Archief Zoeken ? ( Cntrl + F )
Natuur en milieu
31 maart 2005Surinaamse jongeren bekwamen zich voor ontwikkeling Amazonegebied
Paramaribo - Gisteren heeft de voorzitter van de inheemsen organisatie in Suriname, Ronald Aloema, certificaten uitgereikt aan twee studenten, Grace Watamaleo en Anja Mercuur, die hun studie hebben afgerond in Quito, Equador, en een student, Walther Parra, die zijn studie in Geneve heeft voltooid. De studie die ongeveer acht maanden heeft geduurd, vond plaats in het kader van het behoud en de bescherming van het Amazonegebied.
In samenwerking met negen landen die deel uitmaken van het Amazonegebied en zijn verenigd in de organisatie COICA, zullen de problemen die heersen in het Amazonegebied, aangepakt worden. ‘Dit is geen onbegonnen werk’, benadrukte Aloema. In de COICA zijn vertegenwoordigers van inheemse organisaties van Suriname, Guyana, Frans Guyana, Venezuela, Colombia, Peru, Brazilië, Bolivia en Equador vertegenwoordigd. Deze organisatie richt zich meer dan twintig jaar op de problemen van het Amazonegebied.
Hierover is er een boek opgesteld met de grote problemen waaraan de inheemsen worden blootgesteld in het Amazonegebied. Het punt dat volgens de COICA prioriteit geniet, is het onderwijs. Het onderwijs wordt gezien als de basis naar ontwikkeling. Op grond hiervan worden de landen die deel uitmaken van de COICA in de gelegenheid gesteld, elk jaar twee studenten af te vaardigen die verder worden bekwaamd aan de Universiteit van Quito in Equador. Deze studie duurt ongeveer acht maanden en richt zich vooral op het helpen oplossen van de problemen waarmee de inheemsen van het Amazonegebied geconfronteerd worden.
Vanaf volgend jaar zal er nog een studiefaciliteit worden gecreëerd die studenten opleidt tot een Mastergraad. Een vereiste hierbij is dat de betreffende student reeds de titel Bachelor in Science moet hebben behaald. De studenten Anja Mercuur en Grace Watamaleo zijn de eerste studenten uit Suriname die zijn afgestudeerd aan de Universiteit van Equador. De studie van Grace Watamaleo behelsde de grondrechtenproblematiek waarmee de inheemsen worden geconfronteerd en de studie van Anja Mercuur behelsde de mijnbouwactiviteiten die ontplooid worden in het Amazonegebied.
Walther Parra heeft zich verdiept in de ILO conventie 169. Grace Watamaleo gaf in haar korte toespraak aan de bewustwording die bij de inheemse bevolking op gang moet komen. Ook benadrukte zij de grondenrechtenproblematiek van de inheemsen waarbij er concessies verstrekt worden aan multinationals. Zij pleitte tevens voor erkenning van de grondenrechten van de inheemsen. Walther Parra, ging in op het niveau van het onderwijs in Suriname dat vrij hoog staat. Als dankbetuiging voor de realisering van de versterking en ontwikkeling van het Amazonegebied mocht Ronald Aloema van de COICA een certificaat in ontvangst nemen. (DS/Asha Bhagwat)Scholencomplex Heilige Familie ruimt tien trucks vuil
30 maart 2005
Paramaribo - Leerlingen van het scholencomplex Heilige Familie te Zorg en Hoop hebben gisteren een schoonmaakactie gehouden. De schoolkinderen ruimden onder meer op rondom de scholen en de magazijnen. In totaal hebben ongeveer honderd scholieren meegeholpen.
Ook ouders en een twintigtal leerkrachten waren bereid om een handje mee te helpen. De actie valt samen met een totale renovatie van het complex.Het initiatief voor de renovatie komt van de Parochieraad van de Heilige Familie Parochie en de schoolleiders van Het Maria Hofje, de St. Bernadetteschool, de Tomas van Aquinoschool, de Christus Koningschool en de St. Paschalischool. Ongeveer veertig kleuters hielpen onder leiding van hun ouders.
De vijf scholen hebben samen wel tien trucks vuil geruimd. Twee aannemersbedrijven, ouders en de Parochieraad hadden vrijwillig de trucks ter beschikking gesteld. "De kinderen waren enthousiast en hebben veel werk verricht", vertelt Benito Chin Ten Fung, voorzitter van de Parochieraad van de Heilige Familie Parochie. Al het vuil is op één dag weggehaald.
Albinezen klagen over afvalberg
Binnen twee weken starten de renovatiewerkzaamheden en dan ligt het vuil niet in de weg voor de aannemers. Na de paasvakantie zullen de werkzaamheden voorgezet worden. In oktober van dit jaar moet het hele scholencomplex vernieuwd zijn. (dWT/Elise Janssens)
Paramaribo - Albinezen klagen steen en been over het zwerfafval in het centrum en aan de waterkant. Tevens zijn ze niet te spreken over de onregelmatige vuilophaal en de grote chaos bij de vuilstortplaats langs de Oost-Westverbinding.
Smokkel van papegaaien vanuit Suriname
Volgens een topfunctionaris van het Ministerie van Regionale Ontwikkeling (RO) zijn er al twee grote interventies ondernomen om het afvalprobleem op te lossen, maar tot nu toe zonder resultaat. De Bestuursdienst typeert de situatie als "één van overmacht". Het ontbreekt de dienst aan een dumper pick-up om het vuil te kunnen afvoeren.
In het weekend ontstaat er extra veel zwerfafval in het centrum. Echter werken de medewerkers van de dienst Milieubeheer alleen van maandag tot en met vrijdag. De grote chaos bij de vuilstortplaats is volgens de bestuursdienst mede ontstaan door een gebrek aan controle op particulieren, die afval zomaar langs de weg en in de buurt van de vuilstortplaats dumpen. BHP Billiton is om medewerking gevraagd voor het schoonschuiven en openstoten van de vuilstortplaats. De bauxietmaatschappij heeft reeds drie maanden geleden een toezegging gedaan, maar deze is nog niet in daden omgezet. De directie van BHP Biliton was niet bereikbaar voor een reactie.
Aannemer Jagdie Durga, momenteel bezig in Albina met het ophalen van lozingen en trenzen, zegt ook te willen meewerken aan het opruimen van de vuilstortplaats. Hij wil dit belangenloos doen, maar vraagt wel de benodigde brandstof die nodig is om de machines te laten draaien. RO-minister Romeo van Russel heeft naar zijn zeggen bij zijn bezoek aan Albina op 18 februari instructies gegeven om het probleem rondom de vuilstortplaats snel op te lossen. Een maand later is er nog geen verandering waargenomen. Onderdeel van de oplossing ziet de bewindsman in het plaatsen van een wachter bij de stortplaats.
DWT heeft de bewindsman niet kunnen bereiken voor een reactie rondom de stagnatie van de geboden oplossing. Districtscommissaris Raymond Landburg heeft reeds een jaar geleden bij het Fonds Ontwikkeling Binnenland (FOB) een project ingediend dat moet voorzien in de aanschaf van een Bacho loader, een tractor en een dumping truck. De totale opgebrachte kosten liggen op 140.000 euro.
Een delegatie van het Ministerie van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu (ATM) heeft tijdens een werkbezoek aan het district toegezegd de aanvraag van Landburg nogmaals onder de aandacht te brengen van het FOB. Daarnaast wil zij ook helpen zoeken naar andere donateurs die het probleem kunnen oplossen. Haidy Aroma, medewerkster van de afdeling Milieu van ATM, geeft echter aan dat het departement vooral beleidsmatig bezig is en niet met de uitvoering. (dWT/Hugo Den Boer)
17 maart 2005
Paramaribo - Uit onderzoek van vogeldeskundige Otte Ottema van de Stichting Natuurbehoud Suriname (Stinasu) is gebleken dat er smokkel plaatsvindt van papegaai-vogels.
De studie werd uitgevoerd voor het duurzaam behoud van deze vogelsoort en regelen van de export. Het Word Wild Life Fund (WWF) gaf een ondersteuning van 10.000 US dollar voor dit initiatief. Dit staat in een persbericht van Stinasu.
De resultaten van het onderzoek werden vorige week gepresenteerd in een workshop ‘Population Assessment on Psittacines in North West Suriname' in het Stinasu gebouw aan de Cornelis Jongbawstraat. Organisatoren van deze bijeenkomst waren Stinasu, de afdeling Natuurbeheer van de dienst Lands Bosbeheer en de WWF. In een persbericht geeft Stinasu aan dat de studie van mei tot en met oktober vorig jaar is uitgevoerd onder de naam ‘Baseline population of Psittacines in Suriname'.
In Suriname is het fenomeen ontstaan dat vogels, en ook papegaaien, worden geoogst uit het wild met behulp van geweren of vallen. De studie heeft uitgewezen dat het land met buurlanden zal moeten samenwerken om te komen tot een exportquota daar er een gestage smokkel tussen de Guyana's plaatsvindt van onder ander de blauwgele raven.Sectie Beheer van de afdeling Natuurbeheer zal dan ook beter uitgerust moeten worden om de controle activiteiten in het veld uit te voeren. Daarnaast zal de afdeling frequent in contact moeten staan met dierenexporteurs en andere instituten die betrokken zijn bij het wildlife management om eventuele problemen van de papegaaien vangst en export tijdig te kunnen ontdekken. Genoemd zijn de universiteit van Suriname en de natuurbeschermingscommissie.
Ottema gaf verder aan dat gezocht zal moeten worden naar geschikte methoden om betrouwbare data over papegaai-achtigen te vergaren. Voldoende gegevens zullen pas beschikbaar zijn als onderzoek wordt verricht in opeenvolgende jaren. De ondezoeken zullen bijdragen aan het verbeteren van de jaarlijkse evaluatie over het beheer van papegaai-achtigen, zodat de soorten behouden kunnen worden.Het onderzoek van de deskundige heeft zich beperkt tot enkele maanden vanwege de schaars beschikbare middelen. Aan de workshop participeerden vorige week vrijdag leden van de Natuurbeschermingscommissie, dierenexporteurs, de Visserijdienst, de Nationale Zoölogische Collectie, Natin-studenten, Conservation International Suriname , de Geologische Mijnbouwkundige dienst, Stinasu en Natuurbehoud-personeel.
(dWT) Milieu-problemen Venezuela en Suriname nagenoeg gelijk
12 maart 2005Paramaribo - Tijdens het bezoek gisteren van Venezolaanse delegatieleden van het Amazone Parlement aan assemblee-voorzitter Ramdien Sardjoe werd duidelijk dat milieu- problemen waarmee Suriname te kampen heeft, nagenoeg gelijk zijn aan die van landen in zijn omgeving.
Lid van het Amazone Parlement-Venezuela, tevens lid van de Permanente Commissie Energie en Mijnbouw van de Venezolaanse nationale assemblee, Adel El Zabayar Samara, laat weten dat door mijnbouwactiviteiten van multinationals in Venezuela, in de laatste jaren, zo een zeventig kleine rivieren totaal zijn opgedroogd.
El Zabayar Samara: "Deze rivieren komen uit op vier stuwmeren. De bijbehorende stuwdammen hebben een totale waarde van tweeëntwintig miljoen US dollar. De opwekking van elektriciteit uit deze stuwmeren, zorgt voor vijfenzestig procent van de energie-voorziening in Venezuela. Door het opdrogen van de rivieren was de energievoorziening in Venezuela daarom in gevaar. Om eerlijk te zeggen hebben we in Venezuela een zeer moeilijke periode achter de rug."Naast de opdroging van rivieren door mijnbouw-activiteiten, heeft Venezuela ook te maken met bodem- en voedselverontreiniging en ongecontroleerde ontbossing door illegale houtkap. Daarnaast is er ook sprake van gevaar voor de mensheid, daar drinkwater verontreinigd raakt en leefgebieden verstoord worden.
Delegatieleider Luis Augusto Acuño Cedeño, naast vice-voorzitter van het Amazone Parlement voor Venezuela, is tevens lid van de Permanente Commissie voor Onderwijs, Cultures, Sport en Recreatie van de Venezolaanse nationale assemblee, roept op tot een gezamenlijke ontwikkelingsstrategie voor het Amazonegebied. Acuño Cedeño "Als we praten over het Amazonegebied, gaat het om één regio. De problemen in de regio vragen om een integrale aanpak en Suriname moet participeren in de besluitvorming hieromtrent. Net als de andere zeven leden van het Amazone Parlement."
Assemblee-voorzitter Ramdien Sardjoe vindt dat Suriname vanwege verminderde regens en een lage waterstand in het Afobaka stuwmeer, te kampen had met een energie-tekort. Ook zei Sardjoe in te stemmen met de oproep van de Venezolanen voor het nemen van specifieke maatregelen voor behoud van het woon- en leefgebied van autochtone bewoners in het Amazonegebied.
Delegatielid Nelson Ventura, tevens lid van de Venezolaanse nationale assemblee en parlementslid van het district Amazonas, legt uit dat zijn land reeds begonnen is met het vinden van een antwoord op de verschillende milieudreigingen. Ventura: "Eén van de belangrijkste speerpunten van het Venezolaans parlement is bescherming van het milieu. De laatste jaren zijn nogal wat milieu-wetten aangenomen. Waar we mee bezig zijn, en waarom we dus ook in Suriname zijn, is om op milieugebied als voorbeeld te dienen voor Latijns-Amerika. Er moet iemand zijn die de noodklok slaat. Zoals het nu gaat, kan het niet langer."
De Venezolaanse initiatiefgroep benadrukte tijdens de besprekingen met Sardjoe en tijdens de eveneens gister gehouden persconferentie dat soevereiniteit belangrijk is. Ontwikkelde landen moeten zich niet bemoeien met interne milieu-aangelegenheden. Acuño Cedeño: "We hebben er moeite mee dat het internationaal wordt gesteld dat het Amazone Oerwoud de hele wereld toebehoort. De Amazone is van ons. Alleen Suriname heeft te beslissen over zijn eigen oerwoud." (dWT/Nancy De Randamie)
11 maart 2005
Wetgeving bescherming natuurlijke functies beheersgebiedenParamaribo - Het Ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen heeft begin deze maand richtlijnen vastgesteld voor de uitgifte en gebruik van domeingrond in beheersgebieden die liggen aan waterwegen.
Het gaat om areaal in het Bigi Pangebied in het district Nickerie, Noord- Coronie-, Noord-Saramacca en Noord-Commewijne/Marowijne beheersgebied. Met de afkondiging van deze regelgeving moeten de natuurlijke functies van deze ‘eustuariene' plaatsen worden beschermd. Deze gebieden zijn belangrijk voor de kust- en oeverbescherming, bodem- en waterhuishouding en als broed- en voedselgebied voor onder meer vissen, garnalen en vogels.
De ‘Beschikking Richtlijnen Gronduitgifte Eustuariene Beheersgebieden 2005' werd per beschikking van NH-minister Franco Demon op 15 februari ingesteld en is 2 maart uitgegeven. Hiermee is bepaald dat bij de uitgifte van domeingrond in deze regio's, een strook van 500 meter vrij domeingrond aan weerszijden van grote kreken niet beschikbaar is. Deze strook is bestemd als schermbos of speciaal bescherm bos, zoals verder uitgeweid in de wet Bosbeheer.Nadrukkelijk is gesteld dat het onttrekken van water uit deze eustuariene zwampen verboden is evenals het lozen van water met chemicaliën. In bijzondere gevallen kan worden afgeweken van de richtlijnen, maar hierover zullen in voorkomende gevallen, de topfunctionarissen van de Dienst Lands Bosbeheer, Grondinspectie en Dienst Domeinen en de districtscommissaris beslissen.
Maatregelen
Voor Bigi Pan geldt dat langs de rechteroever van de Nickerierivier tussen de brug van Klein Henar en de monding van het Jamaerkanaal tot een diepte van 1.500 meter wel uitgegeven kan worden. Niet beschikbaar in Noord-Coronie is het noordelijk deel van de Oost-West verbinding vanaf Ingikondre tot en met Burnside, het zuiden van deze hoofdweg vanaf de Copenamerivier tot kilometer 99 en de ritsenbundel van deze rivier tot en met Burnside.
Voor uitgifte staat wel open 400 meter noordelijk van de Oost-West verbinding tussen de Coppenamerivier en Ingikronde, maar wel onder de bijzondere voorwaarde dat dit niet voor rijstcultuur mag worden gebruikt. Eveneens is beschikbaar grond tot 500 meter diepte ten zuiden van de hoofdweg vanaf kilometer 99 tot Ingikondre onder de strikte conditie dat geen rijst mag worden verbouwd.
In beheersgebied Noord-Saramacca wordt het areaal beschermd dat ligt aan de linkeroever van de Saramaccarivier vanaf plantage Carl Francois tot aan de oostgrens Concordia, dus tussen de rivier en de hoofdweg. Open staat de districtsgrens Wanica-Saramacca tot aan de noord- zuidlijn over Monkshoop, van de hoofdweg tot de zogenaamde rode lijn in noordelijke richting, maar wel onder voorwaarde dat de lozing in de Saramaccarivier plaatsvindt. Van de plantages Monkshoop tot Hildesheim, vanaf Boskamp tot de westgrens van Caledonia tot een diepte van een kilometer zijn vrij voor toewijzing.
Voor Oost-Suriname is voor het Noord-Commewijne/Marowijne beheersgebied bepaald dat deze wel uitgegeven worden, en wel het areaal tussen de Jonkermanskreek die uitmondt in de Surinamerivier en het Matapicakanaal dat de Matapicakreek verbindt met de Atlantische oceaan. Ook het gebied tussen het Matapicakanaal en de Motkreek die uitmondt op de Cotticarivier staat open. (dWT/Fenny Zandgrond)Klimaatverandering kan Suriname 110.4 miljard US$ kosten
5 maart 2005
dWT - Werner Simons
Paramaribo - Als alles gewoon zo blijft, zullen de gevolgen van klimaatverandering Suriname 80.000 US dollar kosten. Verandert er iets, dan wordt deze rekening opeens 110.4 miljard US dollar. Klimaatverandering, voornamelijk veroorzaakt door de uitstoot van broeikasgassen, kan negatieve effecten hebben op de toekomstige economische, sociale en milieu-ontwikkeling van Suriname.
Nu al wordt het land beïnvloed door gevolgen van deze verandering. De uitstoot van broeikasgassen is in Suriname echter nog niet groot en wordt voornamelijk voortgebracht door de opwekking van elektriciteit en de transportsector.
Dit verklaarde minister Clifford Marica van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu (ATM) gisteren op zijn kabinet bij de installatie van de Klimaatcommissie Suriname. Deze werkgroep is voor de komende twee jaren aangesteld als een uitvloeisel van Suriname's ratificatie van de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) op 14 oktober 1997.Marica gaf te kennen dat Suriname zich bewust is van de dreiging van klimaatverandering in de wereld, onder andere door de versnelde opwarming van de aarde en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor het leven op aarde. Sinds de industriële revolutie van de negentiende eeuw tot op heden is de aardetemperatuur door menselijk handelen met meer dan tien procent toegenomen.
SURALCO-directeur geeft details over olie-spill
Suriname met een laaggelegen kustgebied waarin zich belangrijke natuurlijke hulpbronnen bevinden en waar zich eveneens belangrijke ontwikkelingsproductie voltrekt, is bovendien extra kwetsbaar wanneer de gevolgen van klimaatverandering manifest zullen zijn, zoals stijging van de zeespiegel. Volgens de bewindsman is Suriname vast van plan een bijdrage te leveren bij deze climate change. Bijvoorbeeld door de initiëring en ondersteuning van milieuvriendelijke ontwikkeling productieprojecten. Vandaar de ratificatie van het Klimaatveranderingsverdrag van de VN en de installatie van de Klimaatcommissie Suriname.
De commissie onder voorzitterschap van drs. Margret Kerkhoffs-Zerp moet onder andere klimaatstudies verrichten, analyses maken, klimaatveranderingen monitoren, jaarlijkse klimaatrapporten maken en het bewustzijn van de Surinaamse bevolking vergroten op klimaatverandering en haar gevolgen. De werkzaamheden van de werkgroep zullen gefinancierd worden uit het Nederland Klimaatverandering Assistentie programma Tweede Fase (180.000 euro) en het Verenigde Naties Ontwikkelingsprogramma, de UNDP (First NationalCommunication Response to UNFCCC).
Ter verbreding van het draagvlak en de versterking van de expertise, zijn de commissieleden gekozen uit de diverse sectoren die direct betrokken zijn bij klimaatverandering. In de werkgroep hebben verder zitting: ir. C. Becker van Openbare Werken (de Meteorologische Dienst), ing. H. Blom van Natuurlijke Hulpbronnen, ing. A Kartoredjo van Landbouw, Veeteelt en Vissering, dhr. S Dankerlui van Handel en Industrie, dhr. R. Nurmohamed van de universiteit, mr. N del Prado van het Nationaal Instituut voor Milieuontwikkeling in Suriname, drs. R. Ramautar Vereniging Surinaams Bedrijfsleven en dr. M. Silos names de NGO's. (dWT/door Carla Tuinfort)
Paramaribo - De Milieu Raamwet van Suriname is nog steeds in de screeningfase. Zo meldde minister Clifford Marica van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM) gisteren aan dWT naar aanleiding van de kwestie dieselolie spill bij de SURALCO.
De details van deze spill (lekkage), die plaatsvond in de nacht van 26 op 27 januari 2005, bij het lossen van een olieboot aan de SURALCO-dok, werden afgelopen donderdag door SURALCO's managing director Warren Pedersen uiteengezet voor de milieuminister.Een olieschip dat 3.300 barrels dieselolie moest leveren, kwam met 5.900 barrels aan. Het los personeel dat de tanks van 5.000 barrels – waar de olie in moest worden gelost – in de gaten moest houden, checkte deze slechts eenmaal die nacht, terwijl deze reeds vol waren. Hierdoor is een hoeveelheid van 1.100 barrels dieselolie overgelopen. De normale opvangbak rondom de olietank is tien procent, maar bij de spill-tank in kwestie is deze vijftig procent van de inhoud, zodat maar weinig dieselolie in het milieu terecht is gekomen. De logistieke olie los- en opslagfaciliteiten van de SURALCO zijn nog in tact.
Bij de meeting tussen Pedersen en Marica waren verder aanwezig vertegenwoordigers van de Maritieme Autoriteit Suriname (MAS), het Bauxiet Instituut Suriname (BIS), het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (NIMOS) en van ATM. Eerder had de environmental, health & safety manager Jan Vandenbergh van de SURALCO aan de krant te kennen gegeven zich niet bewust te zijn van een wettelijke meldingsplicht van oil spill bij de SURALCO of op SURALCO-concessieterrein. Marica zei aan de pers dat de rapportage van de bauxietmaatschappij over deze dieselolie spill niet verschilde met die van het NIMOS dat deze moest onderzoeken.
De MAS onderzoekt of er ergens op de rivier nog olie te zien is van de barrel van de ongeveer 159 liters die door een defecte afsluitklep olie spilde in de rivier bij het opschonen. Het los personeel is disciplinair gestraft en er zijn maatregelen genomen om toekomstige spills te voorkomen. Marica heeft ook afspraken gemaakt met de SURALCO om in de toekomst spills en andere milieu-calamiteiten op hun concessie wel direct aan de Surinaamse autoriteiten te melden, ondanks het ontbreken van een Milieuwet die hen daartoe verplicht. Het feit dat de screening van de Milieu Raamwet zo lang duurt, komt volgens Marica omdat het heel veel werk is en omdat de wet nu in twee delen gesplitst is.
Eén deel handelt over het Milieumanagement, en het andere deel over de Milieu Autoriteit, die in de raamwet wordt aangegeven als noodzakelijk om in het leven te worden geroepen. "De screening van het deel over de Milieu Autoriteit is reeds klaar, en het wachten is op dat deel van het Milieumanagement", zegt de bewindsman, "zodat beide delen door hem in Raad van Ministers kunnen worden gepresenteerd." (dWT/door Carla Tuinfort)4 maart 2005
Taakgroep Management Pesticiden brengt advies uit aan dc Ramnewash
NIEUW NICKERIE - De taakgroep Management Pesticiden Nickerie heeft gisteren advies gebracht aan districtscommissaris (dc) Hein Ramnewash. De groep die bijeen kwam in de werkkamer van de gewestelijke politiecommandant Elfriet Metroos, bestond uit vertegenwoordigers van een aantal organisaties in het district.
"De samenstelling van deze groep was nootzakelijk nadat uit onderzoek van Stichting Welzijn instituut Nickerie (WiN) was gebleken dat bij meer dan de helft van het aantal suïcidepogingen in Nickerie gebruik werd gemaakt van landbouwgif", zegt lid dr Tobi Graafsma.Volgens hem heeft de taakgroep een aantal belangrijke maatregelen geadviseerd namelijk het op gang brengen van een realistische voorlichting over de werking, de gevaren, en een veiliger beheer van pesticiden. Daarnaast vindt de groep dat er een nauwkeuriger vergunningenbeleid komt voor verkopers en een geregelde nascholing voor verkopers van pesticiden. Verder is ook geadviseerd om een verbod te leggen op het verkopen en het toepassen van pesticiden aan personen beneden achttien jaar. Er moet een registratieplicht worden ingesteld bij de verkoop van een aantal zeer gevaarlijke pesticiden en dat de mensen verplicht worden pesticiden te bewaren in veilige, stevige en met een slot afgesloten ruimten (trommels of kasten).
De groep heeft geadviseerd dat er in Nickerie een Pesticide Control Unit (PCU) in het leven wordt geroepen die controle gaat uitoefenen op de naleving van de regels. De PCU wordt aangestuurd door het Korps Politie Suriname te Nickerie. De werkgroep zegt te beseffen dat met al deze maatregelen het suïcidecijfer niet drastisch zal dalen, al verwacht zij wel een mild en gunstig effect. Bovendien kan dit beleid, mits gedragen door de hele bevolking, er toe bijdragen dat in het algemeen de veiligheid in de omgang met pesticiden sterk verbetert.
In de aanbevelingsnota schrijft de taakgroep dat suïcidepogingen veelal impulsief worden gedaan. "Mensen in wanhoop beseffen vaak niet dat er werkelijk hulp mogelijk en beschikbaar is." Nickerie bouwt aan een systeem van counselors op wie in tijden van nood een beroep kan worden gedaan. De groep geeft verder aan te beseffen dat er vele maatregelen op een aantal gebieden nodig zullen zijn, waaronder gezondheidsvoorlichting, het opzetten van een crisiscentrum en het beschikbaar en bereikbaar maken van hulpverlening.
Bij de werkgroep bestond de indruk dat de omgang met pesticiden in het algemeen veel zorgvuldiger zou kunnen zijn. Suriname voert jaarlijks ruim 700.000 liter pesticiden in. "Het is niet precies bekend hoeveel daarvan in het district wordt gebruikt", zegt Graafsma. Het gebruik van pesticiden wekt wereldwijd bezorgdheid. Hij merkte op dat in de Derde Wereldlanden nog steeds enorm veel giftige pesticiden worden gebruikt in de landbouw. Het buurland Brazilië schat dat er in dat land jaarlijks 5.000 doden vallen ten gevolge van bewust of onbewust onzorgvuldig gebruik van pesticiden. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat er jaarlijks 25 miljoen mensen ziek worden als gevolg van het werken met pesticiden. (dWT/Beta Debidien)
3 maart 2005Illegale eierenrapers trekken zich terug uit reservaat
Paramaribo - Gisteren heeft in het dorp Galibi een bespreking plaatsgevonden tussen de Stichting Natuurbehoud Suriname (Stinasu) en de Stichting Duurzaam Natuurbehoud Aloesiaka (Stidunal). Stichting Stidunal is gevestigd te Galibi. Het doel van de bespreking was om mede te helpen aan het behoud van de biodiversiteit van schildpadden in het dorp.
Uit respect daarvoor hebben ongeveer dertig bewoners van Galibi die zich schuldig maakten aan het illegaal verkopen van de krapé-eieren, zich teruggetrokken uit het Galibi reservaat. Deze eieren werden door hen verkocht in Albina. Ze gaven tevens aan zich teruggetrokken te hebben voor de morele ondersteuning van het dorpsbestuur. Hierbij hebben zij als bewoners van het dorp een aantal eisen gesteld aan het dorpsbestuur.
Ze zitten nu zonder een maandelijkse vaste inkomen. Op grond daarvan hebben zij gevraagd betrokken te worden bij de werkzaamheden in het reservaat in het komende seizoen. Ook willen zij in aanmerking komen voor een baan als gids. Zij beweren diverse trainingen te hebben gevolgd om hun werkzaamheden als gids naar behoren uit te voeren. Zij merken hierbij op beter bekend te zijn met de omgeving dan de bewoners die uit Paramaribo worden gehaald om als gids te fungeren.
Deze personen deelden tevens mee, dat het kostenbesparend zal zijn voor de stichting wanneer zij die in het dorp verblijven, in aanmerking komen voor de baan als gids. In verband met het komende krapé seizoen zullen de bewoners van Galibi niet op zee gaan voor de visvangst, omdat er schildpadden komen op het strand om hun eieren te leggen en omdat de zee in die periode extra onstuimig is. (DS/Asha Bhagwat)
CSNR krijgt wetenschappelijk onderzoeksstation
Paramaribo - In het Centraal Suriname Natuur Reservaat (CSNR) zal in april een wetenschappelijk onderzoekstation worden opgezet nabij de Raleighvallen.
Op het onderzoekstation zal voor een periode van tien jaar data worden verzameld op het gebied van de biodiversiteit van het CSNR. De data zal worden opgeslagen in een centrale databank in Suriname die voor het publiek toegankelijk zal zijn. De onderzoeksgegevens zullen Suriname in staat stellen om afwijkingen van het normale tijdig waar te nemen, zodat de nodige gerichte acties kunnen worden genomen.
Dinsdag is hiervoor een overeenkomst tussen Conservation International Suriname (CI- Suriname), de Stichting Natuurbehoud Suriname (STINASU) en de Anton de Kom Universiteit van Suriname (ADEKUS) gesloten. Het doel van de overeenkomst is het operationeel maken van een goed ingericht en goed functionerend onderzoekstation ten behoeve van onderzoek in het CSNR. Het Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek in Suriname (CELOS) is verantwoordelijk voor de projectcoördinatie. Dit vertelt Haydie Berrenstein, coördinator Onderwijs en Wetenschappen van CI-Suriname, aan dWT.
Voorts moet de overeenkomst leiden tot verdere versterking van de samenwerking tussen de drie genoemde instituten. Het project valt samen met Tropical Ecology Assessment and Monitoring Initiative van CI, een project waarbij de tropische biodiversiteit wordt gevolgd door een wereldwijd netwerk van veldstations in tropische hot spot gebieden en in de grootste ongerepte wildernisgebieden, waaronder Suriname. Berrenstein legt uit dat hot spot gebieden, die plaatsen zijn in de tropen waar de biodiversiteit acuut wordt bedreigd door menselijke invloeden, het weer of het klimaat.
Deze gebieden hebben ook acute aandacht nodig om de biodiversiteit te beschermen of te behouden. Wereldwijd zijn er ongeveer achtendertig van zulke gebieden. Berrenstein zegt dat Suriname gelukkig nog niet tot een tropisch hot spot gebied behoort, omdat de Surinaamse biodiversiteit veelal nog in tact is.
"Suriname is het goede nieuws, want hier is de zaak nog in tact gebleven. Wij zijn een major wilderness area," geeft Berrenstein aan. Studenten en docenten van de ADEKUS en het Instituut voor de Opleiding van Leraren zullen bij het onderzoekstation kennis opdoen. Zij zullen de gelegenheid krijgen mee te doen in de onderzoeksprotocollen, opgesteld door CI in samenwerking met stakeholders, waaronder STINASU en de universiteit."Het CELOS stelt een wetenschapper ter beschikking die erop zal toezien dat de onderzoeksprotocollen door de juiste wetenschappers en wetenschappers in opleiding worden uitgevoerd, en op de juiste wijze worden toegepast in de onderzoeksgebieden binnen het CSNR," aldus Berrenstein.
Wim Udenhout, executive director van CI Suriname, benadrukt het nut van de samenwerking tussen de drie instituten. ADEKUS-bestuursvoorzitter Gregory Rusland vindt dat deze samenwerking een belangrijke component is in de structurele voorbereiding van de universiteit om het opleidingsniveau te verhogen. Met name in verband met de Master of Science studie in Natural Resource Management die binnenkort van start gaat.
Carlo Steinberg, voorzitter van het STINASU-bestuur, is blij met de samenwerking ondanks de communicatieproblemen met CI in het verleden. Hij zegt dat deze overeenkomst het tweede uitvoeringsprotocol is, als uitvloeisel van de Memorandum of Understanding, die vorig jaar is gesloten met CI Suriname. De eerste betreft samenwerking op het gebied van toerisme in het CSNR. (dWT/Carla Tuinfort)