Zoeken ? ( Cntrl + F )
Natuur en milieu
27 april 2007
Algehele ban verboden landbouwgif nadert
Paramaribo - Bezit en gebruik van landbouwchemicaliën, die niet langer geïmporteerd mogen worden, gaan ook in de ban.
Aan de Ware Tijd zegt hij, dat de wetgeving op dit stuk momenteel wordt geformuleerd. “Straks wordt ook het gebruik en bezit van de chemicaliën die niet meer geïmporteerd mogen worden, totaal verboden”, benadrukt de bewindsman.
Om financiële schade voor handelaars te voorkomen, is gekozen voor een “uitfaseringsperiode”. Hoe lang deze uitfasering zal duren, is onduidelijk, terwijl ook nog niet duidelijk is bezit na inwerkingtreding van het algeheel strafbaar wordt gesteld. “Alle gif is slecht, ook de bestaande vormen; ze zijn soms heel agressief, het afbraakproces is lang en er kunnen problemen ontstaan bij slecht gebruik”. Raghoebarsing merkt op dat naarmate de ontwikkeling voortschrijdt, steeds ‘veiliger’ landbouwgif wordt ontdekt en oudere vormen verboden worden.
Op dit stuk heeft Suriname zich ook te houden aan de Rotterdam Conventie. Deze conventie reguleert de handel in gevaarlijke substanties. Al bij de goedkeuring van de conventie in september 1998 en inwerkingtreding in 2004 is een lijst uitgevaardigd van 41 chemische stoffen die zeer gevaarlijk, giftig en schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid en het milieu.
LVV heeft eerder deze maand een aantal landbouwchemicaliën in de ban gedaan om de voedselveiligheid te verhogen. De import van een aantal bestrijdingsmiddelen zoals Furadan, Carbofuran en Caribo is alvast beperkt. Het gaat om producten die de actieve stoffen carbofuran, endosulfan en methamidophos bevatten, die niet meer ingevoerd mogen worden.
Minister Raghoebarsing deelt mee dat binnenkort ook gerichte acties gevoerd zullen worden wat betreft voorlichting en etikettering voor landbouwchemicaliën. Instructies en gebruiksaanwijzingen zullen niet alleen in het Engels, Nederlands of Sranan moeten staan.
Daar een belangrijk deel van de landarbeiders uit Haïtiaanse immigranten bestaat wordt overwogen gebruiksaanwijzingen in een voor deze groep verstaanbare taal verplicht te stellen. Ook zal meer met pictogrammen gewerkt dienen te worden omdat veel boeren niet kunnen lezen. Aan de wettelijke regelingen wat betreft etikettering wordt nog gewerkt. (dWT/Ivan Cairo)
25 april 2007
Bosbeschermers leven in grote armoede
Paramaribo - Hoewel internationaal steeds meer druk wordt uitgeoefend voor de bescherming van bossen, leven de beste conservatoren daarvan, in Suriname inheemsen en marrons, nog in grote armoede.
“Ik ben er in dit verband voorstander van hun kennis en kunde minimaal net zo hoog te waarderen als die van buitenlandse consultants, die vaak praktijkervaring moeten opdoen bij onze mensen in het binnenland.”
Deze krachtige statement gaf minister Michael Jong Tjien Fa van Ruimtelijke ordening Grond en Bosbeleid gisteren bij de opening van het tweedaags symposium ‘Lokale gemeenschappen en beschermde gebieden: alternatieve benaderingen in beleid en praktijk’. Doel van dit symposium is om informatie te verschaffen en ervaringen uit te wisselen over innovatieve manieren om lokale gemeenschappen beter te betrekken bij de instelling en het beheer van beschermde gebieden in Suriname.
Jong Tjien Fa is ervan overtuigd dat betalingen aan inheemsen en marrons niet alleen een additionele inkomstenbron is, maar ook een erkenning van hun kwaliteiten en kennis. Dit zal hen aanzetten zich verder te verdiepen in beschermingsactiviteiten.
Het symposium wordt georganiseerd door het Wereld Natuurfonds, Conservation International Suriname en het Amazone Conservation Team. Deze samenwerkende organisaties erkennen de belangrijke rol die binnenlandbewoners en hun gemeenschappen spelen in het behoud van de Surinaamse biodiversiteit.
Ze erkennen inheemsen, marrons en lokale gemeenschappen als partners die de capaciteit hebben om beheer te voeren over de beschermde gebieden met unieke eigenschappen voor bescherming en duurzaam gebruik.
Daarom delen verschillende sprekers uit Brazilië, Colombia, Guyana, Frans-Guyana en Suriname hun ervaringen over ontwikkelingen in internationaal beleid voor lokale gemeenschappen en beschermde gebieden. Jong Tjien Fa wijst er echter op dat binnenlandbewoners hun verantwoordelijkheden kennen, want statistieken wijzen uit dat ontbossing geen probleem is in Suriname.
“Wij zijn juist hele goede beheerders van ons bos en biodiversiteit”. De bewindswan garandeert dat de regering met hoge prioriteit bezig is om, via een presidentiële commissie, het vraagstuk van grondenrechten op te lossen.
Door dertien procent van zijn grondgebied uit te roepen tot beschermd gebied, levert Suriname een belangrijke bijdrage in de wereld aan het instandhouden van de biodiversiteit. In 2006 is voor 27 miljard euro aan ‘carbon credits’ verhandeld op de Europese markt.
“Ik wil de conserveringsorganisaties vragen om ook voor Suriname te lobbyen opdat ook wij financiële incentieven voor onze bossen kunnen krijgen”, aldus Jong Tjien Fa. (dWT/Vernon Texel / foto: Werner Simons)
22 april 2007
Mentaliteit staat aan basis van afval dumpen
PET-flessen en ander afval vullen oevers Surinamerivier....
De Surinamerivier is een van de meest tot de verbeelding sprekende beelden van Paramaribo die lang op het netvlies van vooral toeristen blijft staan.
De donkere, brede, rivier kronkelt zich via de stad het Surinaamse binnenland in. Staand aan de oever bij de Waterkant zie je de sterke stroming van de rivier.
De rivier baant zich een weg onder de net zo bekende 'Bosje'-brug. Een verademing voor velen, die bijzondere brug, gebouwd door Ballast Nedam. Een lastig brug voor zware trucks die met moeite de steile brug 'nemen'.
Een brug die aan de overzijde, bij Meerzorg, een trekpleister is geworden voor afvaldumpers. Onder de brug aan de oever wordt veel afval gedumpt, met kleine trucks vol.
Gelukkig komt daar, in Meerzorg, binnenkort een politiepost. De politie gaat toe zien op 'het wel en wee' van de bekendste brug van Suriname.
Een zwerver vindt ergens aan de oever een rustig plekje om zich te baden in het 'blaka watra' van de rivier. Vaak wassen zwervers zich in de rivier. Het is een normaal beeld.
De kleren worden netjes op stenen aan de oever gelegd. Op blote voeten en slechts gekleed in een gehavende onderbroek loopt hij het donkere water in. Water waarin zich geheimen en risico's bevinden.
Maar de zwerver zegt zich - na zichzelf een paar keer ondergedompeld te hebben - weer schoon te voelen. Ongeschonden loopt hij naar de kant. Afdrogen is er niet bij. De kleren en schoenen worden weer aangetrokken.
Een meter of driehonderd verder is het voor een zwerver niet meer mogelijk om de rivier in te gaan voor een heerlijk bad. Het vele afval, waaronder ontelbare PET-flessen, belemmert dat.
Paramaribo ligt vol met PET-flessen. Het is een groot probleem. Er zijn gelukkig steeds meer initiatieven om er iets aan te doen. Er zijn bijvoorbeeld initiatieven om scholen zover te krijgen dat zij afvalbakken plaatsen voor PET-flessen en ander afval van hun scholieren.
Het kan ook niet langer zo. In wijken raken trenzen verstopt door de gedumpte flessen. Trenzen lopen over, duikers raken verstopt, er is een ondraaglijke stank en muggen en ratten leiden er een luxe leven. Bewoners dumpen de flessen gewoon in de trens rond het eigen erf.
Beseffen die bewoners niet dat de door hun gedumpte PET-flessen niet uit zichzelf hun trenzen verlaten. De aanblik is afstotend. Je lichaam begint overal te kriebelen, lopend langs percelen met volle smerige trenzen. Zou het niet handig zijn om alle PET-flessen van statiegeld te voorzien en ze te hergebruiken....
Maar, er is meer aan de hand. Het grootste probleem van de PET-fles is overduidelijk de gebruiker, de mens. Kennelijk is er iets fout met de mentaliteit van veel Surinamers.
Waarom gooit hij zo makkelijk een PET-fles van zich af? Waarom zo'n fles niet gewoon in een afvalbak gooien? Is er geen afvalbak in de buurt....gewoon even iets langer vasthouden tot er wel een afvalbak in zicht komt.
Meenemen naar huis? Ja en daar bij het andere afval in een vuilniszak doen. Kleine moeite toch. Het is een mentaliteitskwestie. Lastig.
Een mentaliteit, een houding, een attitude, een gewoonte-handeling is niet een, twee, drie af te leren. Dat kan bij de jeugd wat makkelijker en de jeugd van nu is het Suriname van de toekomst.
Belangrijke taak voor het onderwijs in Suriname.
Besteedt in lessen op basisscholen een uurtje in de week aandacht aan het Surinaamse milieu en hoe dat schoon en netjes te houden is. Maak de kids duidelijk dat zij hun afval netjes in afvalbakken deponeren of thuis in een vuilniszak. Laat zij ook hun ouders het goede voorbeeld geven. Kinderen kunnen nog 'gekneed' worden.
Niemand wil dat er 's avonds ratten rond en op het perceel rondhuppelen, omdat het daar een heerlijk vertoeven voor deze diertjes is.
Niemand in Paramaribo wil zich schamen voor de aanblik van honderden gedumpte PET-flessen in de rivier. Door een eigen houding van gemakzucht zijn die flessen in het water terecht gekomen.
Suriname wil meer toeristen aantrekken. Cruiseschepen doen de haven van Paramaribo met regelmaat aan. Ladingen toeristen verlaten de schepen en trekken de stad in. Als een schip de stad nadert wordt op enkele locaties in Paramaribo druk geveegd en geboend.
De stad moet immers haar visitekaartje afgeven. Toeristen brengen vreemde valuta het land in en dat zorgt voor extra werkgelegenheid.
Maar de PET-flessen blijven dobberen in het donkere water van de Surinamerivier... (Paul Kraaijer - http://sranan-news.blogspot.com)
20 april 2007
Opschonen Profosoeterrein een feit
Paramaribo - Het startsein voor het opschonen van het Profosoeterrein, gelegen naast de Centrale Markt, is gisteren officieel gegeven door de assistent-marktmeester, Armand Barron, en de buurtmanager van Paramaribo-Centrum, Keshopersad Gangaram Panday.
Het terrein dat meer fungeerde als een hol voor drugsgebruikers alsook voor dak-en thuislozen, zal nu helemaal opgeschoond worden. (DBS)
19 april 2007
Illegale vuilstortingen bron van ergernis
NIEUW NICKERIE - De illegale vuilstortingen langs de vuilnisbelt aan de Corantijnrivier zijn meer regel dan uitzondering.
Volgens hem lopen zaken mis, omdat onverantwoordelijke mensen hun vuil overal storten, zonder rekening te houden met anderen.
"Het vuil wordt meestal gedumpt in de vroege ochtend of na zeven uur ‘s avonds, wanneer de verantwoordelijke ambtenaren na het beëindigen van hun dienst naar huis zijn vertrokken", zegt Shankar. Hij is er niet over te spreken dat mensen niet de moeite nemen om even door naar binnen te rijden, en ervoor kiezen hun vuilnis vlak bij de inrit van de weg achter te laten.
"Als het zo doorgaat, hebben wij straks een situatie waarbij mensen ook niet gaan willen rijden langs de vuilnisbelt." Buurtbewoners worden vaker geconfronteerd met volle vuilniszakken die op de één of ander manier op de Soekhoeweg terecht zijn gekomen, omdat mensen soms ook vuil op de bermen gooien.
Pahaladsingh, die op loopafstand van de vuilstortplaats woont, ziet vaak wanneer de voertuigen de vuilnisbelt aandoen, maar hij kan niet veel doen: "De bestuurders handelen heel snel waardoor je in het donker de kentekennummers ook niet kan opnemen".
Shankar heeft de mensen opgeroepen om hun verantwoordelijkheid te gaan begrijpen. "Wij kunnen niet op deze manier doorgaan, omdat het de staat veel geld kost om de zaak steeds schoon te maken." Er is genoeg plaats op de vuilnishoop. (dWT/Beta Debidien)
OW schoont landelijk trenzen op
Paramaribo - Het ministerie van Openbare Werken (OW) is landelijk bezig trenzen op te halen. Behalve een aantal wijken in groot Paramaribo worden ook de distrikten Wanica, Nickerie, Coronie en Commewijne aangedaan.
De OW-bewindsman, Ganeshkoemar Kandhai, weet vooralsnog niet hoelang de werkzaamheden zullen duren. Dit is volgens hem afhankelijk van de weersomstandigheden en de omvang van de werkzaamheden. ‘Als ik het goed heb, moeten de meeste projecten binnen twee maanden afgerond worden’, weet de minister te vertellen.
De vele regens van de afgelopen periode hebben de werkzaamheden niet gestagneerd, zegt Kandhai. Het ministerie onderhoudt regelmatig de trenzen, waardoor eventueel overtollig water op tijd wordt afgevloeid. ‘Wat wij bezig zijn te doen is om de lozingen die aangesloten zijn op de primaire kanalen op te schonen’, aldus minister Ganeshkoemar Kandhai. (DBS/Gregory Rijssen)
Jeugdparlementariër Desmond Plet:
‘De regering moet asbestproblematiek aanpakken’
Paramaribo - ‘De regering moet een noodplan instellen ten einde landelijk de asbestbedekking op de verschillende woningen te verwijderen. Dit zou kunnen geschieden middels het verstrekken van zachte leningen aan de bewoners opdat het dak op hun woning met de nodige deskundigheid verwijderd wordt.’
Woorden van jeugdparlementariër Desmond Plet, in een vraaggesprek met DBS. Plet uitte in dit gesprek zijn verontrusting met betrekking tot de asbestbedekking op de meeste woningen te Latour. Geconstateerd is dat zelfs het politieposthuis te Latour van asbestbedekking voorzien is. ‘Het gevaar hierbij is dat de kinderen op de aangrenzende basisschool blootgesteld zijn aan de gevaren van de asbestbedekking.
Een andere zaak is de asbestbedekking op de Juliana creche’, vervolgt de jeugdparlementariër verder. ‘ Vele leidsters hebben aangegeven dat de peuters blootgesteld worden aan de mogelijke gevolgen die door dit dak veroorzaakt kunnen worden. De regering moet gewoon een crisisplan opstellen om het gevaar van de asbestbedekking tot het verleden te laten behoren. (DBS/Bianca Bourne)
‘Kennis landbouwgif wel aanwezig,
.......maar niet altijd goed toegepast’
Paramaribo - Ter verhoging van de voedselveiligheid heeft het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) de import van bestrijdingsmiddelen gelimiteerd. Bestrijdingsmiddelen die de actieve stoffen carbufuran, dimethoaat, endosulfan en methamidophos bevatten mogen niet meer geïmporteerd worden.
De heel gevaarlijke chemicaliën worden uitgebannen en men gaat over naar veiliger vormen die snel in het milieu afgebroken worden en waarbij schadelijke effecten heel kort duren. Minister Stanley Raghoebarsingh gaf gisteren kort voor de aanvang van de ministerraadsvergadering te kennen dat er wel kennis aanwezig is over het gebruik van gif.
Toch zijn er indicaties die aangeven dat de kennis over het gebruik van landbouwgif niet altijd even goed wordt toegepast. Dit komt ook doordat er in de afgelopen jaren steeds meer landbouwers bij gekomen zijn die bovendien een vreemde taal bezigen. Deze zijn met name de Haitianen.
Door de taalbarrière kan de voorlichting niet voldoende overgebracht worden bij de mensen die de productie tot stand brengen en die het gif gebruiken. “Met voorlichting moeten wij dat ondervangen en ervoor zorgen dat de mensen de nodige kennis opdoen.” Volgens Raghoebarsingh wordt overwogen de voorlichting ook in het Frans te geven en de etikettering waar nodig te verbeteren.
De minister geeft aan dat dit niet de eerste keer is dat zijn ministerie met zo een maatregel komt. Het uit de handel halen van de gevaarlijke verdelgingsmiddelen is een ongoing proces. De bewindsman gaf aan dat aanvullend hierop er regelgeving komt voor verbeterde en verplichte etikettering van landbouwgif.
Ook komt er binnenkort nog een ander nieuw wetsproduct aan, welk specifiek handelt over de verkoop en opslag van landbouwgif. Een verkeerde toepassing van giftige stoffen in de landbouw kan heel veel schade berokkenen aan de gezondheidszorg van zowel de landbouwers als die van de consumenten die de gewassen gebruiken. (DBS/Santi Sieuw)
18 april 2007
Aitkanti op weg naar huis?
Surinaamse zeeschildpad voor kust Portugal
De Surinaamse lederschildpad Aitkanti zwemt op dit moment voor de kust van Portugal. Het dier heeft een opmerkelijke lange reis achter de rug en schijnt nu op de terugweg te zijn naar haar thuisbasis Galibi in Suriname.
Deze beschermde zeeschildpad werd op 25 juni 2005 door een team wetenschappers van het Wereld Natuur Fonds Guianas en Groot-Brittannië en de Caribbean Conservation Corporation voorzien van een zender.
Dat gebeurde op het Samsambo strand van het Galibi Natuur Reservaat, een broedplaats van de bedreigde lederschildpad in Suriname. Het dier kreeg de naam Aitkanti. Nadat de zender was geplaatst konden de wetenschappers de zeer opmerkelijke reis van het dier gaan volgen.
Eind december 2005 bereikte Aitkanti de kust van Afrika. De eerste zes maanden van 2006 bleef de schildpad voor de kust van West-Afrika zwemmen en kon zich te goed doen aan kwallen. In oktober zette de vrouwtjes schildpad koers richting Frankrijk. Een maand later bereikte ze de kust van Wales, Engeland, na een reis van 11.500 kilometer.
Een op het zelfde moment van een zender voorziene andere schildpad, met de naam Kawana, raakte twintig dagen na vertrek van Galibi verstrikt in een drijfnet van vissers in de monding van de Marowijnerivier tussen Suriname en Frans Guyana. Het dier is in het net verdronken, omdat het te lang onder water bleef.
Aitkanti bleek gelukkiger en heeft tot vandaag de invloeden van de mens overleefd. Al ongeveer twee maanden zwemt de schildpad voor de Portugese kust. Mogelijk is het dier op de terugweg naar Galibi om later dit jaar weer voor nageslacht te zorgen. De lederschildpad wordt in haar voortbestaan ernstig bedreigd, vooral door de visserij. De visserij is jaarlijks verantwoordelijk voor de dood van duizenden zeeschildpadden. Een andere bedreiging is de vernietiging en vervuiling van stranden waar de vrouwtjes broeden.
Het Wereld Natuur Fonds Guianas heeft dan ook begin april dit jaar kritiek geuit op plannen voor de bouw van een zeestrandhotel op het Matapicastrand bij Galibi. De komst van een dergelijk hotel kan van negatieve invloed zijn op de zeeschildpadpopulatie, aldus het Wereld Natuur Fonds Guianas.
De reis van Aitkanti is te volgen op http://www.cccturtle.org
Bewoners Pontbuiten
.....frustreren opschoningswerkzaamhedenParamaribo - Bewoners zowel bezoekers van Pontbuiten frustreren de opschoningwerkzaamheden die nu gaande zijn. Haast elke dag worden de werknemers van ABC-aannemersbedrijf die belast zijn met de werkzaamheden bedreigd, uitgescholden tot aangevallen.
Volgens de buurtmanager van Pontbuiten, Henry Kia, komt dit gedrag elke dag voor. Gisteren is weer een arbeider aangevallen door een buurtbewoner, meldt voorman Khedoe Kishan. ‘Op een gegeven moment zijn de arbeiders niet meer gemotiveerd om te werken.
Ze worden gemolesteerd, bedreigd en anderen worden zelfs aangevallen’, zegt een aangeslagen Kia. Een werknemer vertelt aan de krant dat men genoodzaakt is om kokers op de weg te zetten om de autobestuurder te dwingen andere wegen te kiezen.
‘Men klaagt aan de ene kant over wateroverlast, maar wanneer OW bezig is de trenzen op te halen frustreert men dit’, verklaart een boze buurtmanager. Hij doet een beroep op Pontbuiten om in hun eigen belang de instructies van de arbeiders op te volgen. Indien dit achterwege wordt gelaten zullen tegen de overtreders harde maatregelen worden getroffen, aldus de buurtmanager. (DBS/Gregory Rijssen)
WWF helpt bij kwikverontreiniging onder Guyanese mijnwerkersParamaribo - WWF Guianas heeft voor een bedrag van $ 50.000 aan materialen geschonken aan de GGMC (Guyanese Geologisch Mijnbouwkundige Dienst) en de Universiteit van Guyana om kwikverontreiniging bij kleinschalige mijnwerkers te verminderen.
Patrick Williams van WWF Guianas zei bij de overhandiging dat kwikgebruik nadelige effecten heeft voor de gezondheid en veiligheid van gouddelvers en aanverwante beroepen en dus steeds gemonitoord dient te worden.
Williams zei verder dat de schenking gezien moet worden als uitdrukking van het geloof in en de verplichting van WWF Guianas aan milieubescherming en de bevordering van duurzaam levensonderhoud in Guyana.
Mijnwerkers moeten beter beschermd worden, zodat zij in staat zijn om het werk beter te kunnen doen. Dit is de mening van Minister Samuel Hinds die ook aanwezig was bij de overhandiging van de geste. Verder is het van belang dat mijnwerkers regelmatig gecontroleerd moeten worden en aan hen de juiste voorlichting moet worden gegeven waardoor zij zich ervan bewust zijn dat kwik een gevaarlijke stof is en dat men op een verantwoordelijke manier ermee moet omgaan. (DBS)
17 april 2007
Verbod op schadelijke bestrijdingsmiddelen
Paramaribo - Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft een aantal landbouwchemicaliën in de ban gedaan.
Het gaat om producten die de actieve stoffen carbofuran, endosulfan en methamidophos bevatten, die niet meer ingevoerd mogen worden.
“Dit besluit is genomen na evaluatie van de wijze waarop deze bestrijdingsmiddelen gebruikt worden en het schadelijk effect van deze middelen op de volksgezondheid en het milieu”, zegt LVV in een persbericht.
Bestrijdingsmiddelen die de genoemde actieve stoffen bevatten, komen terecht op een negatieve lijst van het ministerie van Handel en Industrie in de categorie verboden goederen ‘No1’. Daarna wordt de import van deze producten volledig verboden.
De producten die op de zwarte lijst komen zijn: Furadan, Carbofuran, Caribo, Furanox, Funnacarb, Rogor, Difos, Monitor, Twin, Twinox, Demecor, Endosol, Polyrac, Tamaron, Metafort en Metaron. (dWT/Werner Simons)
VERLIEFD OP SURINAME
Verliefd op Suriname. Dat ben ik. Mijn Surinaamse liefde ontmoette ik voor het eerst in 1998. Soms overkomt je iets. Je wordt gegrepen. Die greep leidde tot een onuitputtelijke interesse in een land dat ik alleen van naam kende. Ik wilde die naam, mijn liefde, beter leren kennen. Dat is mijn aard. Het werd een dubbele liefde. Beide heb ik leren kennen. Van een van mijn liefdes heb ik in 2004 afstand moeten nemen.
De ontstane leegte werd gelukkig weer ingenomen door een nieuwe Surinaamse liefde. De afgelopen jaren ben ik mij in switi Sranan gaan verdiepen. De liefde werd sterk, wederzijds. Het land heb ik een aantal keren mogen ruiken, aanraken, proeven en horen. Alles maakt indruk op mij.
De mooie luchten boven Paramaribo, de geur van de bloemen en van het donkere water van de Surinamerivier, de muziek die klinkt in de veelal fraai beschilderde personenbusjes, het ‘hosselen’, het ‘blaka watra’ van Berlijn, de watervallen op Brownsberg, de lelies in Wageningen en Nieuw Nickerie, historie bij Nieuw Amsterdam, het glaasje Borgoe bij ’t Vat, de vrolijk fluitende Grietjebie, de gezelligheid van Wintiwai, het drukker wordende verkeer op de Indira Gandhiweg, het geluid van kikkers in de nacht en de aanblik van vuurvliegjes boven het groen van een belendend perceel. Suriname is mooi.
De uiterlijke schoonheid is net zo mooi als het innerlijke van de gemiddelde Surinamer. In Paramaribo lopend voel ik mij thuis, op mijn gemak. Een opvallende lange bakra, maar van binnen een Sranan man. Althans dat hoor ik. Zwervers aan de Waterkant weten me te vinden, tevergeefs. Op een terrasje zie ik dat een Surinamer een restant van een broodje aan een zwerver geeft. Een sympathiek gebaar. De zwerver toont zich echter niet echt blij: ‘Heb je geen beleg erbij?’. Ik drink mijn Borgoe. Na wat hosselen bij een van de vele opdringerige taxichauffeurs duik ik met mijn liefde in een auto die in Nederland niet door de APK-keuring zou komen.
Mooi en vriendelijk Suriname.
Thuis volg ik het Surinaamse nieuws via allerlei bronnen. Ik luister op het internet iedere morgen naar Radio Apintie. Namens mij groet Apintie mijn liefde. Ik meng mij niet echt in de politieke situatie. Wel verbaas ik mij over de politieke cultuur. Maar ja, ik ben toch een buitenstaander en heb te maken met een Surinaamse cultuur. Suriname haalt zelden de Nederlandse voorpagina’s. Dat lukt vooral Bouterse. Hij hoeft maar een scheet te laten en zijn gestalte wordt weer zichtbaar in Nederland. Het is niet anders. Voor een relatieve buitenstaander is de Surinaamse politiek een mysterie.
Zittend aan de Waterkant,’s avonds, dan zie ik tientallen dure zogenoemde ‘four wheel drives’ voorbij gaan. Daar gaan zelfs een Rolls Royce en een heuse rode Ferrari. Er is geen fatsoenlijke geasfalteerde weg in Suriname waar je met goed fatsoen harder kunt rijden dan honderd kilometer per uur. Het merendeel van de glimmende bolides met chromen velgen komt vanuit de betere buitenwijken van de stad. Om mij heen zuchten Surinamers. ‘Drugsgeld.’ ‘Corruptie.’ ‘Vriendjespolitiek.’ Dat hoor ik zo vaak. Maar wie zegt mij dat dat echt zo is. Het zal wel en ik denk ook dat er iets van waarheid in de verzuchtingen zit.
Suriname ontvangt met regelmaat vele buitenlandse valuta, investeringen, subsidies, miljoenen. Ik vraag mij af wat de gewone Surinamer daarvan terug ziet in zijn omgeving. Hier en door wordt gewerkt aan het opschonen van trenzen. Meer en meer zandwegen in buurten worden voorzien van asfalt door uit China afkomstige arbeiders van het bedrijf Dalian.
De buurtmanager van Paramaribo Centrum ziet erop toe dat mensen niet zomaar hun afval overal dumpen. Zo goed en zo kwaad als het gaat wordt asbestafval een paar meter diep begraven op de vuilstortplaats Ornamibo. In het centrum staan meer en meer afvalbakken, oranje. Er komt aandacht voor de kuststrook van Coronie en Nickerie: klimaatverandering is ook in Suriname realiteit. Er wordt gesproken over een meer milieuvriendelijke wijze van kleinschalige goudwinning.
De overheid doet zijn best. Maar, alles gaat heel traag. Dat is onmiskenbaar de Surinaamse cultuur. Er ontbreekt een goede ambtelijke, maar ook politieke structuur. Aansturing. Controle. Zo worden duikers aan een weg geplaatst om in kreken geplaatst te worden. Die duikers blijven weken lang langs de weg liggen. Er gebeurt niets. Je zet keurig je vuilnis in zakken aan de straat, maar iedere keer moet je hopen dat de vuilniswagen de straat in komt rijden op woensdag en zaterdag.
Komt die wagen niet dan liggen de zakken met inhoud te rotten en worden voer voor grote, dikke ratten. Sommige bewoners wachten niet op de vuilniswagen. Zij steken zelf hun afval in brand. De gewoonste zaak van de wereld en er is niemand die je hierop aanspreekt. Er zijn buurten waar totaal geen toezicht is vanuit de overheid. Nooit zie ik een politieauto. Bijna iedereen gooit afval van zich af de trens in. Broedplaatsen worden het op die manier voor de malariamug en de rat.
In vele wijken ontbreekt op momenten van de dag waterdruk. Ik wil me ’s morgens rond zes uur douchen. Water? Nee hoor, geen druppel. Geen druk. Op bepaalde tijdstippen staat bijna iedereen gelijktijdig onder de douche, waardoor de druk vermindert. Ik moet wachten tot ongeveer elf uur in de ochtend voor een heerlijke koude douche met krachtige straal.
Veel Surinamers koken op gas met behulp van ‘bombers’, gasflessen. Gasleidingen zijn niet overal aanwezig. In de buurtsupermarkt kunnen vuilniszakken en maggiblokjes per stuk worden gekocht… Om de tweehonderd meter is wel een supermarkt te vinden, zoals aan de bekende Indira Gandhiweg. Negen van de tien supermarkten hebben een Chinese eigenaar en zijn vaak tot ’s avonds laat geopend en soms zelfs op zondagen. Het kan allemaal. Ook dat is Suriname.
Thuis stort ik mij op het milieu- en afvalbeleid van de Surinaamse overheid, kritisch volgend. Sinds een aantal maanden heb ik hiertoe zelfs een eigen internetsite opgezet (http://sranan-news.blogspot.com). Dagelijks publiceer ik hier nieuws over het milieu- en afvalbeleid in Suriname. Dat nieuws fascineert. Het toont onder andere hoe in Suriname de bauxietindustrie het voor het zeggen heeft, hoe de goudmijnen schade toebrengen aan het woud, hoe vuilstortplaats Ornamibo voor overlast zorgt, hoe minister Gregory Rusland van het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen de Amerikaanse aluminiumgigant Alcoa tegemoet wil komen, hoe de illegale Braziliaanse goudzoekers in het binnenland de kreken en meren met hun kwik vergiftigen en daardoor ook de lokale bewoners.
Suriname kent nauwelijks personen en organisaties die de Surinaamse overheid kritisch volgen inzake het gevoerde milieu- en afvalbeleid. Een echte milieubeweging is er helaas (nog) niet.
De Surinaamse regering en de leden van de Nationale Assemblee moeten gaan inzien dat een goed milieu- en afvalbeleid van groot belang is voor het land. Niet alleen streven naar een mentaliteitsverandering onder de inwoners als het gaat om bijvoorbeeld het zomaar overal dumpen van afval, maar zeker ook naar een mentaliteitsverandering in de Surinaamse politiek.
De politici en de verantwoordelijke ministers moeten zich niet in hun beleid alleen laten leiden door US dollars, Japanse yen en Chinese yuan, maar ook door een streven naar een ongerepte natuur en een schone natuur en samenleving. De verwoesting van de natuur gaat nu dagelijks door. (ingezonden door Paul Kraaijer, Zwolle, Nederland)
Vuilnisbelt Nickerie weer chaotisch aan het worden
Paramaribo - De situatie in de omgeving van de vuilnisbelt van Nickerie dreigt langzamerhand weer uit de hand te lopen. Het vuil dat gedumpt wordt nadert langzaam maar zeker weer de zijde van de straat, ondanks het feit dat er wel beltwachters daar aanwezig zijn.
Buurtbewoners hebben DBS hierop in het weekend geattendeerd om een kijkje te nemen. Over last van ongedierte in de buurt valt er haast niet te praten. Een kolonie van ratten, vliegen en ander ongedierte zijn heer en meester over dit gebied, wat de buurtbewoners keer op keer als last blijven ervaren. (DBS)
13 april 2007
Cottica geteisterd door zwaar vervuild waterParamaribo - De dorpen langs de Cotticarivier worden al geruime tijd geteisterd door zware vervuiling van de Cotticarivier. Dit komt door de vrachtschepen die er dagelijks door heen varen. Hierdoor zijn omliggende bewoners verstoken van schoon drinkwater voor de dagelijkse huishouding.
Dit gaf de voorzitter van het vrouwennetwerk Cottica Uma, Cecilia Boorie, te kennen in een vraaggesprek met DBS. Zij ging in op de vele problemen waarmede de bewoners in het Cottica-gebied te kampen hebben.
Een ander probleem dat door Boorie alsook de kapitein van Manjabon, Thomas Joekoe naar voren werd gebracht, is de deplorabele staat waarin de weg naar Wanhatti verkeerd. Dit zorgt voor grote stagnaties en achterstanden in voornoemd gebied, daar bewoners in het geheel geen gebruik kunnen maken van deze weg.
Aan de regering werd aandacht hiervoor gevraagd. Ook de voorgenomen plannen voor de opzet van een recreatiecentrum voor voornamelijk de jeugdigen in het gebied werd door Boorie aangekaart. Volgens haar behoeft dit een spoedige aanpak, daar de kinderen totaal geen plaats hebben waar zij zich kunnen vermaken.
Het vrouwennetwerk ‘Cottica Uma’ zet zich sinds haar oprichting op 28 oktober 1998 in voor de vrouwen en kinderen in het gebied. Getracht wordt de vrouwen te helpen bij hun verdere ontwikkeling en het creëren van goede werkgelegenheid opdat zij in hun dagelijkse behoeften kunnen voorzien. (DBS/Bianca Bourne)
Mangrovebossen beschermde status geven
Paramaribo - Mangrovebossen voor de kust moeten met spoed de status van speciaal beschermde vegetatie krijgen.
Deze maatregelen zijn nodig om de verdere degradatie van de estuariene zone (wijde trechtervormige riviermond, waarin eb en vloed zich sterk doen gevoelen....red. dWT) en van de kustbeschermingsfunctie van mangrovebossen tegen te gaan. Vergunningen voor zandafgravingen in dit kwetsbaar gebied moeten eveneens worden gestaakt.
Dit zijn enkele voorstellen opgenomen in het concept ‘Nationaal Klimaat Actieplan: hoe Suriname de gevolgen van klimaatverandering het best kan opvangen’, dat door het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (Nimos) is samengesteld.
De volgende week wordt dit plan met deskundigen doorgepraat, waarna uiteindelijk een finaal document aan de regering zal worden aangeboden. Nickerie, Coronie, Weg naar Zee en Commewijne gelden als de meest kwetsbare gebieden. “Wij hebben vooral met mensen uit deze gebieden gesproken om na te gaan wat zijzelf willen om dit probleem te lijf te gaan”, zegt Nancy del Prado projectcoördinator Klimaatverandering van het Nimos.
Hoewel er reeds verschillende bewustzijncampagnes worden gevoerd, moet het plan dienen om daadwerkelijk maatregelen te treffen om dit probleem tegemoet te treden. Suriname is namelijk één van de landen die groot risico lopen harde klappen te ondervinden van de zeespiegelstijging.
Meer dan driekwart van de bevolking van Paramaribo woont op z’n minst op tien meter afstand van de grotendeels vlakke kustvlakte, die getroffen kan worden door ernstige overstromingen als gevolg van de opwarming van de aarde.
Daarom wordt in het plan ook voorgesteld om de risico’s van klimaatverandering op te nemen in het nationaal ontwikkelingsplanningproces en de sector beleidsplannen. Gedacht wordt onder meer aan een geïntegreerd kust managementplan. Doel van dit project is de bescherming van mensen, infrastructuur, landbouwgronden, en zoetwaterbronnen in de kuststreek tegen de effecten van klimaatverandering.
Als Suriname niet tijdig inspeelt op deze opkomende catastrofe, moet in 2030 meer dan tachtig procent van de bevolking worden geëvacueerd, omdat het kustgebied tegen die tijd zal onderlopen. Ruim 3800 vierkante kilometer land verdwijnt in zee en de economische schade wordt geschat op meer dan 30 miljard US dollar. (dWT/Vernon Texel)
CLIM dwingt Suriname tot naleving biodiversiteitsverdrag
Paramaribo - De Vereniging van Inheemsen Dorpshoofden in Suriname VIDS en de Commissie Landrechten Inheemsen Beneden-Marowijne (CLIM) hebben het 10 C rapport getiteld Maurany Na’na Emandopo Lokono Shikwabana wat betekent “ Marowijne, ons grondgebied”, overhandigd aan de minister van Arbeid Technologische Ontwikkeling en Mileu (ATM) Joyce Amarello-Williams.
10 C is een artikel uit het biodiversiteitsverdrag waarin onder meer wordt aangegeven dat de Staat Suriname rekening dient te houden met de grondrechten van de inheemsen en deze als zodanig dient te erkennen.
Het is het resultaat van een onderzoek dat verricht is van april 2005 tot februari 2006 naar het duurzaam gebruik en het beheer van het bos, de rivier en de andere hulpbronnen in de eeuwenoude inheemse nederzettingen in het beneden Marowijne gebied.
CLIM is een regionale werkarm van de VIDS, opgericht in 2003, waarin 8 dorpen uit het beneden Marowijnegebied zijn vertegenwoordigd. Voorzitter van de CLIM, Romeo Pierre, tevens dorpshoofd van Pierre Kondre zegt dat dit het eerste project is. Het onderzoek werd gefinancierd en er deden alleen maar inheemse onderzoekers van de verschillende dorpen mee aan dit onderzoek.
Het is gebleken dat waar ze wonen de biodiversiteit heel hoog is, verklaart de voorzitter. Ze willen dat hun natuurgebied intensief wordt beschermd vooral tegen de uitgifte van grote concessies, zoals mijnbouwactiviteiten, die grote effecten hebben op het milieu.
CLIM roept in de aanbevelingen van het rapport de Staat op om alle internationale verdragen die zij heeft geratificeerd uit te voeren en de grondrechten van hun gebied te erkennen en te beschermen. Hiertoe dient zij effectieve maatregelen te nemen die wettelijk vastgelegd dienen te worden. Voorts wil zij een afbakening van hun grondgebied totdat alle landrechten wettelijk zijn erkend en vastgelegd.
Suriname is reeds aangemaand door de VN om de collectieve rechten van de inheemsen en tribale volkeren op hun gronden en hulpbronnen juridisch te erkennen. Er zal volgens Pierre zoals aangegeven in de aanbevelingen geen nieuwe concessie worden uitgegeven zonder wettelijke toestemming van de gemeenschappen.
Bijzonder in de aanbeveling is dat de CLIM vraagt de 3 natuurreservaten in te trekken, omdat zij dit gebied reeds beschouwen als te zijn beschermd door hun. Ze vraagt ook dat de Staat fondsen beschikbaar stelt voor bescherming en onderzoek in hun gebied.
‘Met de nieuwe bedreigingen is het belangrijk dat er nieuwe methoden worden ontwikkeld’, zegt Pierre. Het ligt in de bedoeling dat ook andere ministeries het rapport overhandigd zullen krijgen. Ook heeft de CLIM formeel op 16 februari een verzoekschrift ingediend bij de Inter- Amerikaanse Commissie inzake Mensenrechten van de OAS.
Pierre geeft aan dat de CLIM sinds haar oprichting 3 verzoekschriften heeft ingediend waarop de Staat tot heden geen adequaat antwoord heeft gegeven. ‘Vandaar dat de gemeenschappen hebben besloten om naar de OAS te stappen’, zegt Pierre. (DBS/Humphrey Dundas)
12 april 2007
Sancties opleggen tegen niet verwerken winkelafval
Paramaribo - Tegenwoordig is het een veel voorkomend fenomeen dat winkelafval, waaronder verpakkingen en kartonnen dozen langs de wegen zowel in de binnenstad als daarbuiten gestald worden om door de vuilophaalwagen meegenomen te worden.
‘Vanwege het ontbreken van de sancties in de zin van het niet opleggen van boetes aan de handelaren kunnen wij heel moeilijk optreden’, reageert de onderdirecteur Dienstverlening van het ministerie van Openbare Werken, Bholanath Narain.
Hij erkende dat het ministerie dagelijks met dit fenomeen wordt geconfronteerd en legt er de nadruk op dat als een van de vergunningsvoorwaarden bij de handelaren is dat zij zelf hun vuil moeten verwerken. De meeste handelaren laten na deze verantwoordelijkheid te dragen. De vuilophaalwagen die geregeld langsrijdt in Paramaribo en de omliggende gebieden heeft slechts als doel het ophalen van huisvuil.
‘Maar ja, we kunnen het niet nalaten om het vuil langs de straten te laten staan, dus wordt alle vuil langs de straten, opgehaald.’ De burgervader van Paramaribo Noordoost, Rudy Strijk gaf mee dat dit ‘beslist geen nieuwigheid is.’ Als een van de vergunningsvoorwaarden staat namelijk opgenomen dat winkeliers hun eigen vuil zelf moeten verwerken.
Ook is er een circulaire gestuurd naar ze met richtlijnen op welke wijze zij het vuil zelf kunnen verwerken. Hij zegt ook dat de vuilophaalwagens in feite bedoeld zijn voor het ophalen van huisvuil. Narain voegt er ook aan toe dat het opleggen van sancties een pure noodzaak is om deze situatie te verbeteren. Ook dient er controlerend opgetreden te worden door het commissariaat.
Het ministerie van Openbare Werken wordt ook vaker geconfronteerd met illegale vuilstortplaatsen. ‘Vaak genoeg dumpen personen hun vuil op illegale plaatsen. Vervolgens zitten wij deze illegale vuilstortplaatsen op te ruimen’, zegt Narain. Handelaars dienen hun vuil zelf te verwerken of moeten dat dumpen te Ornamibo.
Volgens Narain is het hoogtijd dat erop wordt toegezien dat de voorwaarden voor het opstarten van een handelszaak of onderneming strikt nageleefd worden, wil men dat Suriname gekenmerkt wordt door een schoon milieu. (DBS/Asha Bhagwat)
10 april 2007
Wat zijn risico's van dagelijks verbranden (plastic) afval....
voor volksgezondheid en milieu?
Tijdens mijn laatste bezoek aan Suriname werd ik dagelijks geconfronteerd met een in Suriname normaal - en kennelijk geaccepteerd - beeld:
het door onder andere bewoners en supermarkteigenaren verbranden van hun afval, waaronder veel plastic verpakkingsmateriaal en PET-flessen, op straat tussen bebouwing en buurtbewoners.
Veelal gebeurt dit vanuit een vorm van gemak(zucht). Het is immers toch makkelijker om je afval op straat te verbranden, dan om het in vuilniszakken te doen en aan de straat te plaatsen zodat de vuilnisophaal de zakken kan ophalen....
Maar, het besef dat er door dat dagelijks verbranden van vooral plastic afval dioxine vrij komt is (nog) niet aanwezig. Het kan niet gezond zijn voor omwonenden, waaronder kleine kinderen, om dagelijks de rook in te ademen die bij het verbranden van het afval met een zachte wind wordt meegevoerd.
Om te achterhalen hoe schadelijk dat dagelijks verbranden van afval werkelijk is voor de gezondheid van buurtbewoners en voor het milieu, heb ik contact gezocht met uiteenlopende instanties en deskundigen. Met de informatie die ik ontvang wil ik een artikel schrijven voor Surinaamse media om daarmee Surinamers te wijzen op de risico's van het dagelijks verbranden van afval voor hun gezondheid.
Tot mijn verbazing blijkt er tot nu toe niemand te zijn die antwoorden kan geven. Ik heb onder andere benaderd de Technische Universiteit Delft, het Wageningen Universiteits- en Researchcentrum, de Stichting Natuur en Milieu, dr.r. Han van Kasteren (Technische Universiteit Enschede), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, het NRK (brancheorganisatie voor rubber- en kunststofindustrie) en Greenpeace.
Ik blijf echter verder zoeken naar antwoorden. Ergens moet toch iemand zijn die de antwoorden in huis heeft......
Door eigen onderzoek heb ik in ieder geval de volgende informatie gevonden, afkomstig van een in Vlaanderen (Belgie) verrichtte studie:
Volgens het Milieu-en natuurrapport Vlaanderen 2001 is het illegaal verbranden van afvalstoffen in open lucht verantwoordelijk voor 25% van de totale dioxine-uitstoot in Vlaanderen. Ter vergelijking, huisvuilverbrandingsinstallaties vertegenwoordigen slechts een aandeel van minder dan 0.5%. Niettemin hebben zij een een zeer kwalijke reputatie. De verbranding van (tuin)afval in open lucht door particulieren tast de Vlaamse milieu- en leefkwaliteit dus ernstig aan.
Sluikverbranden een probleem?
Dioxines onstaan bij verbrandingsprocessen in aanwezigheid van chloorbronnen : plasticafval, PVC-flessen, bewerkt hout (geverfd hout, vernist hout, verlijmde spaanderplaten, vezelplaten, multiplexplaten verhard of bedekt met PVC, hout met brandvertragende middelen,...). Wanneer je dus in je kachel en open haard of in open lucht afvalstoffen verbrandt, stelt zich een ernstig probleem.
Zo tonen recente metingen aan dat de dioxine-uitstoot bij verbranding van afval in open lucht tot 5000 maal hoger kan oplopen dan in een huisvuilverbrandingsinstallatie. Ook de verbranding van eerder onschuldig ogend tuinafval zoals snoeihout en bladeren blijkt aanzienlijke concentraties aan dioxines, stof en PAK's (polycyclische aromatische koolwaterstoffen) te veroorzaken.
Een Vlaamse studie toont aan dat de bevolking voor bijna 40% bijdraagt tot de totale dioxine-uitstoot in Vlaanderen. Het verbranden van afvalstoffen in tonnetjes, tuinafvaloventjes en open vuren is hierbij verantwoordelijk voor zo'n 25%.
Schadelijk voor de gezondheid
De meest schadelijke stoffen die vrijkomen bij particuliere afvalverbranding zijn dioxines, PAK's (polycylcische aromatische koolwaterstoffen), fijn stof en zware metalen. PAK's en dioxines neem je hoofdzakelijk op via je voeding. Ze stapelen zich op in je lichaam. Beide stoffen hebben uiteenlopende schadelijke effecten op de gezondheid (kanker, verstoring afweersysteem, effect op hormonen,...)
Fijn stof kan op korte termijn bestaande gezondheidsproblemen als luchtwegeninfecties en astma verergeren. Bij langdurige blootstelling kan fijn stof leiden tot astma of chronische bronchitis, met benauwdheid, piepende ademhaling en hoesten als gevolg.
De uitkomsten van het Belgische onderzoek zijn schokkend. De gevolgen van het buiten verbranden van afval kunnen desastreus zijn voor de gezondheid van mensen. Wordt het geen tijd dat de Surinaamse overheid een campagne start om te wijzen op de gevaren van het dagelijks verbranden van afval??
De heer dr.ir. Han van Kasteren, verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven (http://edu.chem.tue.nl/6s330/1
'Het inademen van rookgassen uit ongecontroleerde verbranding überhaupt schadelijk is of ze nu van plastic, hout, kolen, sigaretten of auto’s komen. Verbranden moet je in een afgesloten oven in een goed geventileerde ruimte doen waarbij het verbrandingsproces gecontroleerd gebeurt en de rookgassen naar een plek geleid worden waar ze niet direct in contact kunnen komen met flora en fauna, maar slechts na (forse) verdunning.
Verder is het meestal zonde om plastics te verbranden aangezien ze als materiaal her te gebruiken zijn. Kortom het gevaar dat u schetst geldt niet alleen voor plastic verbranden! In Nederland is het stoken van vuurtjes verboden, zeker het verbranden van afval. De mensen en de overheid moeten hun verantwoordelijkheid nemen: het regelen van een verantwoorde waste management."
(Ingezonden door Paul Kraaijer, Zwolle)
5 april 2007
WWF over zeestrandhotel:
‘brengt risico’s mee voor zeeschildpaddenpopulatie’
Paramaribo - WWF-communication officer Jerrel Pinas juicht de bouw van een zeestrandhotel ‘van wereldklasse' op het Matapicastrand niet toe, gezien de risico's die daaraan verbonden zijn voor de zeeschildpaddenpopulatie die daar jaarlijks nesten (zie artikel ‘Beschermingsgebieden trekken belangstelling investeerders’ in dWT van 3 april).
Pinas wijst erop dat bij het opzetten van logeergelegenheden in natuurreservaten rekening gehouden moet worden met de beschermde species die daar voorkomen. In geval van de zeeschildpad, is de bescherming van deze bedreigde diersoort gebonden aan stringente regels. Het moet rustig en stil zijn en er moet voorkomen worden dat huisvuil en plastic flessen op het stand terechtkomen: dit bemoeilijkt de weg voor de zeeschildpad naar haar nest.
Het dier, dat alleen ‘s nachts haar eieren legt, moet niets hebben van fel licht van onder meer flashlights en flitsende camera's. Bij groot licht zal het terug naar zee gaan of de eieren gewoon op het strand afstoten, waarmee de kans op broeden is verkeken.
Pinas zegt desgevraagd dat het ministerie van Ruimtelijke Ordening Grond- en Bosbeleid zich diepgaand moet laten informeren door haar werkarmen, de afdeling Natuurbeheer en Stinasu, en stelt zelfs de documentatie van de WWF ter beschikking.
Over de eventuele lokatie van het resort aan het strand wijst de WWF-functionaris erop dat het Matapicastrand aan migratie onderhevig is. Hiermee wordt bedoeld dat de zeeschildpadden jaarlijks, afhankelijk van klimatologische omstandigheden, meer oostelijker of westelijker van het strand trekken om hun eieren te leggen.
Naar zijn inzicht loopt het Matapicastrand als legplaats de minste risico als uiteindelijk besloten wordt het ‘West Leisure Beach Resort’ in het district Commewijne neer te zetten. Toeristen kunnen dan een boottrip maken naar de legstranden om de zeeschildpadden te bezichtigen. Dit concept wordt in Galibi, in het noorden van het district Marowijne met succes gehanteerd. (dWT/Fenny Zandgrond)