook op beschermde dier- en vogelsoorten.
 

Manodjkoemar Kanhai, jachtopziener van de afdeling Natuurbeheer van het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH), zegt in reactie op deze informatie te weten dat stropers al ongeveer twee maanden bezig zijn illegaal te opereren in het Bigi Pangebied. Als jachtopziener kan hij hiertegen heel weinig doen, omdat de afdeling van het ministerie in het district Nickerie niet goed uitgerust is met materiaal.

 

Op de afdeling in Nickerie zijn drie jachtopzieners werkzaam, maar door gebrek aan een buitenboordmotor kunnen de mensen het gebied niet intrekken om daar de controle uit te oefenen. Vernomen wordt dat de buitenboordmotor enkele maanden terug defect is geraakt en naar Paramaribo is verstuurd voor reparatie. De afdeling in Nickerie beschikt niet over een tweede motor die eventueel ingezet zou kunnen worden om de werkzaamheden voortgang te laten vinden. De motor wordt elk ogenblik terugverwacht uit de stad zegt Kanhai.

De jachtopzieners zetten zich volledig in om het werk in het district op een correcte wijze uit te voeren. Bij controlewerkzaamheden in de ver gelegen gebieden, ondervinden de jachtopzieners problemen  vanwege  gebrek aan vervoer. De afdeling in Nickerie beschikt wel over een bromfiets, maar heeft geen auto. Om het werk op een adequate manier uit te voeren is daarbij een goed vervoermiddel vereist zegt Kanhai.

 

Wat de situatie bij de monding van de Nickerie- en Corantijnrivier betreft, is de zaak daar onder controle. Deze lokatie is niet ver gelegen van het centrum van Nieuw-Nickerie en is makkelijk bereikbaar voor de jachtopzieners. Niet lang terug werden  op deze lokatie enkele stropers betrapt met in hun bezit beschermde vogelsoorten. Ook werden twee jachtgeweren in beslaggenomen. (dWT/Beta Debidien)


2 februari 2005

RO met actieplan bij ontwikkeling van het kind in Sipaliwini

Paramaribo - In het laatste kwartaal van 2004 is door het ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO) een consultant aangesteld om een onderzoek te doen naar de leefsituatie van kinderen in het district Sipaliwini. In het kader van de decentralisatie van het bestuur alsmede gelet op het gevoerde kinderbeleid en planning, was dit onderzoek voor het ministerie van eminent belang. Dit onderzoek werd gefinancierd door de UNICEF en werd gisteren gepresenteerd door de consultant Henna Guicherit.

Het voornaamste doel van dit onderzoek is dat dit moet resulteren in de totstandkoming van een actieplan om de leefsituatie van vrouwen en kinderen in het district te verbeteren, zegt Guicherit. In alle 6 ressorten en wel 51 dorpen is er onderzoek gedaan tegen de achtergrond van het Kinderrechtenverdrag. Aan de orde is gekomen: het district Sipaliwini in zijn algemeenheid, de voeding en gezondheid, onderwijs en kwetsbare kinderen in het district. Sipaliwini is het grootste en het dunst bevolkte district waar het overgrote deel marrons en inheemsen in stamverband leven.

Dit district is kinderrijk en ook rijk aan flora en fauna en heeft een scala aan natuurlijke hulpbronnen. De vele problemen die overigens ook bij beleidsmakers bekend zijn, zijn van uiteenlopende aard. Zo is geconstateerd dat het schort aan officiële rechtstitels op gronden. Er is gebrek aan overleg met de overheid en geen toegang tot communicatie en media. Door de hoge kosten van transport is de bereikbaarheid van de gebieden moeilijk en leidt dat tot isolement.

Voorts is er ook een gebrekkige infrastructuur. Ook heeft het district te kampen met vervuiling van het milieu waarbij mogelijk ook sprake is van verstoring van het ecologisch evenwicht. Er is een gebrek aan betaalde arbeidsplaatsen en afzetmarkten waardoor de uitmigratie plaatsvindt. Er is een grote groep analfabeten en ongeschoolde dorpelingen en er is sprake van een genderarbeidsverdeling. Ten aanzien van het onderwijs kan gesteld worden dat er een gebrek is aan leermiddelen.

Vele leerplichtigen gaan niet naar school en er is een groot aantal zittenblijvers en drop-outs. Kinderen gaan op late leeftijd naar school en kleuteren meestal niet. Er is onvoldoende veilig transport voor leerlingen en een gebrek aan gekwalificeerde leerkrachten. De schooltaal versus de thuistaal is een van de vele problemen waarmee leerlingen zitten en het leerproces verloopt traag waarbij er sprake is van een laag rendement.

Er is geen voortgezet en beroepsonderwijs en een gebrek aan adequate betaalbare opvang en begeleiding van scholieren in Paramaribo. Vervreemding van de eigen samenleving en cultuur treedt op en jonge ouders hebben onvoldoende tijd voor de opvoeding en vorming van hun kinderen.

Onder de groep kwetsbare kinderen, onder meer kinderen met een handicap blijkt dat in het Tapanahony- en Boven-Surinamegebied kinderen met een verstandelijk handicap het meest voorkomen. Gehandicapten zijn niet in staat een bevredigend en volwaardig en behoorlijk leven te leiden, welke zelfstandigheid en actieve participatie bevordert.

Ook is bij het beoordelen vanuit het onderzoek naar voren gekomen dat er geen bescherming is tegen misbruik en verwaarlozing van kinderen en geen beschermende maatregelen tegen illegaal gebruik van verdovende middelen en seksuele exploitatie. Met betrekking tot de gezondheidszorg, zegt Guicherit dat er wel een goede medisch netwerk bestaat. Met een netwerk van ruim 37 polis of hulppoli is de gezondheidszorg wel toegankelijk en bereikbaar.

Er is sprake van intergratie van de traditionele als de moderne geneeskunst. De malariabestrijding met behulp van een Crashprogramma heeft vruchten afgeworpen. Men kampt nog steeds met veilig drinkwater, terwijl er veel meer seksvoorlichting gewenst is in het district. Met deze workshop zal er een bijdrage worden geleverd om te komen tot een actieplan van het ministerie van RO dat op kort, midden en langtermijn zal worden uitgevoerd. (DS/Humphrey Dundas)

 

 

TOP