Archief


Zoeken ? ( Cntrl + F )

Natuur en milieu


26 december 2006

Afzien op Brownsberg

De Brownsberg behoort tot de meest gewilde bestemmingen voor vakantiegangers en Surinamers die even buiten de stad willen bijkomen. De natuur is daar van ongekende schoonheid en je kunt er volledig tot rust komen. Maar het vergt wel enig doorzettingsvermogen om er een leuk bezoek van te maken. Met dank aan de Stichting Natuurbehoud Suriname (Stinasu).

Familie uit Nederland op bezoek, dus niets is logischer dan een weekeinde Brownsberg te plannen. Het door Stinasu beheerde natuurpark ligt op acceptabele afstand van de stad, is per eigen vervoer bereikbaar en biedt bezoeker een prima kijk op de overweldigende Surinaamse natuur.

Maar het is ook een populaire bestemming, zo blijkt tijdens de poging om één van de stoffige huisjes te reserveren. 'Alles is vol', zegt de dame van Stinasu echter door de telefoon, twee weken voor de beoogde trip. Balen natuurlijk, maar gelukkig nog wel een andere logeerplek aan de voet van het stuwmeer gevonden. Om het verblijf daar uiteraard te combineren met een paar uurtjes op de berg.

Maar dat laatste blijkt afzien geblazen te zijn. De weg die naar de top leidt, is nagenoeg onbegaanbaar. Oké, het is de nasleep van regentijd dus een stevige plas en een beetje modder is te verwachten, maar hier is sprake van een weg waar geen hond de laatste maanden de moeite heeft genomen om deze enigszins rijdbaar te houden.

Met twee terreinwagens naar boven is geen overbodige luxe. Want zelfs met een vierwiel aangedreven bak is de kans groot dat je, als het flink heeft geregend, hopeloos vast komt te zitten. Dan ben je in ieder geval nog in staat om elkaar uit benarde posities te redden. Wie het gewaagde avontuur naar boven met succes afrondt, wacht een nieuwe uitdaging: de receptie. Hoewel je onopgemerkt gerust een dagje bij de paradijselijke watervallen kunt vertoeven zonder ook maar door iemand te worden opgemerkt, besluiten we deze keer ons keurig aan te melden en de kas van Stinasu te spekken.

De dame in het stoffige kantoortje lijkt niet blij met nieuwe gasten. Het vergt immers heel wat inspanningen om een paar toegangsbewijzen te pakken en een optelsom te maken. 'Bent u ingezetene of niet-ingezetene?', vraagt ze. Het blijkt dat mensen van buiten 12 SRD dienen neer te tellen, en ingezetenen 8 SRD. Het waarom van het verschil weet ze niet uit te leggen. Toegangsbewijzen voor de buitenlanders heeft ze overigens niet, die moeten het doen met een kinderkaartje van 4 SRD. Ook het toegangsbewijs voor de auto is niet meer van deze tijd: de Sf 5.000 is doorgestreept en vervangen door 7 SRD.

Plotseling doet ze een ijdele poging de ideale gastvrouw uit te hangen. 'We hebben helaas geen folders meer van de Brownsberg, maar ik heb er nog een van Galibi.' Daar zit je echt op te wachten als je je opmaakt voor een paar stevige wandelingen in een reservaat dat dik 150 kilometer verderop ligt. Als pleister op de wonde krijgen we een paar slordige A4-tjes over de Brownsberg. In het Engels, dat wel. Kennelijk hebben de Stinasu-medewerkers het te druk om de Nederlandstalige versie te kopiëren.

'Wat jammer dat alle huisjes vol zijn, we hadden graag een paar nachten hier gelogeerd', zeg ik nadat alle rompslomp achter de rug is. 'We zijn helemaal niet vol, alleen een huisje is bezet', zegt de vrouw nonchalant. Er blijken geen annuleringen te zijn geweest, dus kun je niet anders concluderen dat op het Stinasu-kantoor in Paramaribo de administratie niet helemaal in orde is. Van een telefoontje na terugkeer word je ook niet veel wijzer. Niemand weet iets, niemand begrijpt iets, laat staan dat iemand duidelijkheid kan verschaffen over het mysterie van de niet volle huisjes.

De overlevingstocht is echter nog niet ten einde. Als een van de jeugdige leden van het gezelschap het bij een onbezonnen actie bij de Ireneval voor elkaar krijgt zijn kleine teen uit de kom te laten schieten, is een strompeltocht naar de EHBO-post onvermijdelijk. Ter plaatse is de dienstdoende medewerker niet genegen uit zijn hangmat te komen. 'Hou je voet eens wat hoger, ik kan zo niks zien', zegt hij vermoeid. 'Tja, daar moet een verbandje om', zo luidt zijn diagnose. Nu moet hij wel uit de hangmat komen, maar dat kost hem opvallend veel moeite.

De top van de Brownsberg is inmiddels overspoeld met een buslading luidruchtige Hindoestanen. Opmerkelijk overigens hoeveel Hindoestanen in zo’n bus komen en dat het voertuig de hachelijke tocht naar boven op eigen kracht heeft gehaald. Nog opmerkelijker is echter de berg afval die vanuit de bus naar buiten wordt gegooid tijdens een schoonmaakactie van de chauffeur. Lege flesjes, etensbakken, papiertjes en andere milieuvervuilende zaken, vliegen van alle kanten door de raampjes en vormen na de poetsbeurt een harmonieuze ovaalvormige cirkel rond de bus.

De dame van de receptie kijkt gelaten toe. Het afval en de herrie uit een gettoblaster deren haar schijnbaar niet. Waarschijnlijk heeft ze zelf nog nooit de brief die ze aan de bezoekers uitdeelt gelezen, waarin staat vermeld wat je allemaal wel en niet mag. En dat je vooral je afval niet in de natuur moet flikkeren en toch op zijn minst enige stilte in acht moet nemen om het wild niet de stuipen op het lijf te jagen. Maar ja, de tekst is in het Engels. En het is wel érg vermoeiden om dat te begrijpen. (Surined)


22 december 2006

LBB pakt illegale leguanenstropers

Paramaribo -  LBB -jachtopzieners van Nickerie zijn woensdagavond op het spoor gekomen van drie Guyanezen die illegaal in Nickerie vertoefden om leguanen te vangen.

Jachtopziener M.Kanhai deelde DBS mede dat het niet de eerste keer is dat Guyanese leguanenstropers zich op Surinaams grondgebied begeven om leguanen te stropen om die tegen fikse bedragen door te verkopen in Guyana.

Kanhai die samen met nog enkele manschappen op reguliere controle was te Zeedijk, waar er onlangs borden zijn geplaatst dat het gebied beschermd is, zag in het donker een van de mannen die probeerde te vluchten.

Een snelle actie van de jachtopzieners heeft geleid tot de aanhouding van drie illegale Guyanese leguanenstropers met in hun bezit 23 leguanen die zij vermoedelijk in dat gebied hadden gevangen.

Kanhai heeft ook gezegd dat de jacht op leguanen nu gesloten is. LBB’s Regio West Coordinator Ch.Dwarka voegde aan toe dat het vaker voorkomt dat Guyanezen ons grondgebied betreden en erger nog dat zij ook zo maar op erven en percelen gaan zonder dat iemand ze wat zegt.

Hij roept de bevolking op om steeds alert te zijn op dit soort figuren. De mensen moeten geen hand- en spandiensten verlenen aan dit soort mensen, zei Dwarka. Volgens hem bestaat er en lucratieve handel in leguanen in Guyana.

De drie mannen zijn intussen overgedragen aan de politie. Gewestelijke Politie Commandant Kenneth Bruining heeft gezegd dat ze een fikse boete te wachten staat. (DBS)


16 december 2006

Wim Udenhout:

Braziliaans natuurbeschermingsbeleid moet Suriname aanmoedigen

Paramaribo - Het Braziliaans initiatief om een stuk regenwoud net zo groot als Suriname tot beschermd natuurgebied uit te roepen, moet Suriname aanmoedigen om meer delen van zijn grondgebied tot beschermd reservaat te verheffen.

“Gebieden worden niet beschermd tegen mensen, maar juist om hun bestaanszekerheid te garanderen. Het is immoreel om mensen te vragen de natuur te beschermen, terwijl ze hun kinderen niet kunnen voeden”. Aan het woord is Wim Udenhout, directeur van Conservation International Suriname (CIS).

Natuurbescherming is een ontwikkelingsvraagstuk en daarom moet harmonisatie gevonden worden tussen dit punt en de mens. “Er moet interactie zijn tussen sociaal-economische ontwikkeling, de populatiedruk en bescherming van de natuur”.

Suriname moet zich volgens Udenhout afvragen waarom een in principe arm land als Brazilië afstapt van de traditionele kijk op het regenwoud. Dit heeft te maken met de nieuwe kijk op economische ontwikkeling. “Suriname moet natuurbescherming plaatsen tegen het licht van lange termijn economische ontwikkeling. (Traditionele) gemeenschappen mogen hun activiteiten voortzetten als die niet in conflict zijn met natuurbeschermingswetten.

Udenhout vindt bijval van zijn collega Dominiek Plouvier, regionaal directeur van WWF-Guianas. “Het voorbeeld dat door de Braziliaanse overheid, aanverwante instituten en WWF-Brazilië gegeven is met de instelling van deze parken, biedt aan de Surinaamse overheid nieuwe kansen tot de instelling van meer beschermde gebieden in het zuidelijk deel van het land. WWF Guianas zal de nodige ondersteuning blijven geven voor de bescherming van de biodiversiteit van Suriname en daardoor de sociaal-economische ontwikkeling van de mensen in Suriname”, zegt Plouvier.

Het land heeft nu meer dan twee miljoen hectare land formeel uitgeroepen tot beschermd gebied, en nog eens 100.000 hectare staat op de nominatielijst. Het Sipaliwini Natuur Reservaat is het enige beschermde gebied dat verbonden is met het Braziliaanse netwerk van beschermde gebieden. In januari 1996 ratificeerde Suriname de Conventie voor Biologische Diversiteit, die bescherming, duurzaam gebruik en verdeling van de voordelen die voorvloeien uit het gebruik van de biodiversiteit, verplicht.

Met de instelling van meer dan zestien miljoen hectaren aan nieuwe beschermde gebieden in het noorden van Brazilië, maakt dit land een reuzenstap voorwaarts in de bescherming van het Amazone regenwoud. Dit netwerk van beschermde gebieden, dat aan de zuidgrens van Suriname ligt, zal het grootste aaneengesloten beschermde gebied in de wereld vormen, dat aansluit op het Toemoek Hoemaknationaal park. Verder zal deze mozaïek die loopt door het land van inheemsen, verbonden worden met andere beschermde gebieden in de staten Roraima en Amazonas.

Udenhout herinnert eraan dat de landen op het Guyanaschild in 2002 afspraken hebben gemaakt om hun beleid over natuurbescherming op elkaar af te stemmen voor een meer regionale benadering van de zaak. Deze aanpak is niet alleen effectief, “maar als regio kan je makkelijker gehoor vinden bij internationale ontwikkelingsinstituten zoals de Wereldbank en de Verenigde Naties”, legt de CIS-directeur uit.

Bescherming van het Amazonewoud betekent bijdragen aan het veiligstellen van drinkwater, de vermindering van de koolstofdioxide in de atmosfeer, en het tegengaan van verdere stijging van de temperatuur op aarde. “Als mensen de natuur vernietigen, ondermijnen ze hun eigen bestaan op lange termijn.” (dWT/Vernon Texel)


13 december 2006

Buurtmanager Henry Kia:

‘Bewoners Kweeklust dumpen alles in trenzen’

Behalve langs de trenzen in het project dumpen de Kweeklusters ook van alles in de Spoorsloot. Hier kunt u dat duidelijk zien.

Paramaribo -  Haast alle trenzen in Kweeklust geven een verwaarloosde aanblik. De meeste trenzen zijn overwoekerd, zitten vol huihoudelijk vuil en wat de situatie nog erger maakt zijn de kokers die op een ondeskundige manier zijn geplaatst.

Het resultaat is het onderlopen van het project bij haast elke regenval. ‘Die mensen weten met welke problemen ze hier kampen. Dus het is de taak dat ze hun attitude veranderen en zelf bepaalde dingen onderhouden.’ Buurtmanager van Pontbuiten, Henry Kia, is hier aan het woord.

Hij heeft een gruwelijke hekel aan het gedrag van de ‘Kweeklusters’ wanneer zij lukraak van alles langs en in de trenzen van het project dumpen. ‘Als je ziet wat men in de goten gooit: petflessen, ijskasten en wasmachines. Alles wat ze maar kunnen gooien.

Soms gooit men deze dingen langs de goot en van tijd tot tijd belanden ze dan in de goot.’ Echter, de buurtbewoners gevn hun ‘buurman’ de schuld. ‘Als zij hun goot hadden schoongemaakt’, wijzend naar zijn buur, ‘dan hadden we misschien dit probleem niet’, verwijt een bewoner zijn buur. Zijn erf en dat van zijn buur liggen onder water.

Behalve dat de trenzen niet worden onderhouden, moeten bepaalde delen wel door de overheid worden opgeschoond. Maar bepaalde huizen zijn in het verleden dicht langs de trenzen gebouwd waardoor een graafmachine die plekken niet kan opschonen. Binnen niet al te lange tijd zal het ministerie in ressort Pontbuiten starten met een grootscheeps afwateringsproject. (DBS/Gregory Rijssen)
 

8 december 2006

Hoog kwikgehalte rond stuwmeergebied

Paramaribo - Het kwikgehalte in sediment, vis en water in en rond het stuwmeergebied is erg hoog. In sommige gevallen is zelfs een vier keer hoger gehalte gemeten dan de toegestane norm van 0,05 microgram per kilogram.

Grote boosdoener is de illegale goudwinning die zich aan het ontwikkelen is van kleinschalig naar een middelgrote schaal.

Ontbossing, landdegradatie, troebel water, toename van het kwikgehalte en verandering in de vispopulatie zijn enkele van de gevolgen hiervan.

Deze gegevens zijn gisteren gepresenteerd door Paul Ouboter, voorzitter van de Nationale Zoölogische Collectie van Suriname. Hij had de leiding over een onderzoek naar kwikvervuiling in water-ecosystemen in Suriname.

Tijdens dit onderzoek is een overzicht gemaakt van de kwikvervuiling in de Greenstone Belt om na te gaan welke gebieden het meest hierdoor zijn aangetast. De Greenstone Belt is een gebied dat zich uitstrekt van Midden- tot Oost-Suriname. Verondersteld wordt dat daar de meeste goudvoorkomens van het land zijn.

Volgens Ouboter is het probleem van troebel water veel ernstiger dan kwik, omdat deze stof bij inname het lichaam snel kan verlaten. Ernstig vertroebeld water is daarentegen niet meer geschikt voor consumptie. “Dit betekent chaos in het natuurlijk milieu en de biodiversiteit”, legt hij uit.

Ouboter stelt voor de goudwinning te reguleren om het probleem in te dammen. Ook ziet hij als mogelijke oplossing het verbieden van de import en het gebruik van kwik. Dit kan echter leiden tot smokkel. Daarom wordt gepleit voor het introduceren van alternatieve winningsmethoden.

Gisteren vond er ook een presentatie plaats van de onderzoeksresultaten van een andere studie die zich richtte op capaciteitsopbouw voor duurzaam bosbeheer. Beide studies zijn gefinancierd door het Wereld Natuur Fonds, WWF. Volgens Robert Tjien Fooh, docent aan de Technologische Faculteit van de Anton de Kom Universiteit, bestaat er nog steeds weinig belangstelling voor de studie Bosbouw.

Een groot probleem, aangezien de meeste bosbouwkundigen al aardig tegen de pensioengerechtigde leeftijd aanleunen. Dominique Plouvier, WWF-vertegenwoordiger in Suriname, hoopt dat er snel verandering hierin komt.

“Er is veel bos en biodiversiteit in Suriname en daarom is het belangrijk dat mensen zich hiervoor scholen”. In de toekomst ziet hij ook veel werkgelegenheid in de sector. Hij garandeert daarom dat het WWF de activiteiten op dit gebied zal blijven ondersteunen. (dWT/Vernon Texel/foto: Hijn Bijnen)


5 december 2006

Bossen bij efficiënte aanpak over 60 jaar nog productief

Paramaribo - Door efficiënt te werken zal Suriname over zestig jaar nog steeds productiebossen hebben.

Reduced impact logging (RIL) als onderdeel van duurzaam bosbeheer, is één van de methoden van houtkap, waarbij schade aan omliggende bomen en vegetatie wordt verminderd.

Bij deze methode gaat het om een goede planning van de houtoperatie, waarbij alle aspecten voor de veiligheid van de veldwerkers, de kosten en het milieu in acht worden genomen.

Bij toepassing van de principes van RIL wordt niet alleen de efficiëntie van het bedrijf verhoogd, maar ook de kwaliteit van het geoogste product.

Donderdag is door WWF Guianas de video Reduced Impact Logging aan het publiek gepresenteerd. De video is bedoeld om het algemeen publiek, maar in het bijzonder de houtconcessionarissen en operators, inzicht te verschaffen in het uitoefenen van bosexploitatie, via technieken die de impact op het bos verminderen.

Bij de introductie waren vertegenwoordigers van de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht (SBB), concessionarissen, het Jan Starke Opleidings- en Ontspannings Centrum, Conservation International, Suriname Conservation Foundation, het Natin en het Forest Training Center Inc. van Guyana aanwezig.

Om de biodiversiteit van het Guyanaschild duurzaam te beschermen heeft WWF Guianas in zijn bossenprogramma ook aandacht voor bestendig bosbeheer en het promoten van technieken die de exploitatie van onze bossen niet alleen ecologisch verantwoord, maar ook efficiënter maken.

In een reeks van informatieve activiteiten die worden ontplooid in samenwerking met verschillende actoren uit de houtsector in alle drie Guyana’s heeft WWF Guianas de instructievideo als onderdeel hiervan geproduceerd. De opzetkosten voor RIL zijn aanvankelijk hoog, maar die worden terugverdiend door de vergrote efficiëntie van de houtkap-operatie.

De behoefte aan verhoging van de efficiëntie en educatie in de houtsector is groot. Vandaar dat WWF Guianas en zijn partners, het Platform Houtsector en de SBB, RIL-trainingen zullen verzorgen die binnenkort van start gaan. WWF Guianas beijvert zich om de biodiversiteit van de Guyana’s te behouden voor het welzijn van deze generatie en toekomstige generaties. (dWT)


Vuilcontainer Latourweg zorgt voor enorme stank

Paramaribo - Langs de Latourweg zorgt een tjokvolle vuilcontainer voor een enorme stank. Het betonnen gevaarte geplaatst door het ministerie van Openbare Werken, raakt sneller overvol dan er wordt opgeruimd. Burgers laten hun afval daarna rondom de bak, op het trottoir achter.

Ook tuimelen de zakken vuil gewoon van de gevormde berg. Dichtbij de bak staat een bushuisje, de Latourkerk der EBGS, een voetbalveld en enkele meters verder het dienstencentrum van Telesur. Voetgangers doen de oversteek om niet te hoeven lopen langs de ton, die midden in een vieze zwarte massa zit. Ook automobilisten ontkomen niet aan de vreselijke geur.

Naast de reguliere vuilophaaldienst aan huis, begon OW midden dit jaar aan een pilotproject om zwerfvuil zo goed mogelijk te verwerken. Voor de ophaal en verwerking zorgt het ingehuurde bedrijf M-VOVO. Op zes strategische punten werden betonnen containers geplaatst, zodat burgers geen zakken op hoeken van straten hoeven te dumpen. Evenwel raken de bakken gauw gevuld.

Onderdirecteur Vuilverwerking Bholanath Narain zegt desgevraagd dat de controle op de vuilverwerking is opgevoerd. De containers worden naar zijn zeggen dagelijks geledigd. “Het gaat de goede kant op,” vindt de OW-topper. Bij het managen van het vuilverwerkingsproject wordt de hulp ingeroepen van de buurtmanager en de politie om de onverlaten die vuil rond de bakken dumpen, te corrigeren.

Bedrijven werken ook mee door tonnen te plaatsen bij hun winkels en plastic te recyclen. Daarnaast bestaat in samenwerking met het ministerie van Justitie en Politie het plan om personen op te leiden voor buurtwerk. Vervuilers die worden gesnapt, worden nu reeds bij proces-verbaal opgebracht door de politie. Narain stelt evenwel voorstander te zijn van zware sancties om de mentaliteit van burgers om te buigen. (dWT/Fenny Zandgrond)


1 december 2006

Trainingen voedselveiligheid en zekerheid in de lift

Enkele deelnemers tijdens de afronding van de training

Paramaribo -  De training in voedselveiligheid en kwetsbaarheidanalyses die dinsdag van start is gegaan in de vergaderzaal van het Landbouwproefstation van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij, is gisteren afgerond.

22 Deelnemers uit verschillende sectoren hebben hun certificaat in ontvangst mogen nemen. Het betreft de ‘National Training Workshop on Food Security and Vulnerability Analyses’ die is georganiseerd door het ministerie van LVV in samenwerking met de FAO, CNFI en PAHO.

Volgens Ballayram, senior economist van de CFNI, maakt deze training deel uit van een groter project, namelijk ‘Promoting Caricom, Cariforum Food Security Project’. Vooral in de Caribische landen wordt er uitvoering gegeven aan dit project.

Het verzorgen van trainingen is volgens Ballayram een ‘ongoing process.’ Hij legde vooral de nadruk op de liberalisatie en de regels die worden gesteld door de wereldhandelsorganisatie om voedsel zo veilig mogelijk te produceren.

Ook de kwetsbaarheid hiervan moet serieus onder de loep worden genomen. Het feit dat de agrarische sector deel uitmaakt van een groter geheel moet volgens hem vooral niet uit het oog worden verloren. Het is namelijk zo dat een ieder te allen tijde toegang moet hebben tot voldoende, veilig en voedzaam voedsel om in zijn basisbehoefte te voorzien.

Het is eveneens een belangrijke voorwaarde om actief en gezond te kunnen leven. Voedselzekerheid wordt niet alleen gemeten aan de hand van statistische cijfers over ondervoeding en nationale armoedepercentage.

Ook de respons van het land op de vragen en discussies over de toegang tot voedsel, voldoende en beschikbaarheid van voedsel, de duurzaamheid van de productiesystemen, herstellingsvermogen van de voedselbronnen, zijn enkele van de zaken die in acht genomen moeten worden.

Het is daarom van nationaal belang dat een ieder kennis opdoet over de voedselzekerheid en leert maatregelen te treffen deze te behouden. Deelnemers die hebben geparticipeerd in deze training zijn afgevaardigden van de ministeries van LVV, PLOS, SoZaVo, Volksgezondheid, HI, RO en verschillende NGO’s. (DBS/Asha Bhagwat)

 

TOP