Archief


Zoeken ? ( Cntrl + F )

Natuur en milieu


27 januari 2007

   Suriname in de race voor prestigieuze milieuprijs

Paramaribo - Suriname is één van de tien landen die meedingen naar een mondiale prijs voor milieu en ontwikkeling, die jaarlijks wordt uitgereikt. De prijs is bestemd voor een initiatief dat als voorbeeld kan dienen voor duurzame gemeenschapsontwikkeling via de opzet van kleine ondernemingen.

Suriname is genomineerd door het VN-ontwikkelingsprogramma UNDP en de Wereld Natuurbeschermingsorganisatie IUCN. In totaal 230 gegadigden uit zeventig landen dongen mee naar een plek in de laatste tien. Uiteindelijk selecteerden  internationale experts  projecten die zich richten op promotie van traditionele geneeskunde, gemeenschapstoerisme en productie van alternatieve energiebronnen.

Voor Suriname is de Stichting Amazon Conservation Team (ACT) in aanmerking gekomen met het programma ‘Protecting the future by preserving the past: indigenous treatments for complementing conventional healthcare in remote communities in Suriname’.

Het ACT-gezondheidszorgprogramma concentreert zich op de integratie van traditionele geneeskunde in het voordeel van de inheemse gemeenschappen in het verre zuiden van Suriname. Via lokale klinieken wordt een traditioneel systeem van gezondheidszorg geboden, dat oudere traditionele genezers leiden en in stand houden.

De klinieken zijn gebouwd naast de medische posten die westerse primaire gezondheidszorg bieden en beschikken over voldoende werkruimte voor verscheidene traditionele genezers. Bovendien verstrekken de klinieken faciliteiten voor leerlingen – elk gekoppeld aan een genezer – om zodoende de methodiek van de oudere sjamanen direct waar te nemen bij de uitoefening van hun eeuwenoude geneeskunde.

In 2002 won het ACT-gezondheidsprogramma al een prijs van de Unesco voor het beste programma voor de bescherming van inheemse kennis. Het programma is bovendien in 2006 door de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank uitgeroepen tot één van vier beste programma’s ter wereld op het gebied van traditionele geneeskunde.

Overige landen die meedingen naar de prijs, die in mei in New York zal worden uitgereikt, zijn: Brazilië, Ecuador, India, Nepal, Kenia, Peru, Sierra Leone, Tanzania en Vietnam. (dWT)


24 januari 2007

   Illegale vuilstortplaatsen kopzorg Milieubeheer

Paramaribo - Illegale vuilstortplaatsen in diverse woonwijken blijven een grote zorg voor het directoraat Milieubeheer.

Trots inspanningen van deze afdeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken (Biza) om de buurten milieuvriendelijker te maken, blijven burgers zich bezondigen aan het ongecontroleerd dumpen van huisvuil en ander afval langs de openbare wegen.

Bij een zo’n stortplaats aan de Coesewijnestraat hebben medewerkers van Milieubeheer onlangs een kakkerlakkenkolonie moeten vernietigen. “Burgers gooien van alles en nog wat op deze vuilstortplaatsen. Ook dode honden, ratten en poezen.

Dit veroorzaakt niet alleen een verschrikkelijke stank, het brengt de volksgezondheid ernstig in gevaar”, zegt Chanderban Rambali, beleidsmedewerker bij Milieubeheer. Hij weet dat in verhouding de vuilstortplaatsen  – het vorig jaar is er een toename geconstateerd – overwegend voorkomen in de zogenaamde volksbuurten.

Hij pleit daarom voor een structurele voorlichtingscampagne voor vooral deze burgers. Waarom die tot nog toe is uitgebleven, is voor Rambali een raadsel. Een structurele aanpak voor wat betreft de voorlichting vanuit de overheid zal het bewustzijn bij de buurtbewoners verhogen.

Om de problematiek van illegaal dumpen van vuil aan te pakken, ziet Milieubeheer een hechtere samenwerking ontstaan tussen buurtmanagers, buurtorganisaties en districts- en ressortsraadsleden. “Zij moeten een goede plaats in hun buurt aanwijzen waar bewoners vuil kunnen storten en selecteren, waarna Milieubeheer dit op geregelde tijden ophaalt”, zegt Rambali.

Hij weet dat dit systeem op Geyersvlijt heel goed werkt, mede door geregelde controle van de politie. Intussen werkt Milieubeheer samen met de stichting Schoon Suriname en andere belanghebbenden aan een oplossing van deze problematiek. Vorige week is tijdens een evaluatievergadering een plan van aanpak gepresenteerd hoe storting en ophaal van vuil moet geschieden.

Voorzitter Nico Waagmeester van de stichting Schoon Suriname bevestigt de meeting. Hij onthult dat er al enkele particulieren bezig zijn een vuilverwerkingsbedrijf op te zetten. Waagmeester weet dat Biza-minister Maurits Hassankhan een actieve en efficiënte dienstverlening voor vuilophaal voorstaat. Als dat zo is, willen burgers wel betalen voor de afvoer van hun vuil, gelooft Waagmeester. (dWT/Julien Peneux/foto: Hijn Bijnen)


23 januari 2007

   Milieubeheer neemt schoonmaak in verhoogd tempo ter hand

Paramaribo -  Het directoraat Milieubeheer heeft de schoonmaak van platte goten en kolken in de binnenstad en buitenwijken, die behoren tot zijn reguliere werkzaamheden, in een verhoogd tempo ter hand genomen.

Er is sprake van een grote achterstand in het onderhoud. Door de regens worden de werkzaamheden enigszins gestagneerd. Momenteel wordt er gewerkt in de wijk Zorg en Hoop.

Naast de platte goten en kolken worden ook de rijwiel- en looppaden en parkeerplaatsen schoongemaakt en van grasbegroeiing ontdaan. (DBS)


20 januari 2007

   Markten gesloten voor ongediertebestrijding

Paramaribo - De Centrale Markt en de Vreedzaammarkt zijn vandaag vanaf elf uur 's morgens en maandag gesloten voor het publiek. Reden is de geplande schoonmaak en ongediertebestrijding die elk kwartaal zal plaatsvinden. Marktmeester Iwan Deel zegt dat alles op schema is.

De standhouders zijn volgens hem op tijd geïnformeerd over de sluiting. Dinsdag is de markt weer open. Het ministerie van Regionale Ontwikkeling trok vorig jaar het bedrijf Agrofix aan om de ongediertebestrijding op zich te nemen. Markt-Zuid komt binnenkort aan de beurt. (dWT)


   Milieu-inspectie en ECD ruziën over taken

Paramaribo - Voor een goede samenwerking tussen de Milieu-inspectie van het BOG en de Economische Controle Dienst (ECD) is afstemming over de werkwijze broodnodig. De Milieu-inspectie vindt dat er sprake is van een ongezonde situatie en heeft hierover haar beklag gedaan bij de directeur van Volksgezondheid, Marthelise Eersel, zegt hoofd Milieu-inspectie Gladys Sno. Gevraagd is om een gesprek tussen de leiding van beide instanties.

Sno vindt dat de ECD zich niet moet begeven op het werkterrein van het BOG. Ze merkt op dat de ECD zich moet houden aan de controle op economische delicten, terwijl de milieu-inspectie in beeld komt wanneer hygiënevoorschriften niet worden nageleefd. “De huidige gang van zaken is niet bevorderlijk voor de samenwerking tussen twee overheidsinstanties”, stelt Sno vastberaden. Bij wet is vastgesteld dat het BOG belast is met de controle op hygiëne.

Minister Clifford Marica van Handel en Industrie (HI) heeft directeur Mauro Tuur gevraagd om een samenwerking tussen beide instanties te smeden. Marica erkent dat de controle op het naleven van de hygiënevoorschriften een aangelegenheid is van het BOG, maar als de ECD bij haar veldwerk ongeregeldheden opmerkt die haar niet niet regarderen, treedt zij wel direct op.

De ECD-bedrijvencontrole verloopt vlot. Minister Marica zegt dat er tot en met woensdag tweehonderd bedrijven zijn bezocht. De actie wordt voortgezet en het is de bedoeling om de 800 inspecties van vorig jaar ruim te overschrijden.

Tijdens de controle was er niet vaak sprake van prijsopdrijving. Wel viel op dat goederen niet waren geprijsd. Dit is volgens de bewindsman ook een vorm van prijsopdrijving. Ook in die gevallen is er opgetreden. Vervallen producten op de schappen vormen ook een veel voorkomend verschijnsel.

Op deze goederen wordt beslaggelegd en de ECD moet erop toezien dat zij niet meer op de rekken verschijnen. Het is niet gelukt een reactie van de directeuren van Volksgezondheid en Handel en Industrie los te krijgen over de stand van zaken, omdat beide uitlandig zijn. (dWT/Filia Enser)


18 januari 2007

   Bio-energie geeft agrarische sector nieuwe impuls

Studies in voorbereiding

Paramaribo - Bio-energie moet een nieuwe impuls geven aan de agrarische sector in Suriname. Behalve dat in onbruik geraakte rijstarealen weer ingezet kunnen worden, zou ook commerciële suikerproductie opnieuw geïntroduceerd worden.

Zowel minister Gregory Rusland (NH) als Kermechend Raghoebarsing (LVV) is enthousiast over de ontwikkelingspotentie van bio-energie, een koppeling van energieopwekking en landbouw.

Maar zo één-twee-drie zal deze sector volgens hen niet van de grond komen. Vooraf is intensieve studie naar de mogelijkheden, de voor- en de nadelen en de economische haalbaarheid, noodzakelijk.

Aan de Ware Tijd zegt Rusland, dat Staatsolie het voortouw neemt en samen met Brazilië nagaat wat voor Suriname haalbaar is. Brazilië was een logische keus, zegt Raghoebarsing, omdat dit land op het stuk van bio-energie, vooral uit suikerriet, internationaal de toonzetter is. “De informatie ligt dus naast deur en Suriname onderhoudt uitstekende banden met dat land.” 

Beide bewindslieden zien met bio-energie een mogelijkheid om de suikerindustrie nieuw leven in te blazen. Daarbij zal echter ook rekening gehouden moeten worden met de economische haalbaarheid. Raghoebarsing waarschuwt wel, dat suikerriet enkele aantrekkelijke kanten heeft, maar ook negatieve.

Zo zal een oplossing gevonden moeten worden voor de mechanische oogst op de kleigronden in Suriname, en zal deze cultuur veel bemesting vergen aangezien suikerriet de bodem snel uitput. Het milieu moet niet onnodig belast worden door het wegkappen van bos om steeds nieuwe rietplantages aan te leggen.

Raghoebarsing voerde vorige week gesprekken met de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) die de optie van bio-energie ter sprake bracht. De IDB is voorgehouden dat Suriname zelf het voortouw zal nemen in het ontwikkelen van beleid op dit stuk, maar dat adviezen, hulp en andere vormen van assistentie welkom zijn. Voor het einde van het eerste kwartaal komt een nationaal seminar om na te gaan welke richting op te gaan met bio-energie.

De LVV-bewindsman wil vooral deelname van de particuliere sector als het daadwerkelijk tot ontwikkeling van bio-energie komt. “We willen geen ontwikkeling hebben waarbij buitenlanders gaan verdienen en onze mensen de kruimels krijgen. Wij willen onze natuurlijke hulpbronnen inzetten waarbij lokaal kapitaal en lokale mensen daar profijt van hebben,” aldus Raghoebarsing. Behalve suikerriet, zijn er ook mogelijkheden om rijstkaf en oliepalm te gebruiken bij bio-energie. (dWT/Ivan Cairo)


17 januari 2007

   Geen openbare verkoop van Bigi Pan natuurgebied

Paramaribo - Het Bigi Pan-natuurgebied is uitgezonderd en zal niet verkocht worden wanneer onroerende goederen van de Stichting Machinale Landbouw (SML) in het openbaar verkocht worden.

Deze verzekering gaf minister Kermechend Raghoebarsing van Landbouw Veeteelt en Visserij (LVV) het parlement gisteren.

Het Bigi Pangebied behoort aan de SML en de regering is van plan dit jaar nog de onroerende goederen van het rijstbedrijf in het openbaar te verkopen. Met de inkomsten zullen de 452 schuldeisers betaald worden.

Volgens Raghoebarsing wordt bij de openbare verkoop ook uitgezonderd de hoofdinfrastructuur inclusief het deel van de Oost-Westverbinding dat aan de SML toebehoort. Ook het woondorp Wageningen en het terrein dat toegewezen wordt aan de 200 boeren, worden niet verkocht.

De minister informeerde de assemblee verder dat door op deze wijze de SML te privatiseren, er perspectieven zullen ontstaan voor hernieuwde productie door initiatieven van particulieren. Voorts worden garanties geboden aan bewoners van het dorp.

Voor de 200 werknemers, die in ruil voor ontslag een stuk grond van de SML kregen en daardoor boeren zijn geworden, worden productiemogelijkheden geschapen. “Ook worden op deze wijze op rechtvaardige wijze vorderingen en schulden afgewerkt zodat aan alle betrokkenen recht gedaan wordt”, zegt Raghoebarsing.

Geetapersad Gangaram Panday, voorzitter van de raad van bestuur van SML, zegt aan de Ware Tijd dat de voorbereidingen voor openbare verkoop van de onroerende goederen in volle gang zijn. Verwacht wordt dat uiterlijk in april de eerste advertenties hierover verschijnen.

Volgens Raghoebarsing zullen dit jaar nog de bewoners en boeren van Wageningen titels op hun grond krijgen. Het overleg hierover met het ministerie van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer (RGB) is in volle gang. De boeren zullen begeleid worden zodat de arealen geleidelijk aan weer in productie kunnen komen.

De infrastructuur in het waterloopkundig gebied zal in kaart worden gebracht als basis voor maatregelen om het waterbeheer te verbeteren. Het gebied, zegt de bewindsman, zal worden ondergebracht in een waterschap waardoor alle gebruikers invloed krijgen op de wijze waarop het water en de infrastructuur beheerd worden. Zodoende worden tendensen tot monopolie op water voorkomen. (dWT/Eric Mahabier)


   Overbejaging en -bevissing Coesewijnerivier

Paramaribo - De visstand in de Coesewijnerivier wordt steeds minder. Dat concludeert het Centrum voor Milieuonderzoek, na een studie in opdracht van de Dienst Natuurbeheer. De Coesewijnerivier staat bekend om zijn grote vispopulatie en wordt vooral in de droge tijd veelvuldig bezocht door sport- en beroepsvissers.

Gevolgen hiervan zijn een afname van de vangst en een verdere bedreiging van de beschermde diersoorten. Het gedeelte van de rivier vanaf de bovenloop, die ontstaat uit de Boven-Coesewijnerivier en de Goliathkreek,  tot de Boven-Bradimofokreek valt onder het Boven-Coesewijne Natuurreservaat.

Het onderzoeksteam, dat in een periode van vijftien maanden op vijf verschillende locaties werk heeft verricht, concludeert overbejaging en -bevissing in de Coesewijnerivier. Het illegaal gebruik van netten zorgt voor een verdere afname van de visstand.

Op de beschermde kaaiman wordt er nog steeds geschoten; deze dieren worden ook in de visnetten gedood. Otters worden verder bedreigd doordat men op hun verblijfplaatsen kampeert. Het gebruik van te grote buitenboordmotoren op de doorgaans smalle Coesewijnerivier verstoort ook het leefmilieu van de met uitsterven bedreigde zeekoe. In de droge tijd worden de zwampbossen veelvuldig in de as gelegd door nalatigheid van kampeerders of door vogelkwekers die er voordeel aan hebben.

Het water in de bovenloop van de rivier wordt bovendien vervuild door de mijnbouwactiviteiten op de Goliathberg. Onderzoek naar de kwaliteit van het rivierwater geeft aan dat deze lager is dan de norm van goed drinkwater, terwijl het kwikgehalte nog onder de minimumwaarde ligt.

Toch is het gevaar van een hoger kwikwaarde groot door accumulatie (opeenhoping), omdat er ook kwik is ontdekt in het sediment. Bij de roofvissen zoals anjoemara, pireng, tucunari, pataka en walapa is het spierweefsel onderzocht. Hier is het kwikgehalte, vooral bij de grotere soorten, wel alarmerend.

Het Boven-Coesewijne Natuurreservaat kan als beschermd savannegebied een belangrijke rol spelen in het ecotoerisme. Voor de bezoeker is het interessant om behalve de flora ook bijvoorbeeld een kaaiman te zien. De kaaimanpopulatie is echter gedaald naar een gemiddeld aantal van vijf dieren over een lengte van een kilometer in de rivier. In 1982 bedroeg dit aantal nog 45 kaaimans. (dWT/Charles Chang)


13 januari 2007

   Surinamers bewust van gevaar asbest

Paramaribo - De Surinaamse samenleving is zich er steeds meer van bewust dat asbest een gevaar kan vormen voor de gezondheid. De afgelopen maanden hebben verschillende instanties, bedrijven en particulieren de assistentie ingeroepen van het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM) bij het slopen en afvoeren van dit materiaal.

Dinsdag is de samenleving voor de vierde keer in de gelegenheid om asbest af te voeren naar de openbare vuilstortplaats Ornamibo. De kuilen hiervoor worden dit weekend gegraven door de vuilophaaldienst  van het ministerie van Openbare Werken. “We zijn er niet iedere dag. Deze dagen worden vooraf gepland aan de hand van de registratie die wij binnen hebben”, zegt ATM-medewerker Marciano Sedjo van de Veiligheidsinspectie aan de Ware Tijd.

“Van de politie in Nickerie krijgen we een partij. Ook uit Commewijne verwachten wij wat en van het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG).” Met woonhuizen gaat het wat moeilijker volgens Sedjo. De eigenaars willen meestal niet opdraaien voor de kosten. “Wij komen alleen in met supervisie en de richtlijnen.

De sloop- en afvoerwerkzaamheden moeten de mensen zelf betalen”, legt de veiligheidsinspecteur uit. Hij weet dat een school haar asbestdakplaten wil verwijderen, nadat afgestemd is met het ministerie van Onderwijs over de betaling.

De afgelopen dagen is de krant een aantal keren opgebeld door verontruste burgers die asbestplaten bloot zagen liggen op het terrein van het BOG. Twee jaar geleden heeft ATM de bewustwording rondom dit issue opgevoerd. “De asbestplaten zijn bedekt met plastic en wij wachten op instructies van ATM om die af te voeren”, beweert BOG-directeur Lesley Resida. Zowel hij als Sedjo zeggen dat asbest, zolang dat in gebonden toestand verkeert, geen gevaar is voor de gezondheid.

Asbest is een delfstof die wordt gewonnen in onder andere Zuid-Amerika, Rusland en Canada. Als losse asbestvezels worden ingeademd lopen zij vast in de kleine luchtwegen en longblaasjes. Als gevolg van blootstelling kunnen onder meer long- en buikvliesontsteking en uiteindelijk longkanker worden opgelopen. Sedjo wijst op de strakke richtlijnen die gelden.

“Daarom dat wij ervoor kiezen om asbest niet te verbranden of te vernietigen, want dan komen de stoffen vrij. De mensen die bijvoorbeeld daken slopen en afvoeren moeten een speciale wegwerptenue aantrekken en een moderne mondkap. Eenmaal blootgesteld aan asbestvezels, blijft het vastkleven aan de longen. Je wordt echter niet direct ziek. Pas na jaren”, aldus Sedjo. (dWT/Erna Aviankoi)


12 januari 2007

   Asbestplaten politiebureau Nickerie vervangen

Momenten tijdens het verwijderen van de gevaarlijke asbestplaten van het hoofdbureau van de politie te Nickerie. De arbeiders hebben bij de werkzaamheden de veiligheidsvoorschriften in acht genomen (let op hun speciale uitrusting).

Paramaribo -  De uitbreidings- en restauratiewerkzaamheden aan het hoofdbureau van Politie in het Gewest Nickerie verlopen vrij vlot.

Dezer dagen hebben arbeiders alle asbestplaten op een veilige en kundige manier gedemonteerd en gelijk in een container geplaatst voor verder vervoer.

Van deze platen is bekend dat zij kankerverwekkend zijn en gevaarlijk voor het milieu. Tot gisteravond laat hebben timmerlui het bureau, dat na jaren een beurt krijgt, voorzien van een goed ogende dakbedekking. Verwacht wordt dat tegen midden februari de zonen van Hermandad beter en koeler geaccommodeerd zullen zijn om het politiewerk te doen. (DBS)


   Ornamibo krijgt modern vuilverwerkingssysteem

Paramaribo - De openbare vuilstortplaats te Ornamibo krijgt een nieuw gezicht. Er zal niet meer lukraak worden gedumpt en gebrand. Afval zal volgens internationale milieustandaarden en middels het principe van ‘sorteren, beheren en controleren’ worden verwerkt. De werkzaamheden gaan deze maand van start.

Gisteren ondertekenden minister Rick van Ravenswaay van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (Plos) en Ganeshkoemar Kandhai van Openbare Werken (OW) het project ‘Het aanleggen en inrichten van een gecontroleerde vuilstortplaats te Ornamibo (Fase 1)’. Het project wordt voor ruim 385 miljoen euro gefinancierd uit het Startfonds (Nederlandse Verdragsmiddelen).

Het ministerie van Plos, waar de ondertekening plaatsvond, komt in met circa 1 miljoen euro. Aannemer AGWW moet binnen acht maanden de nieuwe stortplaats in gereedheid brengen.

Ewald Gerard, directeur Bouwkundige Werken en Dienstverlening van OW, noemde de ondertekening “een mijlpaal”, omdat Suriname voor het eerst over een gecontroleerde vuilstortplaats zal beschikken. “De overlast zal uiteindelijk worden weggemaakt.” De stortplaats waar jarenlang vanaf de weg werd gedumpt, zal nu in percelen en cellen worden ingedeeld. “Net als een woonwijk met straten”, illustreert de directeur de nieuwe situatie.

“De aanbieder van vuil krijgt instructies om in een bepaalde cel te storten, waar opzichters hem zullen aangeven hoe dat moet plaatsvinden. Zo blijft de weg naar de stortplaats constant vrij en schoon.”Nu liggen overal zakken afval verspreid en moeten vuilstortwagens op gezette tijden in lange rijen hun beurt afwachten.

Gerard voegt eraan toe dat het gedumpte vuil dagelijks met zand zal worden afgedekt en bespoten met bestrijdingsmiddelen. “Niets zal worden verbrand”, zegt hij geruststellend. De ongezonde stank, rook en gassen zullen tot het verleden behoren.

In het natraject komen ook weegbruggen en een streng afvalregistratiesysteem. “Er zal moeten worden aangegeven vanwaar het vuil afkomstig is en er zal worden geregistreerd waar de lading wordt gestort.” In de aanloop naar deze fase komt een voorlichtingscampagne om de gemeenschap in te lichten en te instrueren, zegt Gerard.

Zowel de Plos-minister als die van OW benadrukken het belang van een ruimtelijk plan met voldoende arealen voor vuilverwerking. Ze maakten gewag van een stedelijke planning die nu in de maak is en waarin “ruimtes” worden gereserveerd voor afvalverwerking. (dWT/Daniëlla Tauwnaar)


   Vuilstortplaats Ornamibo wordt heringericht  

Het moment van de ondertekening.

Paramaribo -  Met de ondertekening van het project ‘Het aanleggen en inrichten van een gecontroleerde vuilstortplaats te Ornamibo (fase 1)’ gisteren, hebben de ministeries van Openbare Werken (OW) en Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS) het startsein gegeven om de vuilstortplaats een modern aangezicht te geven.

Met dit project is een bedrag van meer dan driehonderd duizend Euro gemoeid en het project zal binnen acht maanden na gisteren moeten worden opgeleverd. Verder wordt dit project gefinancierd uit de verdragsmiddelen en de nationale begroting en valt onder het Startfonds.

PLOS-minister Rick van Ravenswaay zegt dat een resterend deel van ongeveer 1.05 miljoen Euro uit eigen middelen van OW gefinancierd wordt. ‘We zijn blij dat toch wel na een lange voorbereidingsperiode we zover zijn’, aldus minister Van Ravenswaay.

OW’s minister, Ganeshkoemar Kandhai, zegt dat er nu een project komt om op zeer korte termijn de vuilstortplaats her in te richten. De inrichting zal op een milieuverantwoordelijke wijze geschieden. ‘We kunnen na het einde van de rit toch zeggen dat wij erin geslaagd zijn om een vuilstortplaats te hebben die milieuvriendelijk is.’ (DBS/Gregory Rijssen)


   Nickerie werkt aan eigen actieplan klimaatverandering

NIMOS Legal Affairs Officer Nancy del Prado aan het woord in Nickerie

Paramaribo -  Gistermiddag is de tweedaagse workshop over klimaatverandering en de gevolgen daarvan voor ons land, tevreden afgesloten.

Stakeholders hebben volgens Maureen Silos van het Caribbean Institute een aanzienlijke bijdrage geleverd om te geraken tot een actieplan klimaatverandering voor Nickerie. Zo hebben de werkgroepen breedvoerig gediscussieerd over de prioriteitsgebieden in Nickerie waarvoor aanpassingsmaatregelen moeten worden geformuleerd.

Tot de belangrijkste prioriteitsgebieden behoren de zeespiegelstijging, gezondheid, kustmanagement en de grootschalige mechanische rijstteelt. De stakeholders zijn zich ervan bewust dat klimaatverandering in Nickerie reeds te merken is.

Als voorbeelden werden gegeven: de stijging van het zeewater, het heter worden van het weer en het verschuiven van de jaargetijden. Bij extreme vloed treedt de Nickerierivier buiten haar oevers wat al duidelijk een teken is dat er iets ernstig aan de hand is.

Zo is aangehaald dat de markt en het Staatslogeergebouw bij elke springvloed onder water komen te staan. Tijdens het aandragen van aanbevelingen door de stakeholders hoe zaken te stabiliseren is gezegd dat de kwetsbare kust beschermd moet worden tegen verdere afzwakking.

Op verschillende locaties vertoont de dijk al verzakkingen. Gebleken is ook dat het gebruik van kunstmest het milieuonvriendelijke gas methaan doet ontstaan, wat erg schadelijk is voor de gezondheid. Ook de natte landbouw is daaraan schuldig.

De uitstoot van uitlaatgassen van machines en het verbranden van vuil dragen ook negatief bij aan het broeikaseffect. Maureen Silos zei dat alle aanbevelingen uit Nickerie worden meegenomen ter discussie tijdens de nationale workshop over climate change, welke in Paramaribo zal worden gehouden in februari.

Coronie wordt komende week aangedaan. Hierna volgen Commewijne en Weg naar Zee. Deze plaatsen worden gezien als de meest kwestbare gebieden voor klimaatveranderingen. De nationale workshop zal worden bijgewoond door actoren van de verschillende gebieden.

Dit zal moeten resulteren in het schrijven van het officiële Nationaal Actieplan Klimaatverandering. Silos vond de interactie tijdens de workshop in Nickerie heel levendig en leerrijk. Gesteld mag worden dat het doel van deze workshop wel gehaald is. (DBS)


10 januari 2007

Maureen Silos:

Nickerie in gevarenzone voor klimatologische veranderingen

Workshopfacilitator Maureen Silos bezig met haar digital presentatie.

Paramaribo -  Het Nimos is gisteren in Nickerie van start gegaan met een tweedaagse workshop over klimatologische veranderingen en de gevolgen daarvan voor Suriname.

Deze workshop wordt bijgewoond door vertegenwoordigers van verschillende organisaties, ministeries en de landbouwsector. Het doel ervan is om middels groepsdiscussies te komen tot een “Nickerie Actieplan Klimaatsverandering”.

Workshopfacilitator Maureen Silos haalde in haar inleiding aan dat klimaatsverandering een van de grootste uitdagingen is voor de mensheid en dat Nickerie daarvan niet gevrijwaard zal blijven. Klimaatsverandering is ook een enorm ingewikkeld en mondiaal gevaar, dat moeilijk op een beknopte manier is uit te leggen.

Nickerie ligt ook in de zone van elke vorm van klimatologische verandering. Vaak beseft men niet het urgente karakter van klimaatsverandering, behalve een selecte groep van NGO’s, overheden en wetenschappers.

Volgens DC Shankar die de workshop opende, moeten wij niet lijdelijk toekijken bij dit sluipend probleem, maar snel acties ondernemen om zaken te stabiliseren om erger te voorkomen en ons verder bewapenen tegen veranderingen die desastreuze gevolgen kunnen hebben. “Voorkomen is beter dan genezen”, vervolgde de Nickeriaanse burgervader op vrij ernstige toon.

Gezien de activiteiten in Nickerie, vindt Silos, dat Nickerie hiermee ook een steentje bijdraagt aan de vervuiling door bijvoorbeeld het uitstoten van kooldioxide(CO2) door machines, de agrarische sector die dik gebruik maakt van kunstmest en de natte landbouwmethode van waaruit de gevaarlijke methaan gas ontstaat.

Proces klimaatsverandering

Methaan zorgt voor zo’n 20% van het versterkt broeikaseffect. Nickerie moet zich ook verder beschermen tegen de steeds stijgende zeespiegel die vooral bij hoge springvloeden duidelijk merkbaar is op verschillende locaties.

Silos heeft gezegd dat Nickerie de kans heeft om met het opzetten en naleven van een goed plan straks als model voor het Caribisch gebied en andere delen van het land te dienen.

De alarmklok met betrekking tot klimaatverandering geeft verder aan dat de temperatuur in de afgelopen 200 jaar is gestegen met 0.6 graden terwijl wetenschappers reeds voorspellingen hebben gedaan dat in het jaar 2100 deze zal liggen tussen de 1.4 en 5.8 graden.

Het opstellen van o.a. een geïntegreerd kustmanagement voor Nickerie verdient dan ook hoge prioriteit. Verwacht wordt dat de overheid die nauwelijks en/of traag reageert ook deze zaken in haar beleid moet meenemen. (DBS)
 

   Toerisme niet vergiftigen met kwik

Goudzoekerskamp

Paramaribo - De opkomende toerismesector zou al gauw een vroege dood kunnen sterven, als de kwikvervuiling in het binnenland en in de hoofdstad niet wordt aangepakt.

Zowel in het binnenland als in Paramaribo worden onaanvaardbaar hoge concentraties kwik, veroorzaakt door goudproductie, geregistreerd, zei AC-assembleelid Henk Deel gisteren bij de voortzetting van de begrotingsbehandeling.

Deel voerde aan, dat door de goudproductie in het binnenland waar op grote schaal kwik wordt toegepast, talrijke rivieren, kreken en stroompjes in een enorm uitgestrekt gebied ernstig vervuild zijn geraakt. Behalve met de kwikvervuiling kampen binnenlandbewoners ook met in modderpoelen veranderde waterwegen, die ongeschikt zijn geworden als drinkwaterbron en badplaats.

Volgens de politicus worden vooral personen die geen enkel voordeel aan de goudwinning hebben, slachtoffer. Hij vraagt de overheid extra controle uit te oefen op de mijnbouwactiviteiten opdat de lokale gemeenschap daar geen overlast van ondervindt en met gezondheidsrisico’s wordt geconfronteerd.

“Als de situatie zo blijft, zal de regering andere voorzieningen moeten treffen”, vindt de politicus. Hij pleitte voor voorlichtingscampagnes om goudproducenten en de lokale gemeenschappen bewust te maken van de consequenties van kwikgebruik. Dat de kwikvervuiling ook in de hoofdstad de kop opsteekt, baart hem zorgen.

Deel vraagt zich af welke invloed dit zal hebben op het toerisme als er in deze situatie geen verandering komt. Volgens hem dreigt er een situatie te ontstaan waarbij de goudindustrie floreert, maar aan de andere kant het toerisme wegkwijnt omdat buitenlandse toeristen wegblijven, de vervuiling van het water in het binnenland doorgaat en als gevolg daarvan de voedselketen gecontamineerd wordt.

In 2005 heeft de Amerikaanse toxicoloog Daniel Peplow in het Kwakoegrongebied metingen verricht met een zogeheten Lumex portable mercury analyzer. Bij 22 bewoners van Kwakoegron en Commissariskondre werden in haarmonsters kwikgehaltes aangetroffen, die ver boven het niveau lagen van de bewoners in de hoofdstad.

Het kwikgehalte lag tussen de 10 en 20 kwikdelen per 1 miljoen draadjes haar. In de hoofdstad is dat gemiddeld 1. Een gemiddelde van tussen 1-10 wordt nog als redelijk en minder risicovol voor de gezondheid aangemerkt.

In juli 2005 publiceerde Peplow ook al gegevens over kwikonderzoek dat hij boven Paramaribo had verricht. Dit leidde tot fricties met het ministerie van ATM, dat zijn onderzoeksresultaat ernstig in twijfel trok. Boven de Domineestraat had hij ongeveer 6.000 nano-gram kwik per kubieke meter lucht gemeten. Onder normale (natuurlijke) omstandigheden is dat 15 nanogram per kubieke meter lucht.

Een nanogram is een miljardste deel van een gram. Een standaard van 0 tot 1.000 nanogram per kubieke meter wordt nog als "gezond" voor de mens ervaren. Boven Rainville registreerde hij 25 nanogram en boven Kwakoegron 7. (dWT/Ivan Cairo / foto: Hijn Bijnen)


   Strenge controle visserij

Paramaribo - Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij heeft voor de verlenging van vergunningen in de visserijsector het Vessel Monitoring Systeem (VMS) dit jaar verplicht gesteld. Vissersboten en garnalentrawlers die in Surinaamse wateren opereren, worden via satelliettechnologie op afstand gecontroleerd op de naleving van de vergunningsvoorwaarden. Met deze maatregel wil het ministerie een duurzame benutting van de visrijkdom stimuleren.

Het besluit komt na jarenlange participatie van Suriname in Caribische conferenties en workshops, georganiseerd door de FAO over de implementatie van het VMS. Naast overheidsfunctionarissen hebben ook diverse vertegenwoordigers van garnalen- en visbedrijven deelgenomen aan deze trainingen. Naast Suriname heeft ook Frans-Guyana dit systeem verplicht gesteld.

Slechts boten die een VMS hebben aangesloten, komen in aanmerking voor verlenging van een visvergunning of verkrijging van een nieuwe. Met dit systeem zullen de bewegingen van de vaartuigen in de Surinaamse wateren nauwlettend kunnen worden gevolgd.

Broed- en kraamgronden kunnen nu effectiever worden beschermd tegen trawlers die zware schade aanrichten aan de rivier- of zeebodem. Een visvergunning is maximaal een jaar geldig. Buitenlanders komen slechts in aanmerking indien hun land van herkomst een bilaterale overeenkomst heeft met Suriname. (dWT)


9 januari 2007

   Meer verdienen aan exotische planten en dieren

Paramaribo -  Suriname moet meer gaan verdienen aan de export van exotische planten en dieren. Dit was de rode draad gisteren tijdens de workshop bij de start van de training Science en Scientist op de Universiteit van Suriname. Scientist is de conventie van de internationale handel in beschermde fauna en flora.

Deze workshop werd verzorgd door Steven Nash, beleidsmaker bij het Scientist Secretariaat. De bedoeling is dat er op structurele wijze wordt gekeken naar de voor- en nadelen van de handel in exotische planten en dieren.

Deze workshop wordt in verschillende landen in de regio gehouden met als doel samen met de landen de knelpunten op dit gebied aan te pakken en te komen tot een integraal beleid met betrekking tot de export van exotische planten en dieren.

De officiële opening werd verricht door minister Michael Jong Tjien Fa van Ruimtelijke ordening, Grond en Bosbeheer (RGB). Hij is de mening toegedaan dat er veel wordt neergeteld voor Surinaamse tropische planten en dieren in het buitenland. Hij gaf aan dat dit ook de Staat ten goede dient te komen zonder de biodiversiteit aan te tasten. (DBS)


5 januari 2007

   Klinkende munt voor behoud regenwoud

Paramaribo - De regering wil het behoud van het Surinaams regenwoud omzetten in klinkende munt. Er worden intentieverklaringen geformuleerd die aan multinationals zullen worden aangeboden. Er is al contact met enkele van deze bedrijven in New York, Londen en Hongkong. Zo is gesproken met de Chatum Group. Bij het aanboren van de nieuwe markt wordt de regering geadviseerd door Jet Investments.

Een deel van Surinames 16 miljoen hectare aan bos is al tot beschermd gebied verklaard. “Vooral wat betreft bosbeheer zijn we bezig met de koolstofhandel, een nieuwe sector die zich ontwikkelt”, zei RGB-minister Michael Jong Tjien Fa gisteren aan journalisten. “Wij zijn de longen van de wereld, maar wij worden er niet voor betaald”, verwijst hij naar het Kyoto-protocol. Suriname ratificeert nog dit jaar het verdrag, dat de uitstoot van broeikasgassen moet tegengaan.

In navolging van landen in Afrika en ook Brazilië wil de regering in ruil voor forse bedragen van de internationale gemeenschap haar bossen beschermen. Er is vijf miljoen hectare bos bestemd voor duurzame houtkap. De resterende elf miljoen hectare wil RGB reserveren voor behoud van de biodiversiteit. De staat moet er wel als de kippen bij zijn, om via dat beleid flink wat geld binnen te halen, “omdat de wereld niet blijft wachten”.

De optie voor mijnbouw staat echter nog altijd open. Indien in betreffende gebieden voldoende commercieel winbare delfstoffen en mineralen worden aangetoond, zou eventueel toch besloten kunnen worden om het pad van mijnbouw op te gaan.

“Als het een win-win situatie is, of als het voordeliger is om mijnbouwactiviteiten te ontplooien, dan doen wij dat. Het is altijd een kwestie van afwegen. Natuurbehoud en mijnbouw gaan hand in hand. Uiteindelijk moet de totale samenleving daar profijt van hebben.” (dWT/Ivan Cairo)

 

 

 

TOP