Zoeken ? ( Cntrl + F )
Natuur en milieu
31 juli 2006
Geweerschoten uit airboten Staatsolie bezorgden jagers kippenvel
Paramaribo - Een zestal personen uit het district Saramacca dat woensdag voor vertier is geweest naar het Coesewijnegebied, kreeg omstreeks kwart over drie in de middag de schrik van zijn leven toen onafgebroken zeven tot acht geweerschoten na elkaar werden gehoord.
Tegenover DBS verklaarden zij dat naderhand bleek dat het ging om twee airboten van Staatsolie vanwaar uit de schoten werden gelost. Dit heeft plaatsgevonden achter de monding van de Palalakreek en de Boromofokreek. Daar is er namelijk een pan, de Trapoenpan. In de Trapoenpan bevonden zich de airboten die bemand waren door enkele personen.
De personen die zich op dat moment ook in de pan bevonden, verklaarden tegenover de krant veel ervaring te hebben op het gebied van de jacht en visvangst. Tegen deze achtergrond verklaarden zij, dat de Trapoenpan wemelt van vis en wilde dieren. Verder staat deze pan alom bekend om de roze flamingo’s.’
Ze vertelden verder dat zij na enkele vissen gevangen te hebben, huiswaarts keerden. Tegen ongeveer zes uur ‘s middags keerden zij huiswaarts, tot grote ontsteltenis van hen, dat de twee airboten zich nog steeds op de dezelfde plek bevonden. ‘Bij het zien van ons, losten zij geen schoten meer af. We hebben niet kunnen zien, waarop ze zo geschoten hebben. Maar toen we vertrokken, waren ze nog daar.’
De zes personen die op vrij regelmatige basis het Coesewijnegebied intrekken, gaven verder mee, voor de eerste maal, airboten gezien te hebben in dat gebied dat rijk is aan vis en wild. ‘Moeten zij juist, de natuur niet beschermen, vooral gelet op het feit dat zij gelieerd zijn aan zo een groot bedrijf?’ Ook zeiden ze dat de airboten die in de pan worden gereden, de natuur en het wild alleen maar schade berokkenen.
‘Wij gaan niet overal met de boot. Waar de mogelijkheden bestaan om te lopen, baggeren wij door de modder, om zodoende de natuur enigszins te beschermen. Kunnen de arbeiders van Staatsolie dat niet doen? Moeten ze nou overal perse met de airboten met alle gevolgen van dien? Het beschermen van de natuur dient te geschieden middels het verrichten van daden en absoluut niet met het aankondigen van leuzen en slagzinnen.’ (DBS/Asha Bhagwat )
28 juli 2006
Milieubeheer start pilot opruiming petflessen
Paramaribo - Het probleem van rondslingerende petflessen wordt met de dag nijpender en de overheid heeft er nog geen afdoend antwoord op. Er zijn wel particuliere initiatieven in de richting van verwerking, maar dat is nog niet voldoende.
Daarom is Milieubeheer gisterenmorgen in het ressort Latour begonnen met een pilotproject voor ophaal en opruiming van plastic verpakkingsmateriaal. Binnenkort volgen Blauwgrond, Rainville, Munder, Weg naar Zee, Welgelegen, Paramaribo-Centrum, Beekhuizen, Flora, Tammenga, Livorno en Pontbuiten. Het project moet een landelijk karakter krijgen.
Zo kunnen bewoners van onder meer Ramgoelam en Menckendam petflessen deponeren in speciale containers die worden geledigd door Milieubeheer. Het verzamelde verpakkingsmateriaal wordt dan verwerkt door participerende bedrijven, die directeur Stanley Mahadewsing nog niet bekend wil maken. “Dit project moet erin resulteren dat de Surinaamse burger bewust gemaakt wordt van een schoon milieu, vrij van petflessen.”
Het project valt en staat met de bewoners, maar het blijkt dat velen niet weten dat het aan de gang is. “We zijn niet op de hoogte, waardoor we niet weten hoe we daarmee moeten omgaan”, zegt Bernadette Derby-Sion, voorzitter van ressortraad Latour. Ze heeft een verkoopstand op het terrein van de Openbare School 1 te Latour, pal naast de politiepost waar nota bene de kick-off van het project plaatsvond.
“Ik heb het via de media vernomen”, zegt Rinaldo Dors, coördinator van de jongerenwerkgroep ‘Milieu van Latour en omgeving’. Buurtmanager Vrede om commentaar gevraagd stelt dat hij ook pas eind vorige week over dit project heeft gehoord.
Mahadewsing: “De start is alvast gegeven, maar het ligt in de bedoeling andere diensten en instanties erbij te betrekken.” Vanaf gisteren is de milieupolitie de wijken ingetrokken om de buurtbewoners bewust te maken van het belang van het schoonhouden van hun woonomgeving. (dWT/Isaak Poetisi; foto: Hijn Bijnen)
27 juli 2006
Dumpvuil ontsiert Commewijne
MEERZORG - De vuil- en afvalproblematiek in Commewijne heeft in korte tijd een zodanige vlucht genomen dat het aanzien van het hele district door gedumpt huis- en industrieel vuil wordt beheerst.
Tegenwoordig is de praktijk van ‘hup in de berm en in de sloot ermee’. De weg vanaf Mopentibo, die voert door de cacao- en koffieaanplant, naar de plantage Peperpot, is ontsierd door bergen huisvuil in de bermen en trenzen.
De linkerberm van de Meerzorgweg, die vanaf de Oostwestverbinding naar de JA Wijdenboschbrug gaat, is sedert afgelopen weekend bedolven onder dofgrijze balen vuil, die als een bemeurd visitekaartje tegen het groen afsteken.
Op het veerplein te Meerzorg, dat nu als bus- en taxistation dienst doet, groeit er sinds weken een berg vuil uit warungs en winkels die zijn weerga niet kent. Vele straathoeken zijn tot minibelten verworden waar zwerfhonden heersen. Iedere ochtend lopen drommen peuters langs de stinkende hopen naar school. De Hadji Iding Soemitaweg naar Tamanredjo is de meest langgerekte vuilnisbelt in Commewijne.
Coördinator Milieubeheer Radjindrekapoor Autar zegt dat de sluiting van de vuilstortplaats te Zoelen het wilde storten van huisvuil in de hand heeft gewerkt. Tegelijkertijd is het aanbod verveelvoudigd. Eén vuilniswagen per week is niet voldoende. De evaluatie met vuilophalers die door districtssecretaris buitendienst Harold Sheombarsing was aangekondigd, moet nog plaatsvinden.
Autar zegt dat wat vuil- en afvalbehandeling betreft er ook een heropvoeding moet komen. Directeur Milieubeheer Stanley Mahadewsingh zegt dat er in het budget van Binnenlandse Zaken heel weinig ruimte is voor meer wagens.
Eigenlijk is Regionale Ontwikkeling wettelijk verantwoordelijk voor vuilophaal in districten. Daarom heeft Mahadewsing districtscommissaris Soekimo gevraagd om de vuilophaal in zijn district over te nemen, alvorens hij zijn mensen terugroept. (dWT/August van Dijk)
21 juli 2006
Zoetwaterkanaal Nickerie langzaam van riool naar groen prachtstuk
Enkele lantimangs bezig met het opschonen van het kanaal aan de zijde van de Oostkanaalstraat.
Paramaribo - Het zoetwaterkanaal dat jaren terug erg vervuild en verwaarloosd eruit zag, maakt nu een goede metamorfose mee. Langzaam maar zeker geraakt het nu uit die vuile verwaarlozing waar het Nickeriaans volk zelf verantwoordelijk voor is geweest.
Vanuit de districtsleiding is dit zoetwaterkanaal aangepakt om het weer die kijk te geven als jaren daarvoor het geval was. Van overal wordt nu met plezier gekeken naar de groene trow oso bladen en de fel gekleurde lelies die bij zonsopgang veel bekijks genieten en de ochtendglorie in de buurt mee helpen bepalen met tussen door de schitterende zonnestralen en de palmbomen aan weerskanten.
Het zoetwaterkanaal wordt nu vaker door een groep lanti mangs opgeschoond en de bermen worden dan ook plat gemaaid. Als deze werkwijze wordt gecontinueerd zal het zoetwaterkanaal wederom die markante plaats krijgen als een van de mooiste bezienswaardigheden in de binnenstad van Nieuw Nickerie en dienen als een toeristisch trekpleistertje.
Het is de huidige bestuurders ook aangeraden om niet kortzichtig om te gaan met de weinige cultuurhistorische plaatsen in het district Nickerie, maar deze steeds goed
verzorgd te laten uitzien.
Deze kunnen van groot belang zijn voor de verdere ontwikkeling van zowel het buitenlands - als binnenlands toerisme. Het voeren van een cultuur barbaristisch beleid zal schadelijke effecten hebben voor de verdere ontwikkeling van het toerisme in een plaats als Nickerie waar er nog weinig uitgaansplekken zijn gecreëerd en desondanks toch vele bezoekers aantrekt.
Eigen initiatief van Nickerianen om hun district steeds schoon en attractief te houden zal zeker erin resulteren dat dit grensdistrict verder zal gaan bloeien. Wie weet dat naast de landbouw die moeilijke tijden doormaakt, de factor toerisme een alternatief is om Nickerie te maken tot het Dubai van Suriname. (DBS)
16 juli 2006
Wat gebeurt er met ons hout in West-Suriname ?Keerpunt heeft er al zovele malen over geschreven en toch verandert er niets aan de toestand met betrekking tot de houtkap in het zuidwesten van ons land.
We hebben er al zovele malen op gewezen en ook drukten wij de autoriteiten met de neus op de feiten door verschillende foto’s te plaatsen.
Er wordt grootschalig aan houtkap gedaan in West-Suriname door voornamelijk Chinezen en een groot deel van de gekapte boomstammen ligt in weer en wind te rotten.
Van wegvoeren of export is er geen sprake. Er kan in dit geval slechts gesproken worden over verlies voor de Republiek Suriname.
Zo weten wij, dat de maatschappijen D en S werkzaam zijn in het gebied. Men belooft de overheid van alles en er worden concessies uitgegeven om in die streek van ons land hout te kappen. Na een aantal maanden in het gebied werkzaam te zijn geweest en vele bomen te hebben gerooid zien wij tot onze grote verbazing, dat het hout gewoon niet wordt weggebracht of verwerkt.
In de haven van Apoera ligt een aantal houtblokken te verrotten. Het onkruid is al helemaal over het opgestapelde hout gegroeid en niets wijst er op, dat men dit hout nog ooit uit de haven zal verwijderen. Een grote verliespost in de houtsector is nauwelijks denkbaar. Volgens onze bron ligt er hout, dat destijds door Berjaya was gekapt, volledig te verpulveren in weer en wind. Hier gaat het gewoon om een over-eenkomst tussen de overheid en een Aziatische maatschappij, die ronduit waardeloos is geweest en wel vanaf het prille begin.
Thans is er een nieuwe houtkapclub S., die in het westen bezig is hout te kappen. Ook deze club heeft een heleboel hout naar de haven gebracht. De mensen in de omgeving kijken met argusogen of het hout nog zal worden afgevoerd. Dan hadden we een andere club D., die ook in het gebied werkzaam was en al enige jaren gesloten is. Ook deze ‘boys’ van D. hebben ons hout op grote schaal op verschillende plekken in het gebied laten verrotten. En wat doet de overheid hieraan? Wij denken, dat ze doet alsof haar neus bloedt.
De Chinezen verdwijnen als sneeuw voor de zon en wij zitten met de zoveelste ecologische schade. In Apoera is men er dan ook van overtuigd, dat het een ‘free for all’ is in de houtsector in de omgeving.
De buitenlandse houtkapbedrijven opereren in het verre zuidoosten en niet veel mensen zien wat ze voor rotzooi uithalen en hoe ze dit land eigenlijk benadelen.
Het wordt dan ook de hoogste tijd, dat de overheid ingrijpt en alle bedrijven, die hier de zaak komen vernietigen, eruit smijt. Ook bij het transporteren van hout wordt de weg naar West-Suriname op een vreselijke manier vernietigd.
Opleggers blijven met de regelmaat van de klok vastzitten en eenmaal losgetrokken laten ze grote gaten achter. Hier ontstaat dan ook een grote modderkuil waar weer andere auto’s in zullen blijven vastzitten.
En je moet echt een vreemdeling in Jeruzalem zijn om niet te weten dat onderhoud van de infrastructuur in dat gebied gewoon knudde is. Iemand die in het gebied woont en werkt stelde tegenover ons, dat de multinational BHP-Billiton ook voortdurend gebruik maakt van de weg richting West-Suriname, maar totaal niets doet om de weg te onderhouden.
Wij beseffen ook wel dat het niet de taak is van de multinational om infrastructuur behorende aan de Surinaamse overheid te onderhouden, maar gezien het feit dat ze voortdurend in het gebied moet zijn voor exploratiewerkzaamheden in het Bakhuysgebied zou ze best wat eigen initiatieven kunnen ontplooien en een wezenlijk deel van de weg onderhouden.
Over die houtboeren willen we het helemaal niet hebben. Daar zitten een stel a-socialen tussen, dat alleen maar de wegen kapot weet te maken en alleen aan ‘nyan’ maken denkt. Bij deze lieden hoeven we helemaal niet aan te kloppen om de weg te herstellen.
Misschien moeten de inheemsen in het gebied weer goed van zich laten horen alvorens de overheid besluit de weg een onderhoudsbeurt te geven. Wat wij weten is, dat het gedeelte tussen Bigi Poika en Zanderij vreselijk slecht is. (Keerpunt/de West)
14 juli 2006
Draad bij ecotoerisme weer opgepakt
Paramaribo - Toeristen uit het buitenland blijven boeken voor een trip naar het binnenland van Suriname. Groepen Nederlanders hebben de laatste dagen flink genoten van onder andere de oorden Palumeu, Danpati en Awaradam.
De trips met speciale aanbiedingen worden georganiseerd, omdat er daadwerkelijk sprake is van wederopbouw van het door watersnood getroffen binnenland.
Palumeu zelf draaide, in tegenstelling tot berichten in de media, op volle toeren gedurende de overstromingen, aangezien dit eiland nooit ernstig getroffen is door het water.
Echter was ruim 15 procent van het aantal kostgronden ondergelopen. Mets - (Movement for Eco-Tourism Suriname) salesmanager Michael Frijmersum zegt dat er grote blijdschap heerst onder de lokale gemeenschap van Palumeu en Awaradam.
Men is blij om weer toeristen te zien. Het geeft een gevoel van herstel. De Mets staat in contact met verschillende reisagenten in Nederland, aan wie de juiste informatie over het toerisme en de ontwikkelingen daarover wordt gegeven.
De vooruitzichten zijn volgens de Mets-functionaris vrij goed. Frijmersum zegt dat het belangrijk is dat de Nederlandse ambassade in Suriname het negatief reisadvies naar het rampgebied zo gauw mogelijk opheft. Eerder had Bianca Mohamatsaid, reserveringsmanager bij Access Suriname Travel (AST), tegenover dWT verklaard dat de reserveringen bij AST ondanks het negatief reisadvies, nog recht overeind staan.
AST biedt in samenwerking met de lodgehouders en eigenaars van vakantieoorden verschillende reismogelijkheden in zowel het kustgebied als het binnenland. De toerist kan genieten van trips naar onder andere Commewijne, Nickerie, de Raleighvallen, Baka Boto, Brownsberg, Kabalebo en Galibi. Ook de populaire bootcruises naar oude plantages van Commewijne en Para zijn onderdeel van het toeristisch pakket. (dWT/Lloyd Djendji)
13 juli 2006
‘Veldarbeiders Milieubeheer moeten zich optimaal inzetten’
Minister Hassankhan
Paramaribo - Het personeel in dienst van Milieubeheer Commewijne zal zich de komende periode meer dan ooit optimaal moeten inzetten bij de uitvoering van werkzaamheden die behoren tot de taken van deze dienst.
Het betreft het onderhoud en schoonmaak van bermen en wegen, openbare begraafplaatsen, monumenten en parken. Vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken waaronder het directoraat Milieubeheer ressorteert, zal zwaar gelet worden op de prestaties van de veldarbeiders.
Dit bracht minister Maurits Hassankhan van Binnenlandse Zaken naar voren tijdens een veldoriëntatie op vrijdag 7 juli aan werklocaties van het directoraat Milieubeheer in het district Commewijne. Bezocht werden Meerzorg, Nw. Amsterdam, Marienburg, Margrita, Kroonenburg, Alkmaar, Tamanredjo en Stolkertsijver.
De bewindsman was hierbij vergezeld van de directie, beleidsadviseurs en staffunctionarissen van Milieubeheer. Tijdens een ontmoeting met districtscommissaris Soekimo op het Commissariaat te Nw. Amsterdam werd nagegaan hoe in goede onderlinge samenwerking met de andere in het district opererende overheidsdiensten en actoren te werken aan verbetering van het woon - en leefklimaat.
Het is wenselijk dat er goede werkafspraken worden gemaakt met betrekking tot de taken en werkgebieden van de 3 opererende diensten op het gebied van openbaar onderhoud t.w. Milieubeheer, Regionale Ontwikkeling en Openbare Werken om overlapping van taken te voorkomen. Van belang is ook een goede onderlinge communicatie voor een efficiënte besteding van de schaarse overheidsmiddelen.
Minister Hassankhan liet tijdens de ontmoetingen met het personeel merken niet helemaal tevreden te zijn met de tot nog toe geleverde prestaties. Op sommige plaatsen wordt er redelijk goed gepresteerd, terwijl elders best meer en beter werk geleverd kan worden. Hij benadrukte tegenover hen de plicht om het werk waarvoor ze zijn aangetrokken zo goed mogelijk te doen.
‘De ogen van de belastingbetaler die er voor zorgt dat u aan het eind van de maand uw salaris kunt ontvangen, zijn op u gericht. Het is dus zaak dat u zich zo goed mogelijk van uw taken kwijt en zorgdraagt voor een goed woon- en leefklimaat van de plaatselijke bevolking. (DBS)
Behandeling ontwerp Afvalstoffenwet aangehouden
Paramaribo - Op verzoek van het ministerie van Openbare Werken (OW) heeft de Staatsraad de behandeling van de ontwerpwet Afvalstoffenwet aangehouden. De regering is bezig een ontwerpwet Raamwet Milieu en een Wet op de Milieuautoriteit op te stellen. De Afvalstoffenwet moet op deze twee wetten zijn afgestemd.
“De zaak moest aangehouden worden, om na te gaan in hoeverre er tegenstrijdigheden in de Afvalstoffenwet zijn”, zegt minister Ganeshkoemar Kandhai aan dWT. De Afvalstoffenwet geeft onder meer richtlijnen hoe op een milieuverantwoorde wijze vuil te verzamelen en te vernietigen.
In dat kader treft OW voorbereidingen om de vuilophaaldienst te verzelfstandigen. Door de verzelfstandiging zal vuil niet meer gratis worden opgehaald en zal de bevolking voor deze dienstverlening moeten betalen. Het een en ander hierover wordt nog uitgewerkt.
Volgens Kandhai blijft Ornamibo voorlopig de plaats waar huis- en zwerfvuil zal worden gestort. Het ministerie is bezig met de herinrichting van deze vuilstortplaats. Voor grofvuil is in Commewijne en Saramacca (Pomona) een locatie geïdentificeerd. De stukken om deze gronden in de boezem van OW te krijgen, zijn al bij het ministerie van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer ingediend.
Het dumpen van grofvuil vormt een groot probleem voor Milieubeheer, omdat daarvoor geen vuilstortplaats bestaat. Het terrein van Milieubeheer aan de Kernkampweg wordt tijdelijk als opslagplaats voor autowrakken gebruikt, totdat die door automonteurs of staalverwerkingsbedrijven worden opgehaald. Kandhai hoopt dat het probleem van grofvuil spoedig tot het verleden kan behoren. (dWT/Eric Mahabier)
12 juli 2006
Na 30 jaar eindelijk nieuwe boomkenners
“Het is een zeer moeilijke training geweest, maar ja, je moet heel veel doorzettingsvermogen hebben, wil je boomkenner worden van het niveau als van Frits van Troon.” De mening van Francis Dieko, één van de vier bestgeslaagden van de door het Wereld Natuurfonds (WWF) gesponsorde Boomkennersopleiding, die zeven maanden duurde.
Dieko en negen medecursisten ontvingen een certificaat uit handen van minister Michael Jong Tjien Fa van Ruimtelijke ordening Grond- en Bosbeheer (RGB). De uitreiking vond plaats op het hoofdkantoor van de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht. Het examen duurde twee dagen, waarbij de cursisten meer dan driehonderd genummerde bomen in een afgebakend gebied moesten kunnen herkennen en benoemen.
Frits van Troon, die samen met Pieter Teunissen, Jules Ligorie en Danny Abiamofo de training heeft verzorgd, vindt dat het bos een enorme economische waarde heeft, maar dat gewaakt moet worden dat niet hetzelfde gebeurt als in Brazilië. “Boomkenners zitten niet achter een bureau, maar werken in het veld, anders is deze training voor niemendal geweest”, aldus Van Troon.
Het huidige korps boomkenners was danig uitgedund, terwijl zij onmisbaar zijn voor duurzaam bosgebruik en -beheer. Ook kunnen zij de commerciële marktwaarde van een areaal bepalen.
Haidy Malone van het WWF benadrukt dat de internationale en lokale markten als eis stellen dat hout verantwoord wordt geveld. “En nu de bekende marktwaardige houtsoorten steeds schaarser worden, moeten we beter omgaan met het bos en de onbekende maar marktwaardige houtsoorten ook gaan exploiteren.”
De RGB-minister vindt dat het bos als hulpbron nog steeds onderbenut wordt. “De gemeenschapsbossen maken ruim 25 procent deel uit van de productiebossen en moeten intensiever ontwikkeld worden in het kader van armoedebestrijding.” (dWT/Martin Redjodikromo)
8 juli 2006
‘Die stank is ondraaglijk’
Paramaribo - Honden, ratten, kakkerlakken en wormen vieren feest in en rond de grote vuilcontainer aan de Latourweg.
Ze worden vetgemest en het kan hen, onder gegeven omstandigheden, alleen maar beter gaan. De reuze vuilnisbak die met de beste bedoelingen is geplaatst, mist tot grote ergernis van de buurt, zijn doel. Het heeft meer weg van een openbare vuilstortplaats.
“Er wordt van overal vuil gedumpt”, klaagt buurtbewoner Paul Lank. “Het is een feest van honden en ratten. Elke Chinees aan de Latourweg dumpt hier zijn etensresten. Er wordt geen onderscheid gemaakt in vuil, men dumpt maar raak.
Zelfs kadavers in plastic zakken die gretig worden opengescheurd door honden. Je ruikt die troep mijlenver. De stank hier is gewoon ondraaglijk.” Lank wijst erop dat de weg waarlangs de vuilcontainer staat, bij regenweer altijd onder water is en er dientengevolge een onhygiënische situatie ontstaat. “En er lopen hier mensen, er is continu verkeer en er zijn vlakbij twee scholen, een kerk, een voetbalveld en een eetzaak.”
Ruben Fernand, chauffeur bij het taxibedrijf tegenover de vuilnisbelt ziet dagelijks machteloos toe hoe slagers hun afval dumpen en pick-ups vol vuil storten. “Klagen helpt niet”, zegt hij mismoedig. “De mensen moeten hun mentaliteit veranderen”, zegt Kries Mahadewsing van Mahadewsingh Ophaalbedrijf, verantwoordelijk voor het opruimen van de vuilnisbak, geërgerd.
Het bedrijf haalt op afroep van het ministerie van Openbare Werken het vuil op. ”De container is bedoeld voor huisvuil, maar er wordt van alles in gedaan. Kadavers, ijskasten, gasfornuizen en dat is niet de bedoeling. Het vuil wordt vaak niet in, maar naast de bak gegooid. En dat gebeurt meestal vanuit de auto.”
Mahadewsingh die op verschillende locaties in Paramaribo grote vuilnisbakken heeft staan, zegt dat Latour niet het ergst is. “Op Sunny Point is er tien meter links, tien meter rechts, achter en voor de bak, vuil. De mensen verdommen het om het vuil in de bak te gooien.” (dWT/Daniëlla Tauwnaar/forum)
Korps boomkenners aangevuld
Paramaribo - Tien studenten krijgen dinsdag hun boomkennerscertificaat aangereikt door minister Michael Jong Tjien Fa van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeleid. Het is de eerste training die na dertig jaar verzorgd is.
Het team is zes maanden op diverse locaties in het binnenland op internationaal niveau getraind door de wereldwijd erkende veldbotanicus Frits van Troon en zijn assistenten Pieter Teunissen, Danny Abiamofo en Jules Ligorie.
Volgens de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) zijn deze nieuwe boomkenners een aanwinst voor de sector omdat zij zullen bijdragen aan een verantwoord gebruik van het groot aantal boomsoorten in Suriname.
In een persbericht meldt SBB dat de groep niet alleen in staat is de 250 verschillende boom en andere plantenspecies vast te stellen, maar zij zal ook het Nationaal Herbarium van dienst kunnen zijn. De training maakte deel uit van het project Building Capacity at the Poicy Implementing Institutions to Promote Sustainable Forestry Development in Suriname gefinancierd door het Wereld Natuur Fonds (WWF).
Aan de tien personen heeft de SBB een baan aangeboden. Een boomkenner is een praktijkdeskundige die met een goed ontwikkeld natuurtalent verschillende boom- en plantsoorten in het bos kan herkennen. (dWT)
7 juli 2007
Bewoners ressort Pont dumpen op elke hoek afval
Paramaribo - ‘Ik heb een beetje moeite met het gedrag van de mensen in ressort Pont. Op het gedeelte van de Jawahierweg waar is opengegooid dumpen de mensen gewoon vuil.
De bewoners klagen steeds dat de trenzen niet lopen en dat de buurt er vies uitziet, maar zij dumpen alle troep zelf.’ Dit zegt de buurtmanager van ressort Pontbuiten, Henri Kia desgevraagd aan de krant. Kia is niet te spreken over het onmaatschappelijk gedrag van de bewoners in het ressort.
Op elke willekeurige hoek van straten wordt afval gedumpt. Hetzelfde is ook geval in Pontbuiten. De illegale stortplaats op hoek van de Anna - en Nieuwzorgweg bezorgt de buurtmanager alleen maar koppijn.
Afgelopen woensdag is de vuilophaaldienst langs geweest en heeft de plaats opgeruimd achtergelaten. Op deze foto die gisteren is geschoten (op de hoek van de Kweeklust en de Indira Ghandiweg) ziet u duidelijk dat er al vuil gestort is. Na een paar dagen is de hoek veranderd in een vuilstortplaats.
‘Ik zeg aan de mensen om alleen op de woensdag goed afgesloten huisvuil op de hoek te plaatsen. Maar men plaats behalve huisvuil ook grofvuil, zoals gasbommen en ijskasten op elke hoek in de buurt en op elke willekeurig dag.
Honden gaan aan het vuil met alle nare gevolgen van dien,’ zegt een nijdige Kia. De buurtmanager kan zich daarom niet voorstellen dat men het ministerie van Openbare Werken steeds de schuld geeft van de eigen slordigheid. De buurtmanager doet daarom een dringend beroep op de bewoners om verantwoordelijk en fatsoenlijk met hun huisvuil om te gaan en de instructies te volgen. (DBS/Gregory Rijssen)
6 juli 2006
Voorbereidingen Bos- autoriteit in eindfase
Paramaribo - De daadwerkelijke instelling van een nationale bosbouwautoriteit behoeft enkel nog parlementaire goedkeuring van aangepaste wetten en een financieringsregeling voor het instituut om zelfvoorzienend te worden.
SBB-directeur Iwan Krolis stelde dat Bos- en Natuurbeheer Autoriteit Suriname (Bosnas), na de implementatie, nog ongeveer vier jaar nodig heeft om zichzelf te kunnen bedruipen uit de verdiensten. Voor de aanloopfase is 4,9 miljoen euro nodig voor de vernieuwing van het autokerkhof, waarover Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) nu beschikt en investeringen in ander logistiek materiaal zoals uitbreiding en inrichting van het aantal landelijk gespreide veldposten.
Krolis heeft uitgerekend dat eind dit jaar alles rond de invulling van Bosnas uitgewerkt zal zijn. Dat stelt hij enkele minuten na de vergadering met de bewindslieden bij het regeringsgebouw. De middelen “om inderdaad aan het werk te kunnen gaan en bestendig te kunnen worden” kunnen slechts bij “investeringsondersteuning” uit de restant verdragsmiddelen uit Nederland.
In het projectdossier is duidelijk uitgewerkt hoe het break-evenpoint in de inkomsten gehaald kan worden en de trend van meerinkomsten wordt ingezet. De inkomsten van Bosnas zullen zijn de activiteiten die in het bos plaatsvinden en bij wet onderhevig zijn aan heffingen.
In 2004 is reeds met de actoren in de bosbouwsector bestudeerd hoe het oerwoud van Suriname op een milieuvriendelijke manier economisch rendabel geëxploiteerd kan worden. Uit deze consultaties is een dik dossier ontsproten, waarin naast verbeterde acties in het bos ook zijn opgenomen, twee maatregelen met hoge prioriteit op het institutionele vlak. Deze zijn het creëren van een geheel nieuwe bosbouwautoriteit en een instituut voor mineralen, het zogeheten Mineraal Instituut. (dWT/Fenny Zandgrond)
Ontbossing Nassau onder de loep
Paramaribo - Het ministerie van Ruimtelijke Ordening Grond- en Bosbeleid (RGB) bekijkt meldingen van vernietiging van economisch rendabele bomen in het Nassau-gebied.
RGB-minister Michael Jong Tjien Fa stelde woensdag voor de aanvang van de Raad van Ministers dat de aangifte van bewoners uit het Stuwmeer onderzocht wordt. Gemeld is dat hout wordt vernietigd op de goudconcessie, die Suralco samen met mijnbouwbedrijf Newmont onderzoekt naar goudvoorkomens.
Ook directeur Iwan Krolis van Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) die net uit een onderhoud met de bewindslieden van RGB en Planning en Ontwikkelingssamenwerking kwam, verzekerde dat deze kwestie door zijn instituut zal worden onderzocht.
Hij wees op de succesvolle samenwerking met Cambior en BHPBilliton bij de aanvang van de mijnbouwactiviteiten, waarbij eerst de commerciële houtsoorten zijn afgeoogst. “We hebben een afspraak met alle kleine en grotere mijnbedrijven dat voordat zij hun activiteit beginnen, ze met ons in overleg treden, zodat we kunnen organiseren dat de bosbouwkundige bronnen, hout dus, de economie ten goede komen”, stelt Krolis.
Voor exploitatie te Gross Rosebel, Kaaimangrassie en Bakhuysgebergte zijn duidelijke afspraken gemaakt met de multinationals. Bij de eerste twee locaties is het hout ten goede gekomen aan de lokale gemeenschappen. Ook in het geval van Nassau zullen deze mogelijkheden worden bekeken.
Over Newmont vermoedt de bosbouwer dat dit Amerikaans bedrijf niet op de hoogte is van de SBB, die vernietiging van het hout moet voorkomen. De SBB-voorman beaamt dat zijn organisatie pro-actief had moeten optreden, maar wijst er gelijk op dat de SBB 164.000 hectare grond verspreid over het land in beheer heeft. (dWT/Fenny Zandgrond)
3 juli 2006
OW loost rioolvuil illegaal onder JAW brug
Meerzorg - Het districtsraadslid Mohan Chirmotie van Commewijne heeft afgelopen vrijdag, omstreeks vijf uur ‘s middags, een kolkenzuiger van het ministerie van Openbare Werken betrapt bij het ongeoorloofd storten van rioolvuil uit Paramaribo onder de Jules Albert Wijdenboschbrug te Meerzorg.
Pas toen hij de chauffeur en bijrijders erop wees dat hij aangifte zou doen bij de politie, staakten deze het lozen. Chirmotie nam voor alle zekerheid het kentekennummer (97-91 EV) van de blauwgelakte tankwagen op. De chauffeur zei desgevraagd in opdracht van zijn superieuren van het ministerie van Openbare Werken te handelen.
Volgens Chirmotie storten ook fabrieken en winkeliers grote hoeveelheden vuil en afval onder de brug. Sedert medio mei is de vuilstortplaats te Zoelen in Commewijne op last van districtscommissaris Humphrey Soekimo gesloten. Omwonenden en toeristen zijn sedertdien verlost van de penetrante stank van het zwerfvuil langs de wegen en de onbeschrijflijke troep.
Districtssecretaris Harold Sheombarsing heeft na overleg de vuilophaler naar Ornamibo verwezen. Over twee weken wordt hier een evaluatie aan gewijd. Particulieren die zelf hun vuil naar Zoelen brachten omdat de vuilophaal hun buurt nooit aandoet, zitten nu met de handen in het haar.
De capaciteit van de vuilophaal in de diverse ressorten is ontoereikend. Twee keer per week komt er een kleine vrachtwagen langs om het vuil op te halen. Er blijft altijd vuil achter op de ophaalplaatsen in de ressorten. De kosten om het vuil helemaal naar Ornamibo te brengen vallen voor huishoudens veel te hoog uit.
Het commissariaat in Commewijne had ook aangekondigd een andere vuilnisbelt in Commewijne aan te zullen wijzen. Milieuactivisten zijn hierdoor gealarmeerd en zeggen deze plannen nauwgezet te zullen volgen. (dWR/August van Dijk)
1 juli 2006
Ondanks Rode Lijst verdwijnen steeds meer planten en dieren
De IUCN (International Union for Conservation of Nature) heeft vastgesteld dat het niet rooskleurig gesteld is met de status van planten en dieren in de wereld.
Het warmer worden van de aarde en menselijke handelingen zijn er de oorzaak van dat bepaalde organismen zoals de ijsbeer, de Hippopotamus en de engel haai (Squatina squatina) nu tot de bedreigde dieren worden gerekend.
We zijn steeds meer leven aan het verliezen op aarde. Dit is zeer duidelijk merkbaar in Centraal-Amerika en Zuid-Amerika, waar 130 kikkersoorten zijn uitgeroeid door een vreemde ziekte in combinatie met klimaatveranderingen.
Officieel zijn 784 planten en diersoorten als 'uitgestorven' verklaard. 65 soorten zijn alleen in gevangenschap of in door de mens in stand gehouden cultures te vinden.
Van de 40,177 planten en diersoorten die onderworpen zijn aan de criteria van de IUCN, zijn 16,119 geclassificeerd als te worden bedreigd met uitsterven.
Hiertoe behoren één op de drie amfibieën en een kwart van de naaldbomen in de wereld. Daarnaast verkeren één op de acht vogels en een op de vier zoogdieren in gevaar. (dWT)