Zoeken ? ( Cntrl + F )
Natuur en milieu
28 november 2006
Jachtopziener Ch. Dwarka:
‘STROPERS NOG STEEDS ACTIEF IN BIGIPAN-GEBIED’Jachtopzieners werken vaak onder barre omstandigheden ver weg van huis.Op de foto een momentopname tijdens uitvoer van controle werkzaamheden in het zwampachtige Bigipangebied.
Paramaribo - Ondanks waarschuwingen en aanhoudingen zijn volgens jachtopziener Ch. Dwarka stropers nog steeds actief in het Bigipangebied dat erg uitgestrekt is. De jagers hebben het vooral gemunt op de beschermde kustvogels die daar verblijven en dat gebied gebruiken als broedplaats.
Volgens Dwarka heeft dit gebied een grootte van circa 68.300 hectare, inclusief het land dat bedekt is door zoet en brak water, hetgeen controle van het totale gebied enorm bemoeilijkt, ook vanwege de schaarse middelen en de onderbezetting. Dwarka heeft aangegeven dat het Bigipanbeheersgebied van international belang is en een uitzonderlijk geschikte habitat is voor talrijke vogelsoorten.
Stropers zijn steeds op de loer om bij gebrek aan controle munt daaruit te slaan en de vogels neer te knallen, wat maakt dat de beesten wegtrekken en een andere locatie opzoeken, terwijl juist heel veel toeristen van heinde en verre speciaal naar dit gebied komen om de beesten in de vrije natuur te bewonderen.
Dwarka zei verder dat de stropers thans van moderne communicatiemiddelen gebruik maken waardoor het traceren van hun bewegingen stukken moeilijker wordt. Hij gaf verder te kennen dat er versterking aan Paramaribo is gevraagd om effectiever te werk te kunnen gaan.
Intussen hebben de jachtopzieners een aantal bekende “tracks” in kaart kunnen brengen van de locaties van waaruit de stropers opereren en schieten op de vogels. De jagers zien naar zeggen van Dwarka zelfs kans om tot in broedkolonies te jagen, waarbij broedende vogels gedood worden, en ook nesten met eieren en jongen verloren gaan.
Dwarka is verder van mening dat er genoeg ruimte is om het ecotoerisme in het Bigipanbeheersgebied professioneler te ontwikkelen dan slechts het organiseren van eenvoudige reizen en vistochtjes. Het toerisme, zoals dat tot nu toe via kleine “sightseeing touroperators” geschiedt, zal de plaatselijke gemeenschap echter niet veel welvaart brengen.
Zaken moeten groter en op een deskundige manier aangepakt worden om meer te kunnen verdienen uit dit gebied, vinden de LBB- jachtopzieners en coördinator Regio West, Ch.Dwarka, die samen met zijn manschappen verder probeert om het gebied te blijven beschermen met de schaarse middelen die zij tot hun beschikking hebben. (DBS)
27 november 2006
Buurtmanager ruimt trottoir Van Romondtgebouw
De buurtmanager helpt een handje mee met de opschoningswerkzaamheden.
Paramaribo - Het was een doorn in het oog van buurtmanager Keshopersad Gangaram Panday van Paramaribo-Centrum dat op het trottoir van het Van Romondtgebouw aan de Waterkant veel grof vuil werd gedeponeerd door onverlatenen.
Behalve dat de binnenstad daardoor vervuild en ontsierd werd, vormde het vuil ook een groot obstakel voor voetgangers. De buurtmanager nam woensdag dan ook het initiatief om deze troep op te ruimen.
Hierbij werd hij geassisteerd door enkele dak- en thuislozen en arbeiders uit de omgeving. Door Milieubeheer werd een truck ingezet om de troep weg te voeren. Met het oog op de komende Srefidensidey komt deze opruiming volgens de buurtmanager erg gelegen.
Daar de feestelijkheden van de Onafhankelijkheidsdag rondom de Waterkant worden gehouden is het belangrijk om de omgeving netjes te houden.
Opgeruimd staat netjes.
De buurtbewoners en de mensen die dagelijks van de weg, met name dat gedeelte, gebruik moeten maken, zeggen heel blij te zijn met het initiatief van de buurtmanager. ‘Eindelijk kunnen wij frisse lucht inademen en vrij onze weg vervolgen.'
Een standhouder aan de Waterkant is bereid om een toeziend oog te houden en elke dag de omgeving schoon te vegen.
Dit zegt hij met alle graagte te willen doen, omdat hij graag in een nette omgeving zijn producten aan de man wil brengen. Een nette omgeving is volgens hem ook gerieflijker. (DBS/Santi Sieuw)
15 november 2006
Carwashes niet vergunningplichtig
Paramaribo - ‘Er moet regulering optreden. We zijn niet tegen de vele carwashes maar het moet gereguleerd worden. We willen naar een beetje regulatie. Nu doet iedereen maar wat en hoe hij wil.’ Dit zegt de voorzitter van de Surinaamse Service Exploitanten Bond (SSEB), Robert van Dijk, aan de krant.
Volgens Van Dijk is het gebleken dat de carwashes niet vergunningplichtig zijn. Pomphouders ervaren dit als oneerlijke concurentie. Servicestations moeten wel voor haast alles belasting betalen. ‘Op het moment dat chemicalien worden gebruikt, moeten wij ervoor zorgen dat niet alles gewoon in de natuur terrecht komt.
Bij deze mensen gebeurt dat niet. Alles gaat gewoon de natuur in.’ Als volgens de SSEB-voorzitter nu niet wordt opgetreden, kan de regering straks geen ordening meer brengen in deze branche. Deze brandende kwestie is aan de minister van Handel en Industrie, Clifford Marica, voorgehouden.
Volgens Van Dijk heeft de minister toegezegd deze materie te zullen bestuderen. De resultaten van dit gesprek zijn nog niet aan de leden van de SSEB bekendgemaakt. Volgens een pomphouder aan de Kasabaholoweg kan een ieder die nu een garage bezit een carwash beginnen. ‘In Suriname is alles mogelijk’, zegt hij. ‘Je mag zeggen wat je wil, maar er gebeurt toch niets.’ (DBS/Gregory Rijssen)
14 november 2006
Nanni-kreek bron voor eco toerisme
Paramaribo - Het district Nickerie zal meer moeten putten uit de vele eco toeristische mogelijkheden die het biedt. Bij de laatstgehouden natuurexpo in Nickerie hebben velen kennis mogen maken met tal van zaken die betrekking hebben op het gebied van natuurbeheer.
Velen hebben weleens gehoord van de Nannikreek. Dit gebied dat ligt in West-Suriname biedt heel veel mogelijkheden voor toerisme. Het gebied kan makkelijk over de weg tot de Nannisluis en verder per boot bereikt worden.
DBS vertoefde recentelijk in dat gebied dat volgens informatie een grootte heeft van ongeveer 46.000 ha. Jagers en vissers uit het naburige Nickerie gebruiken dit gebied voor recreatie en commerciele doeleinden. Het unieke van dit gebied is het hoge zwampbos en de drijvende aquatische planten. Het Nannikreekgebied staat bekend om zijn vis, zeekoe en kaaiman populatie en kan derhalve ook gebruikt worden door wetenschappers voor het verrichten van onderzoek.
Er kunnen ook educatieve dagtochten en bird watching tours daarheen georganiseerd worden. De vogelpopulatie in dit gebied is ook enorm. Van de zeekoe die in het Caraibisch gebied beperkt is, komt vermoedelijk een vrij grote populatie voor in het Nannigebied.
Het Nannigebied is daarom ook meegenomen in het voorstel om het tot beschermd gebied te verklaren. Het gebied herbergt verschillende ecosystemen. Behalve een prachtige flora behelst de fauna een groot aantal spectaculaire wildsoorten wat het gebied zeer bezienswaardig maakt voor de bezoekers. Water uit dit gebied wordt ook voor de irrigatie van de rijstvelden in het district Nickerie gebruikt. (DBS)
Landbouwers merken gevolgen klimaatsverandering
Paramaribo - Landbouwers in Suriname en Guyana merken thans de gevolgen van de klimaatsveranderingen. Het is in beide landen vrij duidelijk dat er bijna geen regelmaat meer is in het natte en droge seizoen. Zij merken dat hun gewassen ook anders worden. Het is een feit dat de vreemde weersfenomenen landbouwers in beide landen zullen dwingen om waterverspilling tegen te gaan, omdat het verwachtbaar is dat de regenval niet frequent zal zijn zoals zij jaren gewend zijn. Landbouwers denken dat wij nu zitten in een verlengde droge periode.
Een van de gevolgen waarmee men zeker rekening zal moeten houden in de komende tijden is dat wanneer de regens uitblijven de landbouwers grote sommen geld aan brandstof zullen moeten uitgeven om water te pompen naar hun percelen. Overheidsinspanningen in beide landen zullen onmisbaar zijn.
De boeren zullen op tijd voorlichting moeten krijgen om het hoofd te bieden aan de dreigende klimatologische veranderingen. Het buurland Guyana heeft reeds zijn lesje geleerd tijdens de overstroming van eind 2005/2006 waarbij enorme schade is geleden. Landbouwers waren, vergeleken met nu, vroeger letterlijk in staat het weer te lezen en zo hun gewassen te planten op de geschikte momenten.
Er is een drastische ommekeer nu merkbaar vergeleken met de afgelopen tien jaren. Guyana is vooral kwetsbaar voor de gevolgen van de klimaatsverandering. Het is een ontwikkelingsland met een zogenaamde low-lying kuststrook waar zeker negentig procent van de bevolking verblijft en de belangrijke economische centra zich dan ook daaromheen bevinden. Dat wil niet zeggen dat Suriname bespaard zal blijven. Terwijl de overheid in Suriname slaapt, heeft Guyana al diverse maatregelen ondernomen om het hoofd te kunnen bieden aan klimaatsveranderingen.
Wetenschappers van het US National Oceanic & Atmospheric Administration hebben de komst van El Nino aangekondigd. Dit weersfenomeen zal zorgen voor extreme droogtes en zware regens in verschillende delen van de wereld. Echter, wetenschappers menen dat deze El Nino niet zo erg zal zijn als die van 1997 toen grote delen van Azië en Australië super droog waren en Latijns Amerika zware regens kende. El Nino zal volgens weersverwachtingen haar intrede tegen eind 2006, begin 2007 doen. (DBS)
13 november 2006
Onverlaten dumpen vuil voor onderneming
Het vuil dat gedumpt werd voor de onderneming van Malhoe.
Paramaribo - Pancham Ramesh, beheerder van het magazijn van Malhoe aan de Kwattaweg no. 31, heeft tegenover de krant zijn misnoegen geuit dat onverlaten bijna elke dag weer vuil dumpen voor het magazijn. Het is al de 4e keer dat hij het heeft opgemerkt en dat was voor hem de druppel die de emmer heeft doen overlopen, waardoor hij de buurtmanager van Paramaribo Centrum, Keshopersad Gangaram Panday, erover heeft gesproken.
Pancham houdt elke ochtend z’n hart vast, als hij naar het werk gaat om de rommel die daar zal zijn gedumpt. Hij is al moe om andermans troep op te ruimen. Hij heeft wel een vermoeden, maar zei dat de krant dat zelf moest gaan uitzoeken.
De buurtmanager heeft tegenover de krant aangegeven dat hij wel bekend is met het geval van Malhoe. Hij gaat proberen om te achterhalen van wie die troep is en hoe het komt dat het telkens weer op iemand anders’ terrein belandt. (DBS/Zahier Azizahamad)
Wetgeving basis voor bescherming plantgenetische hulpbronnen
Paramaribo - Morgen gaat er een tweedaagse vergadering van start van Tropigen, het Netwerk voor behoud en beheer van plantgenetische hulpbronnen in Tropisch Zuid-Amerika.
IICA-Procitropicos is een netwerk van het Inter-Amerikaans Instituut voor samenwerking op het gebied van de landbouw (IICA). Het netwerk is ontstaan in 1992 met participatie van Bolivia, Brazilië, Colombia, Ecuador, Guyana, Peru, Suriname en Venezuela. Guyana trok zich evenwel begin 2000 terug uit de organisatie.
Imana Power van het Celos verduidelijkt dat behoud en beheer van plantgenetische hulpbronnen, het duurzaam omgaan met levend plantmateriaal om de diversiteit te bewaren, inhoudt. De genetische eigenschappen en groeikarakteristieken worden ook geregistreerd in een databestand. Met een voorbeeld legt ze uit dat in ons land nu vooral de buitenlandse rozen worden geteeld.
“De Surinaamse roos die wij kenden wordt minder geteeld. Om de een of andere reden (commercie) zijn we deze kwijtgeraakt. Maar als je hem in de toekomst toch weer wilt gaan telen, dan moet je ervoor zorgen dat je hemhebt bewaard. Je kan hem in een lab bewaren als weefsel, of als plant/gewas in of buiten zijn normale groeiomgeving kweken.” Een reden kan zijn om een soort voort te brengen die beter bestand is tegen ziektes.
Power verduidelijkt dat bescherming van plantgenetische hulpbronnen geplaatst kan worden tegen de achtergrond van voedselveiligheid, armoedebestrijding en gewasbescherming. Voor het concreter beschermen van ons eigen genetisch plantmateriaal, zijn er nu wetten nodig. “Het is absoluut belangrijk omdat andere landen er met jouw plantmateriaal vandoor kunnen gaan en patent daarop vestigen.
Als dat plantmateriaal om een of andere reden niet meer of onvoldoende beschikbaar is in jouw land en het in de toekomst als basis zou kunnen fungeren in onderzoek, dan zou je voor materiaal betalen, dat in feite uit jouw eigen bos afkomstig is. Om deze reden is het dus van groot belang dat Suriname beschermende maatregelen treft.”
Aan de vergadering van Tropigen in Paramaribo zullen naast lokale wetenschappers van het Celos, de Anton de Kom Universiteit van Suriname en het Landbouwproefstation, ook onderzoekers van Bolivia, Embrapa-Brazilië, Corpoica-Colombia, Ecuador, Peru en INIA-Venezuela participeren. Er is ook een vertegenwoordiger van het IPGRI, het Internationaal Instituut voor Onderzoek in plantgenetische hulpbronnen. (dWT/Martin Redjodikromo)
11 november 2006
‘Wie niet wil werken, moet worden opgedonderd’
Paramaribo - Vol ergernis heeft Adeliene (73) afgelopen woensdag enkele werknemers van Milieubeheer gadegeslagen.
“Ze zijn vroeg ‘s morgens gekomen, hebben de trucks opgesteld en begonnen na een half uur te rijden. Om kwart over tien ging de eerste truck weg en kwam niet terug. De tweede en de derde truck kwamen één keer terug en daarna niet meer”, klaagde Cheng-Anjun.
“Traag werd het vuil op de trucks geladen en over tienen zei een man op de eerste truck al dat hij wegging, want hij had al hard gewerkt. Die anderen hebben hun handen en voeten gewassen en hebben zeker twee uren op de stoep aan de overkant gezeten voor ze weggingen.”
Cheng-Anjun is coördinator van de buurtorganisatie van de Stoelmanstraat en heeft samen met enkele actieve buurtbewoners de schoonmaakactie op touw helpen zetten. Ze stoorde zich eraan dat de buurt ‘aan het eind van de dag’ nog was opgescheept met haar vuil. “De hele buurt zit te wachten, want ze hebben alle troep op straat. Ze willen maar één keer werken, dan is het afgelopen.
We moesten over en weer bellen, want er stond overal vuil. Als ze het werk niet willen doen, moeten ze het ook niet aannemen. Dit moet gerapporteerd worden, want zo kan het niet. Waarom zijn die mensen zo lui? Ze moeten opgedonderd worden als ze niet willen werken”, zei ze verontwaardigd, terwijl ze naar het afval aan de overkant wijst. “Kijk die bergen vuil! Cobo haalt het ijzer op en zij rijden nu al hun vijfde vracht.”
Ruben Leter, hoofd van de Straatdienst van Milieubeheer, zegt desgevraagd dat het aantal keren rijden, afhankelijk is van de afstand tot de vuilstortplaats te Ornamibo. “De trucks rijden van acht uur ‘s morgens tot drie uur ‘s middags en kunnen hooguit twee tot drie vrachten rijden, omdat ze op Ornamibo nog in de rij moeten staan om het vuil te dumpen.
Alle vuil in één dag opruimen is dus onmogelijk.” Hij verwijt de eerste truckchauffeur wel plichtsverzuim. “Het is gerapporteerd en de volgende dag (gisteren) zijn wederom twee trucks ingezet om de rest van het vuil op te halen. (dWT/Daniëlla Tauwnaar)
Vissers vrezen vernietiging visstand na baggeren Surinamerivier
Nieuw-Amsterdam - De Maritieme Autoriteit Suriname (MAS) hield donderdag in het minivisserijcentrum te Nieuw-Amsterdam een discussiebijeenkomst over gevolgen van het voorgenomen baggeren van de Suriname-rivier. Op deze bijeenkomst hebben vissers hun bezorgdheid geuit over negatieve invloeden van het baggeren op de visstand. Ongeveer vijftig vissers, voor het merendeel Guyanese, was op deze tweede zitting afgekomen.
De visser Hemraadj Samaroo zei dat door de grote snelheid waarmee loodsboten en zeeschepen door de vaargeul scheuren, er veel schade ontstaat aan boten die afgemeerd liggen en aan oeverwallen en steigers. Hij vreest dat die problemen na het baggeren zullen toenemen. Ralph Lall, die booteigenaar is, vroeg of baggeren de enige optie is om grote schepen te kunnen accommoderen in onze havens. Hij is bang dat door het baggeren de visstand in de Surinamerivier onherstelbaar vernietigd zal worden.
Hij haalde het voorbeeld aan van een visserijcrisis ontstaan door het baggeren in de Berbiceriver. Guyanese vissers zochten toen hun toevlucht in Suriname. Visverwerker Hugo Breinburg vroeg of de bagger voor grondverbetering kan worden gebruikt en waar hij zal worden geloosd. Ook wilde hij weten welke invloeden het baggeren op garnalenfarms bij de riviermondingen zal hebben.
Voor de eerste vraag verwees Eddy Fitz-Jim, projectleider, naar regels en voorschriften te hanteren bij het beloodsen van zeeschepen in de vaargeul en de controle van de MAS hierop. Op de vraag van Lall reageerde Ve-ronica Brooms, consultant bij SRK, verantwoordelijk voor het begeleiden en controleren van milieueffecten.
Volgens haar informatie heeft Berbiceriver-operator, Bos Kalis, geen milieueffectenonderzoek voorafgaand aan het baggeren aldaar laten uitvoeren. Het verdwijnen van de vis uit Berbiceriver zou dus andere oorzaken kunnen hebben zoals het lozen van giftige afvalstoffen in die rivier. Fitz-Jim voegde eraan toe dat mede in verband met garnalenkwekerijen, diepgaand onderzoek naar de water- en baggerkwaliteit wordt uitgevoerd.
De baggermethode die zal worden gebruikt veroorzaakt minimale turbulenties in het water waaronder de visstand in de Surinamerivier nauwelijks zal lijden, gaf Fitz-Jim aan. De bagger kan na laboratoriumkeuring en een milieutest, eventueel als ‘landfill’ worden gebruikt. (DBS/August van Dijk)
3 november 2006
Dr. Louise Zuilen tijdens Dies Natalis:
‘Afvalstoffenmanagement privatiseren’
Paramaribo - ‘Door een snel groeiende stedelijke ontwikkeling komt het afvalstoffen-managementsysteem steeds meer onder druk te staan. Het onderhouden van een adequaat afvalstoffen-managementsysteem is een kostbare zaak.’
Dit zei dr. Louise Zuilen tijdens de 83e Dies Natalis van de Universiteit. De titel van de lezing was ‘Privatisering van het afvalstoffen management systeem in Suriname. De oplossing voor ons afvalprobleem?’. Volgens Zuilen is het belangrijk de private sector te betrekken in het afvalstoffenmanagementprobleem.
Zo blijkt dat de overheid niet de financiele middelen heeft om dit probleem te managen, waardoor zij ook geen investeringen kan plegen. Ook heeft het bestaand systeem van de overheid te kampen met een lage productiviteit, inadequate supervisie, verouderde equipment, bureaucratie en een te groot personeelsbestand.
Uit de lezing kwam duidelijk naar voren dat de private sector deze problemen beter het hoofd kan bieden. Maar uiteindelijk blijft de finale verantwoordelijkheid toch bij de overheid. ‘Het is de overheid’ zegt Zuilen, ‘die zal garanderen dat de activiteiten werkelijk worden uitgevoerd. En dat aan de standaarden wordt voldaan in termen van betrouwbaarheid, efficientie en milieubescherming via monitoring.’ (DBS)
2 november 2006
Natuurbeheer organiseert Expo in Nickerie
Paramaribo - Natuurbeheer dat valt onder het ministerie van Ruimtelijke Ordening, Grond- Bosbeheer, zal samen met de WWF van 6 - 10 november een expositie houden in Nickerie. Dit deelde Astrid Moor DBS mee. Deze expositie zal gaan over de voorgestelde beschermde gebieden in het Noord-West gebied van ons land.
In oktober is er reeds een hearing hieromtrent gehouden in Nickerie. Tijdens deze hearing zijn er voorstellen gedaan om het Nannigebied tot natuurreservaat te maken, Mac Clemen- en Snake Creekgebied tot bosreserves en het tussenliggend gebied tot in Noord-West Suriname tot beheersgebied te verklaren.
Astrid Moor gaf verder aan dat deze expositie voor de GLO, VOJ en VOS scholen toegankelijk zal zijn, maar dat belangstellenden ook van harte welkom zijn. De uitnodigingen naar de scholen zijn reeds de deur uitgegaan. Natuurbeheer zal proberen om in de toekomst dit soort expo’s ook in de verre polders te brengen. Ch.Dwarka, coördinator van jachtopzieners in Nickerie, zei dat deze expo al in september in Apoera is gepresenteerd en dat het nu de beurt is aan Nickerie.
Voorts zullen ook de plaatsen Wageningen en de inheemse dorpen Post Utrecht en Cupido worden aangedaan, zodat ook die mensen geïnformeerd worden over het Noord-West Suriname gebied. Naast de expositie zullen mensen van de afdeling Natuurvoorlichting ook presentaties verzorgen aan de bezoekers van deze natuur expo. (DBS)
Vuilnisbelt Ornamibo blijft
Paramaribo - De vuilnisbelt op Ornamibo wordt niet verplaatst. Ten minste niet binnen de korste tijden als naar de minister van Openbare Werken, (OW), Ganeshkoemar Kandhai wordt geluisterd. ‘Er wordt op dit moment gewerkt om het aangeboden vuil te verwerken en af te dekken met een zandlaag,zodat wij een aantal probemen hebben verholpen.
Wat wij in de toekomst zullen doen is om de hele vuilstortplaats her in te richten naar internationale standaarden om het leefklimaat van de mensen in de buurt te verbeteren’, zegt de OW-minister. Hij somde de problemen van de stank in de buurt, de vliegenplaag en het probleem van de rapers op die na de herinrichting zullen verdwijnen.
Echter worden naar internationale standaarden vuilstortplaatsen niet in bewoonde kommen aangelegd. Ook geeft de minister van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu, Joyce Amarello-Williams, aan dat volgens een NIMOS-rapport de vuilstortplaats Ornamibo totaal misplaatst is. De bodemgesteldheid en de waterhuishouding maken dat Ornamibo totaal ongeschikt is.
Op de vraag van de krant waarom de vuilstortplaats niet naar een andere lokatie verhuist, gaf de bewindsman plotseling hakkelend te kennen niet te weten wanneer. Ook geeft de minister plotseling een heel andere draai aan het bovenstaand verhaal door te stellen dat hij nimmer heeft gezegd dat de vuilstortplaats op dezelfde lokatie blijft.
‘De voorzieningen worden getroffen om op een milieuvriendelijke wijze te storten, te verwerken en te beheren. Dat wil niet zeggen dat de vuistortplaats daar blijft. Dat heb ik niet gezegd. Ik kan u nu niet een concreet antwoord geven of ik binnen twee maanden of binnen tien jaren een andere vuilstortplaats heb.
Er wordt op dit moment gewerkt om de situatie die zich op dit moment voordoet, in een betere conditie te doen komen. Ook voor de mensen die daar wonen. En voor ons als overheid hebben we een plaats waar we ons vuil kwijt kunnen.’ (DBS/Gregory Rijssen)
Minister Amarello-Williams:
‘Ligging vuilstortplaats niet juist’
ATM-minister Joyce Amarello-Williams.
Paramaribo - ‘Wat wij van het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu, (ATM), kunnen en willen doen, is het ministerie van Openbare Werken (OW) in deze fase ondersteunen.’
De bewindsvrouwe geeft aan dat de ligging van de vuilstortplaats niet juist is en dat die te dicht bij een waterweg is. Ook voor wat betreft de bodemgesteldheid zou de vuilstortplaats niet op de juiste plek staan. De bodem is van zand, dat water doorlaat.
Vandaar dat men moet uitkijken naar een plaats met liefst een klei onderlaag. Er zijn verschillende consultants geweest die rapporten hebben uitgebracht en adviezen gegeven over de vuilstortplaats. Eén van de adviezen betrof de inrichting van de plaats. Het Nimos gaf ook aan dat de ligging van de vuilstortplaats niet juist is. Of OW daaraan voorbij is gegaan, weet de bewindsvrouwe niet. Ze zou haast denken van wel. (DBS/Zahier Azizahamad)
1 november 2006
Milieubeheer haalt platte goten op
Paramaribo - Het Directoraat Milieubeheer is momenteel intensief bezig met de schoonmaak van de platte, ook wel genoemd straat - of V- goten en kolken in Paramaribo en omgeving. Hiertoe is Milieubeheer overgegaan omdat er een heel grote achterstand is in het onderhoud van deze afwateringswerken, wat bij regens vaak leidt tot het onderlopen van delen van Paramaribo en buitenwijken.
In deze speelt ook het feit dat niet duidelijk is welke instantie, Milieubeheer of Openbare Werken, voor het onderhoud moet zorgen. Hoe groot de achterstand is blijkt uit het vele zand dat dagelijks door arbeiders wordt verwijderd en in pick-ups geladen.
Op afstanden van nog geen 200 meter tussen de ene en de andere kolk worden binnen korte tijd pick-ups met een laadbakinhoud van 2,5 cub volgeladen met zand, dat vervolgens wordt gedumpt op het terrein van Milieubeheer aan de Kernkampweg, zegt beleidsmedewerker Rambali. Na afstemming met de directeur wordt dit zand gebruikt voor het dichten van gaten in zandwegen of ophogen van platte bermen.
Het directoraat wil in deze periode van droogte zoveel mogelijk platte goten schoonmaken. Bij deze werkzaamheden worden ook direct meegenomen de aangrenzende parkeerplaatsen, voet, fiets- en looppaden, waardoor het geheel een nette aanblik krijgt. De werkzaamheden zijn gestart op 18 september en zullen zolang het weer het toelaat, uitgevoerd worden. Momenteel vinden deze plaats in de ressorten Beekhuizen, Zorg en Hoop, Flora-A, Flora-B en Centrum. (DBS)
Buurtbewoners niet happy met vuilstortplaats Dahoe
Paramaribo - Bewoners van de Tout Lui Fautkanaalweg en omgeving uitten tegen DBS hun ernstige misnoegen over het feit dat de ondernemer Murphy Dahoe een perceel van drie hectare in de buurt heeft voorgesteld voor het storten van vuil. Volgens Kenneth Soekhoe, die namens de bewoners spreekt, heeft de ondernemer reeds anderhalf jaar terug het voorstel gedaan voor het storten van vuil op zijn perceel.
Het gaat hierbij in feite niet om een stuk perceel, maar om een grote diepe kuil die is overgebleven van graafwerkzaamheden die op het perceel zijn verricht. De bewoners kunnen zich beslist niet voorstellen op grond waarvan de ondernemer het voorstel doet om zijn perceel als vuilstortplaats te doen fungeren, vooral tegen de achtergrond dat het hierbij om een dichtbevolkte buurt gaat.
Op nog geen 10 meters verwijderd van de betreffende plek is een gezin woonachtig. Verder bevinden zich vier projecten op nog geen 500 m afstand van die plek. Deze projecten worden door vele tientallen personen bewoond.
De Poeran Somariaweg, de Nordenweg, de Jai Krishneweg, bekend als het Kandhaiproject, en nog tal van andere straten vallen hieronder. Verder zijn er in de buurt tal van ondernemingen, waaronder een houthandel, een bouwbedrijf, een meubelbedrijf en vele winkels. Deze zijn op ongeveer 200 meter afstand verwijderd.
En niet te vergeten de zondagse markt aan de Martin Luther Kingweg. Soekhoe gaf de krant mee dat de bewoners anderhalf jaar terug in collectief verband een schrijven hadden gericht aan het ministerie van Openbare Werken om het voorstel dat indertijd was gedaan, van de baan te schrappen.
Daarin stond duidelijk opgenomen de ongezonde hygiënische situatie die gepaard gaat met het creëren van een vuilstortplaats in een bestaande dichtbevolkte buurt. De bewoners doen wederom een dringend beroep op de instanties het aangehaalde ernstig in acht te nemen, voordat er wordt overgegaan tot het creëren van een vuilstortplaats. (DBS/Asha Bhagwat )