Zoeken ? ( Cntrl + F )
Natuur en milieu
27 mei 2006
Rode ibissen gouden kip voor Surinaams toerisme
Paramaribo - Suriname herbergt een derde van de totale wereldpopulatie van rode ibissen. Betere bescherming van deze kustvogels is dan ook aangeraden. De Surinaamse kust is een belangrijke broed- en voedselgebied voor deze en andere trekvogels.
“De kust van Suriname is dus van grote internationale betekenis”, zegt Arie Spaans, ornitholoog en een autoriteit als het gaat om de Surinaamse vogelpopulatie. Hij stelt dat als er minder op de rode ibis wordt gejaagd, hij minder schuw zal worden.
De gezamenlijke slaapplaatsen van deze vogels en sabaku’s in de parwabossen zouden kunnen uitgroeien tot belangrijke toeristische attracties. In Trinidad komen jaarlijks ruim 16.000 toeristen om naar de vogels te kijken. Dit kan ook in Suriname het geval zijn, benadrukt Spaans.
De vogelkenner overhandigde gisteren een informatiekit aan minister Michael Jong Tjien Fa van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer. Dit is het begin van de campagne Help de Rode Ibis en andere beschermde kustvogels, om vooral jagers voor te lichten. “Jagers weten drommels goed dat ze niet op de beschermde vogels mogen jagen. Maar ze weten niet dat die vogelrijkdom langs de kust zo bijzonder is. En ze weten ook niet dat ze met het schieten op deze vogel, de ‘kip’ met de gouden eieren slachten”, verduidelijkt Spaans.
Vogelliefhebbers komen namelijk vanuit de hele wereld om deze dieren te aanschouwen. Via stickers, flyers en posters gaan Natuurbeheer van LBB en Stinasu nu de strijd aan met de jagers, om hen ervan te weerhouden nog langer op de beschermde vogels te schieten. Langs de kust van Suriname verblijft ook meer dan de helft van alle snippen die langs de kust van Zuid-Amerika overwinteren. Dit terwijl Suriname slechts twee procent van de totale kust van het continent beslaat.
Jong Tjien Fa die ingenomen is met het initiatief, vindt dat de regering het belang van natuurbehoud onderkent. Dat blijkt volgens hem uit het feit dat twee miljoen hectare van het Surinaams grondgebied al is uitgeroepen tot natuurreservaat. (dWT/Vernon Texel)
26 mei 2006
Ontbossing Surinaams woud vergroot overstromingen
Paramaribo - Volgens experts van de Anton de Kom Universiteit van Suriname en Nederlandse deskundigen, die samen de werkgroep Hydrologie vormden, kan elke 25 tot 75 jaar een overstroming plaatsvinden bij dezelfde combinatie van verschijnselen.
Dit fenomeen kan versterkt worden door ontbossing van het Surinaams woud. Het was gisteren de laatste dag dat de 5 Europese helikopters zijn ingezet bij Operatie Falawatra. Aan het eind van de dag keren de vier Nederlandse Lynx en de Belgische Alouette helikopters terug naar het amfibisch transportschip Hr. Ms. Rotterdam. Deze zet daarna koers naar het Caribisch gebied om zich daar te voegen bij de grote internationale oefening Joint Caribbean Lion.
De vijf helikopters hebben in totaal 20.000 kg vervoerd aan voedselpakketten, drinkwater en andere goederen. Dit gebeurde voornamelijk vanuit de hoofdsteunpunten Langatabetje, Drietabbetje en Stoelmanseiland naar omliggende dorpen in het Boven- Marowijne, Tapanahony- en Lawagebied.
Naast goederen vervoerden de helikopters ook passagiers waaronder medewerkers van UNDAC, NGO’s, de pers en ambassade personeel. In totaal maakten de helikopters 84 vlieguren. De werkgroep Hydrologie heeft ondertussen haar bevindingen over de oorzaken van de ramp vervat in een rapport en gepresenteerd aan het NCCR.
Als grootste oorzaken worden genoemd: de grote regenval die zich in korte tijd in een groot gebied voordeed en de ‘natte’ droge tijd. Doordat het in de kleine droge tijd zoveel geregend had, was de grond reeds verzadigd waardoor deze het water van de grote regens niet kon opnemen. Uit historisch onderzoek is gebleken dat de overstroming in het binnenland een terugkerend verschijnsel is. Dit wordt enigszins bevestigd door ouderen in het rampgebied die zich nog een overstroming kunnen herinneren in de vorige eeuw. (DBS)
25 mei 2006
Taakgroep Pesticiden pakt draad weer op
NIEUW-NICKERIE - De taakgroep ‘Pesticiden Nickerie’ heeft na enkele maanden van stilzitten de draad weer opgepakt. Vandaag start een tweedaagse training, waarbij de politie en het personeel van het Bureau Openbare Gezondheidszorg worden voorbereid op een nieuwe taak, namelijk de controle op een juiste opslag en een juist gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (pesticiden).
Dr. Tobi Graafsma, secretaris van de organisatie, vertelt dat de training moet leiden tot het instellen van een Pesticiden Controle Unit (PCU).
Dit orgaan zal zich kunnen laten adviseren door experts van het ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij (LVV) en het Anne van Dijk Rijst Onderzoekscentrum Nickerie (Adron). “Naast de controle zal ook veel zorg worden besteed aan een goede en brede voorlichting”, aldus Graafsma.
De Taakgroep Pesticiden werd vorig jaar in februari opgericht door de toenmalige districtscommissaris Hein Ramnewash. Hij maakte zich zorgen over de ‘wilde’ opslag en toepassing van de doorgaans zeer giftige gewasbeschermingsmiddelen.
Deze werden bovendien regelmatig gebruikt bij suïcidepogingen. De taakgroep stelde in mei 2005 een aantal maatregelen voor. Eén daarvan was het voorstel gewasbeschermingsmiddelen in een met een slot afgesloten ruimte te laten bewaren. Dat voorstel staat nu ook in de wet.
De taakgroep kon aansluiten bij een nieuwe en strengere landelijke regelgeving op het gebied van de import, opslag, verkoop en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De nieuwe wet Bestrijdingsmiddelen streeft een grote zorgvuldigheid na.
De nieuwe regels kregen eind 2005 kracht van wet en nu zal dus ook worden nagegaan of men zich eraan houdt. De gemeenschap reageert heel blij dat de taakgroep weer acties onderneemt om de mensen voor te lichten. “Het is erg van belang dat zowel jongeren als ouderen zich ervan bewust worden hoe gevaarlijk de bestrijdingsmiddelen zijn”, zegt Graafsma.
Aan de training die plaatsvindt in het WiN-huis, nemen ongeveer vijftien mensen deel. De training wordt gegeven door Alice Sauers-Muller van het ministerie van LVV, Narin Gajadien en hoofdinspecteur Elfriet Metroos van het Korps Politie Suriname. Na de training zal de PCU haar werkzaamheden aanvangen. (dWT/Beta Debidien)
22 mei 2006
Internationale Dag van de Biodiversiteit
Tweeëntwintig mei is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Internationale dag van de Biodiversiteit. Deze dag is belangrijk omdat er overal ter wereld activiteiten worden ondernomen, om begrip en bewustwording voor de biodiversiteit te vergroten. Dit jaar stond deze dag in het licht van de bescherming van biodiversiteit in droge gebieden.
Zeven en veertig procent van het landoppervlakte van de aarde is droogland. Deze gebieden zijn onder meer de semi-aride gebieden in Afrika, savanna’s in Zuid-Amerika, woestijnen in Afrika en steppes in Noord-Amerika en Eurazië. Het zijn gebieden waar ongeveer twee miljard mensen wonen.
De ecosystemen van deze droge gebieden krijgen op jaarbasis veel minder regen en zijn dus erg kwetsbaar. De biodiversiteit in deze ecosystemen is onder zware druk en wordt bedreigd door menselijke activiteiten, bijvoorbeeld doordat de mensen het gebied veranderen door landbouwgronden aan te leggen, het aanleggen van weilanden voor grazende dieren, of andere dingen doen. Dit heeft geleid tot ongeveer twintig procent degradatie van droogland ecosystemen.
Verschijnselen als woestijnvorming en overstromingen hebben gemaakt dat 2.211 planten en diersoorten zijn verdwenen. Economisch gezien is dit te vertalen naar een verlies van wel twintig miljard Amerikaanse dollar per jaar op het gebied van de landbouw.
Acties die ondernomen kunnen worden om de gevolgen van menselijke handelingen op het verlies van de biodiversiteit te reduceren zijn onder meer de volgende:
Convention on Biological Diversity en Conservation International Suriname (dWT)
24 mei 2006
Fuiknetten geweerd uit Bigi Pan
NIEUW-NICKERIE - Vanwege de wanordelijke situatie is gisteren, op last van districtscommissaris (dc) Bhagwatpersad Shankar, besloten per onmiddellijke ingang alle fuiknetten te verwijderen uit het Bigi Pangebied.
Recent onderzoek van de bestuursdienst heeft namelijk uitgewezen dat de vissers op ‘vernietigende wijze’ huis hebben gehouden langs de kust in dat gebied. Ondanks waarschuwingen zijn vissers er toch toe over gegaan meer sleuven te graven en fuiknetten te plaatsen om hun vis- en garnalenvangsten te vergroten.
Shankar heeft meerdere malen met de beroepsvissers gesproken, maar het blijkt aan dovemansoren gericht. “We gaan nu echt stoppen met al deze activiteiten die het gebied kunnen vernietigen.”
Volgens Shankar hebben vissers elkaar de afgelopen dagen ook vijandig bejegend. “Zij hebben emmers vol met kapotte flessen in een bepaald deel van de Bigi Pan gegooid. Anderen zijn er zelfs toe over gegaan om dure gasoline te dumpen in het water, alleen zodat de vissers hun activiteiten niet meer kunnen voortzetten in dat gebied”, aldus de dc.
Vanwege onderbezetting van de afdeling van ‘s Lands Bosbeheer in Nickerie, is optimale controle niet mogelijk. Verder is het gebied afgelegen en spelen de schaarse middelen ook een rol. Met behulp van de politie zullen nu achterhaalde vissers gedwongen worden om de sleuven te herstellen. “Er zal ook niet worden geschroomd de mensen in te rekenen”, zegt Shankar. (dWT/Beta Debidien)
Regering vraagt Cambior duidelijkheid over cyanide-opslag
Paramaribo - De regering heeft kort na de watersnood een brief gestuurd naar Rosebel Gold Mines NV waarin ze vraagt om nadere informatie over de opslag van cyanide door de goudmaatschappij. De vrees bestaat namelijk dat bij aanhoudende regens, calamiteiten kunnen ontstaan indien dit chemisch materiaal niet volgens de juiste standaarden is opgeslagen.
Het assembleelid August Bado (A Combinatie) heeft bij de regering aangedrongen op nadere informatie hieromtrent. Het land moet voor een tweede ramp behoed worden. Naar zijn informatie is de cyanide bij Rosebel Gold Mines NV in bassins opgeslagen die bij aanhoudende regens vol kunnen raken en vervolgens overlopen naar de omliggende rivieren en kreken in het district Brokopondo.
Dit kan voor grote problemen zorgen, niet alleen voor de binnenlandbewoners die gebruikmaken van het water uit de rivieren en de kreken, maar ook voor het milieu dat hierdoor flink vervuild kan worden. Cyanide wordt gebruikt voor de goudwinning en is zeer gevaarlijk voor mens en milieu. Bado wil dat de regering inspeelt op de situatie.
President Ronald Venetiaan liet afgelopen donderdag De Nationale Assemblée weten dat de regering nog op antwoord van het goudbedrijf wacht. Roy van Aerde, Super Intendant Public Affairs van Rosebel Gold Mines NV, zegt dat de regering deze week nog antwoord krijgt. Door de stakingen van de arbeiders kon niet aan het formuleren van het antwoord gewerkt worden.
Volgens Van Aerde is er geen enkele reden tot ongerustheid, omdat de opslag van cyanide volgens internationale standaarden geschiedt. “De cyanide is opgeslagen in waterdichte containers en bij eventuele overstroming kunnen ze zelfs gaan drijven zonder open te gaan. Verder zijn gevaarlijke stoffen op goede hoogte opgeslagen en de kans op overstroming daar is vrijwel nihil.” (dWT/Eric Mahabier)
23 mei 2006
Stropers en dode zeeschildpadden op Commewijnestrand
FREDERIKSDORP - In het afgelopen weekend zijn toeristen tijdens een tocht langs het strand van Commewijne ten noorden van Margaretha en Rust en Werk op dode zeeschildpadden en leeggeroofde
nesten gestuit.
Merlijn van Rijswijk en Egbert Jorissen uit Delft (Nederland) rapporteren ontdaan over de milieu-ramp op het strand. “Twee grote zeeschildpadden (1.50 x1.80 m) waren gestikt in visnetten, door vissers eruit gesneden en zo aan wal gespoeld, een derde lag rottend op een hoop zand en bovendien hebben wij meer dan 20 leeggehaalde eiernesten geteld”.
Ton Hagemeyer die vanuit Frederiksdorp aan de rechteroever van de Commewijne dwars door plantages, moerassen en mangrovebossen natuurtochten naar het zeeschildpaddenstrand op touw zet, vreest dat hij heel binnenkort hiermee kan stoppen.
Toeristengids Frits Lagirin zegt dat hij bang is voor de eierenstropers omdat ze nergens voor terugdeinzen. Inmiddels is van deze milieucalamiteit inclusief eierenroof door zowel gids als toeristen aangifte gedaan bij de politiepost Mariënburg. Het hoofd van de afdeling Onderzoek van Stinasu, Reggie Slijngaard, geeft aan dat de komst van de zeeschildpadden dit seizoen verlaat is door veranderende klimatologische omstandigheden die ook de zeestromen en de route van deze reptielen beïnvloeden.
De dichtstbijzijnde beheerderspost van Stinasu is 15 km. verder op het Matapicastrand gevestigd, terwijl het gebrek aan middelen ook de natuurbeschermingsinstanties teistert. Zeekustvissers met een S.K.-vergunning zijn met tientallen boten bezig het ondiepe zeegebied om en nabij de Warappabank voor het strand van Commewijne te bevissen en vormen met hun kilometerslange netten een dodelijk gevaar voor deze dieren.
Slijngaard zegt dat het verboden is om in het broedseizoen van de zeeschildpadden binnen een afstand van 15 zeemijlen uit de kust te vissen. Waarnemend onderdirecteur Visserijdienst John Debiper-sad, beweert echter dat deze maatregel, nota bene door een ministeriële beschikking bekrachtigd, uitsluitend bedoeld zou zijn voor het zeegebied ten noorden van Galibi. Debipersad zegt inderdaad over een patrouillevaartuig te beschikken maar niets tegen de kustvissers op de Warappabank te kunnen ondernemen omdat ze zijns inziens ”legaal” bezig zijn.
Garnalenvissers moeten ontsnappingskleppen in hun netten voeren omdat hun vangsten anders in landen als de VS geweigerd worden. Volgens de waarnemend onderdirecteur is het World Wildlife Fund (WWF) naarstig op zoek naar een methode om te voorkomen dat zeeschildpadden verstrikt raken in drijfnetten van kustvissers. Voor een heleboel aitkantie’s en krape’s zal die dooddoener hen dit seizoen zeker niet van een wisse dood kunnen redden. (dWT/August van Dijk)
Gezondheidsrisico’s giftige stoffen rampgebieden miniem
Paramaribo - Uit voorlopige analyses blijkt dat gezondheidsrisico’s als gevolg van grote hoeveelheden giftige stoffen in de overstroomde gebieden vrijwel zijn uitgesloten. Het getroffen gebied heeft geen grote steden en er is ook geen industrialisatie. Theoretisch zou zich wel enige vervuiling door kleine hoeveelheden chemicaliën en brandstof in bepaalde dorpen kunnen hebben voorgedaan. “Echter is het denkbaar dat de overvloed aan water mogelijke contaminatie heeft verdund”, zegt OCHA, het VN-orgaan voor Humanitaire Operaties.
Grootschalige bauxiet- en goudmijnen die gebruik maken van cyanide zijn niet in het gebied, maar in de kleinschalige mijnbouw in het rampgebied wordt wel veel kwik gebruikt. “Gegeven de grote waarde van kwik en het relatief ‘trage’ verloop van de ramp, wordt verondersteld dat kleine voorraden kwik in veiligheid zijn gesteld”, aldus het VN-orgaan.
Kwik dat echter al werd aangewend in het productieproces, is mogelijk wel vrijgekomen, maar die concentraties zijn inmiddels opgelost. Het is bekend, zegt OCHA verder, dat er kwik en andere zware metalen in onbekende concentraties in het water in de rivieren voorkomen. “De meest waarschijnlijke route van blootstelling is via de voedselketen – vis en landbouwproducten – maar het is moeilijk een schatting te maken. Elke additionele blootstelling als gevolg van de overstroming zal van weinig betekenis zijn”, stelt de VN-missie.
Voorgesteld wordt nog zeker twee milieu-evaluaties te doen en er wordt ook aanbevolen meer onderzoek te doen naar het voorkomen van zware metalen in de rivieren en potentiële blootstelling aan zware metalen via vis en agrarische producten. Verder wordt gepleit voor onderzoek bij grootschalige mijnoperaties om potentiële bedrijfsongevallen zoals het instorten van mijnwanden en overstroming van de zogenaamde ‘rode modder’ meren in geval van extreem zware regenval, . “De response capaciteit op dergelijke rampen moet ook onderzocht worden”.
Rampenbeheersoingscoördinator luitenant-kolonel Jerry Slijngard zei gisteren op een persconferentie, dat de situatie wat betreft watervoorziening ietwat is verbeterd. Op sommige plaatsen zijn waterzuiveringsinstallaties hersteld en wordt eraan gewerkt andere defecte installaties weer aan de praat te krijgen.
Ondertussen zijn de eerste grote polyethyleentereftalaat (meer bekend als pet) waterbakken, zogenaamde durotanks, om regenwater op te slaan, naar het rampgebied getransporteerd. Ook zullen er kranen bijgeleverd worden en is het de bedoeling dat de tanks te zijner tijd op een waterleidingsysteem worden aangesloten. Volgens Slijngard is de vraag naar deze voorraadbakken enorm. (dWT/Ivan Cairo)
19 mei 2006
BOG Nickerie spoort eigenaren van overwoekerde percelen op
Paramaribo - Het Bureau voor Openbare zorg afdeling Nickerie is sterk in de weer om alle eigenaren van overwoekerde percelen te Nationaal project in kaart te brengen. BOG afdelingshoofd Antonius Winter zei desgewenst dat deze aanpak nodig is omdat percelen al jaren verwaarloosd zijn achtergelaten door eigenaren, waarvan vele van hen in het buitenland verblijven.
Gestart is met Nationaal project omdat daar de zaak haast onoverzichtelijk is geworden en buurtbewoners vaak klagen dat ongedierte en junkies zich ophouden in de bossen en een gevaar vormen voor de omwonenden. Winter zei verder dat er hard wordt gewerkt om een lijst met namen te produceren om precies te erachter te komen wie de werkelijke eigenaren zijn van de overwoekerde percelen. Deze zullen dan aangesproken worden om hun erven van het wied te ontdoen.
Indien er dan geen gehoor zal worden gegeven aan dit verzoek zullen volgens Winter sancties worden getroffen die variëren van aanhouding tot het betalen van fikse boetes. Enkele plaatselijke machinehouders hebben reeds hun diensten aangeboden om de percelen tegen een redelijk tarief op te schonen. Het is volgens Winter niet uitgesloten dat zij via de Nederlandse Ambassade ook zullen trachten om de perceeleigenaren die in Nederland verblijven op te sporen. (DBS; foto: webred.)
12 mei 2006
Bestuursdienst Commewijne alert bij waterbeheersing
NIEUW-AMSTERDAM - Commewijne is gereed voor de grote regentijd en de springvloed morgen. Harold Sheombarsing, districtssecretaris Buitendienst, heeft alle ressorten bezocht en hen een aangepaste prioriteitenlijst voorgehouden. Vooral Meerzorg, Mariënburg en Ellen hebben veel te kampen met wateroverlast.
Het plan is erop gericht het water optimaal te lozen uit de gebieden die zijn ondergelopen. Sluiswachters laten de sluizen dicht, klagen buurtbewoners te Meerzorg. Sommige sluizen verkeren ook in een deplorabele staat vanwege slecht onderhoud. Hierover heeft Sheombarsingh al gesproken met de Civiel Technische Afdeling van het ministerie van Regionale Ontwikkeling.
Ondertussen heeft het ressorthoofd van Meerzorg, Wonny Lallmohamed, een onderhoud gehad met de sluiswachters waarin de werkdiscipline en hun verantwoordelijkheid in deze is benadrukt. De arbeiders moeten de verstopte lozingen en duikers opschonen.
In Mariënburg moet twee kilometer loosleiding worden opgeschoond. Dit valt onder beheer van het ministerie van Landbouw Veeteelt en Visserij. Paimoen Wongsowikromo, ressortleider in Commewijne, zegt dat alle stukken sinds april bij de Raad van Ministers ter beoordeling liggen. Op binnenwegen zullen in verhoogd tempo drilsleuven worden gegraven om het water uit diepe gaten naar belendende loostrenzen af te voeren.
Het station van de Meteorologische Dienst te Meerzorg aan de Oost-Westverbinding gaf aan dat in het afgelopen etmaal 40 mm regen is gevallen; dat is 40 liter regenwater per vierkante meter. Dat is 25 mm meer dan het daggemiddelde voor mei in de kustvlakte, dat volgens de statistieken 15 mm bedraagt. (dWT/August van Dijk)
Vuilstortplaats Zoelen gesloten
NIEUW-AMSTERDAM - Districtscommissaris Humphrey Soekimo van Commewijne heeft opdracht gegeven de vuilstortplaats te Zoelen te sluiten. De firma Surzwam, een werkarm van het ministerie van Openbare Werken heeft inmiddels een hydraulische graafmachine ingezet om de omstreden vuilstortplaats op te schonen en alle vuil te begraven.
Districtssecretaris Buitendienst Harold Sheombarsingh, zegt dat ondanks verschillende pogingen tot ordening van de vuilstortplaats dit niet mogelijk is gebleken. Verschillende instanties en particulieren gingen ertoe over aangevoerd huisvuil en afval op de inrit van de vuilstortplaats te dumpen, waardoor het terrein niet betreden kon worden. Ook de wegbermen om en nabij de vuilstortplaats raakten bezaaid met vuilniszakken, terwijl zwerfhonden het vuil over het wegdek en naar elders sleurden.
In de droge tijd is de vuilstortplaats in brand gestoken door onverlaten waardoor omliggende gemeenschappen wekenlang door een stinkende dichte rookmassa zijn geteisterd. De bergen plastic in het brandend vuil veroorzaakten uitstoot van dioxine, waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat het zeer giftig en kankerverwekkend is en dus grote risico’s voor de volksgezondheid met zich meebrengt.
Sheombarsingh zegt dat met alle belanghebbenden gekozen is voor het dumpen van het afval op de vuilstortplaats te Ornamibo. De truckhouders die het vuil uit de buurten ophalen, toonden begrip voor deze nieuwe ontwikkeling en kwamen met het commissariaat overeen om gedurende twee maanden volgens de geldende overeenkomst het vuil naar Ornamibo af te voeren.
Daarna zal na evaluatie het kostenplaatje van de vervoerders worden bekeken en eventueel worden aangepast. Ondertussen zal Sheombarsingh zich samen met de diverse ressorthoofden buigen over het vraagstuk van het inrichten van een nieuwe vuilstortplaats in Commewijne. (dWT/August van Dijk)
6 mei 2006
Albina schoont langzaam op
ALBINA - “Verandering is een proces. Het gaat langzaam. Wat hier bij de overheid decennia verkeerd ging, kunnen we niet zomaar even veranderen. Ik ben nog niet tevreden. Tevreden mag je nooit zijn, want dat betekent dat we ons doel hebben bereikt,” reageert Marinus Bee, districtssecretaris van Albina, op de verbeterde milieusituatie van Albina en de inzet van overheidsarbeiders. “Als het over vier jaar niet sterk verbeterd is, trek ik mijn consequenties.”
In de afgelopen maanden zijn er door politieke verschuivingen in het district nieuwe personen in de hogere kaderfuncties geplaatst. De nieuwe functionarissen weten de arbeiders van Regionale Ontwikkeling (RO) en Milieubeheer beter aan te sturen, waardoor het strand, de straten en de bermen nu dagelijks worden geharkt en gemaaid. Er wordt een kleine tractor met grasmaaier ingezet waarmee de bermen worden gemaaid en zwerfvuil wordt nu direct in grijze afvalzakken gedaan en afgevoerd.
De vuilstortplaats moet door Milieubeheer worden onderhouden, maar zij blijft in gebreke. De Bestuursdienst voert nu met hulp van plaatselijke ondernemers deze taak uit. Er is ook een middagploeg ingesteld. Met het oog op het jubileum van 160 jaar Albina in december, wordt er vanuit de Bestuursdienst gericht gewerkt aan stadsverfraaiing. Clifton Rozenblad, arts van de Regionale Gezondheidsdienst op Albina, heeft 50 kokospalmen geschonken en ook fayalobiplanten toegezegd om de hoofdwegen te verfraaien.
Dit idee kwam bij hem op naar aanleiding van de Krin Albina-actie in december 2005, die een spin-off effect had in de bewustwording over het milieu voor zowel de overheid als de burgers. (dWT/Hugo den Boer)
2 mei 2006
Milieu struikelblok in samenwerking met Nederland
Paramaribo - Ofschoon Suriname en Nederland samen proberen meer inhoud te geven aan de bilaterale relaties zijn er nog steeds knelpunten. De traditionele bilaterale ontwikkelings-samenwerkingsrelatie wordt thans afgebouwd en wordt gekozen voor een zogenoemde sectorale benadering.
Terwijl in vier van de zes sectoren goede vorderingen worden gemaakt in de samenwerking vlot het bij milieu veel minder. “Helaas is de sector milieu weerbarstig gebleken om met elkaar duurzame afspraken te maken”, zei de Nederlandse ambassadeur Henk Soeters vorige week tijdens een receptie ter gelegenheid van de viering van Koninginnedag, zondag.
Deze week ondertekent minister Rick van Raavenswaay van Planning en Ontwikkelingssamenwerking met zijn Nederlandse collega Agnes van Ardenne het sectorplan ‘Rechtsbescherming’ en ‘Veiligheid’. Van Raavenswaay vertoeft momenteel in Den Haag voor het regulier beleidsoverleg met Van Ardenne.
Zowel Soeters als vicepresident Ram Sardjoe die de president vertegenwoordigde, sneed de controversiele honderd procent drugscontrole op Schiphol aan. De bilaterale relaties worden volgens Sardjoe nog steeds gekenmerkt door het continue bespreekbaar maken van dit soort knelpunten.
“De honderd procent-controle blijft een onderwerp van continue aandacht in Suriname en Nederland”, aldus de ambassadeur. Hij benadrukte dat deze maatregel bedoeld is om de drugsstroom via Schiphol in te dammen. “De Nederlandse douane autoriteiten hebben de kritiek op de uitvoering van deze controle ter harte genomen en Nederland blijft in gesprek met Suriname over drugsbestrijding en de wijze waarop”, zei Soeters.
Volgens hem zijn beide landen het erover eens dat de relatie nu wordt omgebouwd naar andere terreinen van samenwerking. Het aanstaande beleidsoverleg tussen de twee ministers van Planning en Ontwikkelingssamenwerking staat in dat teken. Hij vindt dat de overheden in de toekomstige samenwerking niet per se een voortrekkersrol hoeven te vervullen.
De beide samenlevingen zijn voldoende flexibel en gemotiveerd zelf te bepalen wat goed is en tal van organisaties aan beide kanten van de oceaan hebben elkaar gevonden. “Of het nu om medische specialisten gaat of om makelaars en om stagiaires, zij vinden hun weg”. Dit soort uitwisselingen van wederzijdse kennis en kundigheid voldoen aan een grote behoefte over en weer, aldus de diplomaat.
Sardjoe voerde aan, dat terwijl Nederland aan de ene kant steeds verder integreert in Europa, Suriname dat doet in de regio en zich aansluit bij regionale economische integratie en samenwerkingsverbanden van bilaterale- en multilaterale aard. (dWT/Ivan Cairo)