Zoeken ? ( Cntrl + F )
Natuur en milieu
24 februari 2009
Onderzoek naar economische waarde Surinaams woud
Medewerkers van WWF-Guianas in een amicaal gesprek verwikkeld na kort daarvoor getuige te zijn geweest van de onthulling van de bilboard van de internationale mileuorganisatie.
Hierop worden verschillende mileuaspecten aangeduid waaraan al 10 jaren lang aandacht wordt besteed. De organisatie gaat Suriname nu helpen de economische waarde van zijn bos te bepalen.-
Paramaribo - Suriname en Guyana gaan onderzoek doen naar de waarde van hun respectieve deel van het Amazone regenwoud.
Eerder deze maand drong het Wereld Natuur Fonds (WWF) er namelijk bij Zuid-Amerikaanse landen op aan een prijskaartje te hangen aan dit oerbos dat zich over negen landen op het continent uitspreidt.
Voor Suriname en Guyana, die internationaal bekend staan om hun hoge bosconcentratie maar toch niet in aanmerking komen voor financiële compensatie, komt het rapport op het juiste moment. Armand Moredjo, conservation officer bij WWF-Guianas zegt dat met hulp van de internationale milieuorganisatie beide landen bezig zijn met een onderzoek.
Het resultaat moet eerst aan de regering worden voorgelegd voordat de waarde definitief wordt vastgesteld. In het onderzoek wordt onder andere de waarde van de in het woud aanwezige koolstoffen, die als bescherming dienen voor de uitstoot van giftige broeikasgassen zoals CO2, berekend.
De Guyanese overheid blijkt voortvarender te zijn en heeft al goedkeuring gegeven aan het onderzoek. Al deze maand beginnen de westerburen met het voorrekenen van de waarde van hun deel van de Amazone. Hiervoor heeft WWF-Guianas twee consultants aangetrokken, van wie een naar Suriname komt.
"Met het resultaat kan dan 'geshopt' worden bij internationale fondsen", legt Moredjo uit. Suriname heeft via het ministerie van Ruimtelijke ordening Grond en Bosbeheer (RGB) interesse getoond. "Alleen kan de overheid het niet aan en j zal zij zeker hulp nodig hebben van milieuorganisaties in het land.
Wij zijn bereid die ondersteuning te geven", zegt Moredjo. Hij benadrukt dat landen die eerder buiten de boot zijn gevallen om financiële compensatie te krijgen voor hun bos, tot 2012 de gelegenheid hebben een goed plan voor te leggen aan de internationale gemeenschap, waarin zij hun 'case' hard maken om toch geld los te krijgen.
In het WWF-rapport staat dat verdere verwoesting van het Amazone regenwoud alleen gestopt kan worden als snel een prijskaartje wordt gehangen aan de diensten die het levert.
Naast de opslag van koolstof die CO2 uitstoot voorkomt, levert het oerbos nog tal van andere economische diensten. De mens is erg afhankelijk van diensten uit de Amazone die in rap tempo verdwijnen, maar waarvoor nog niet wordt betaald.
Voorbeelden van die diensten zijn onder meer: het rondpompen van grote hoeveelheden water, de opslag van koolstof en erosiepreventie. Deze dienst blijkt gemiddeld 185 euro per jaar per hectare waard te zijn. De verspreiding van stuifmeel op koffieplantages door insecten afkomstig uit het regenwoud is gemiddeld 38 euro per hectare per jaar waard.
Producten zoals honing, bosvruchten en paddestoelen brengen per hectare gemiddeld 40 tot 80 euro per jaar op en recreatie en ecotoerisme gemiddeld 2,5 tot 5,5 euro per jaar. Tegenover die diensten staan andere economische trends waarvoor nu op jaarbasis veel tropisch woud wordt omgekapt.
De teelt van soja brengt jaarlijks bijvoorbeeld 230 tot 470 euro op per hectare en veeteelt 40 tot 115 euro per hectare per jaar. Uit het rapport blijkt dat Nederland de op drie na grootste handelspartner is van Brazilië en een flink aandeel heeft in de verwoesting van het regenwoud. Dit land en China zijn de grootste importeurs van soja ter wereld. (Wilfred Leeuwin/dWT/foto: Werner Simons)
21 februari 2009
Suriname ziet af van milieusectorplan
Paramaribo - Suriname ziet af van het ontwikkelen van het sectorplan Milieu en gaat daarmee voorbij aan afspraken in 2001 gemaakt met Nederland. Toen werd 15 miljoen euro uit de Verdragsmiddelen hiervoor gereserveerd.
“Milieu is geen sector op zich. Het heeft teveel raakvlakken met andere sectoren en moet als zodanig worden gezien”, motiveert minister Rick van Raavenswaay van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (Plos) het besluit aan de krant. Nederland staat geheel buiten deze beslissing.
“Suriname stelt de prioriteiten en is het niet aan Nederland om voor Suriname te bepalen”, verwoordt Peter Hof, hoofd Ontwikkelingssamenwerking op de Nederlandse ambassade, het standpunt van de huidige Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking, Bert Koenders.
In 2001 identificeerden de toenmalige ministers Eveline Herfskens van Ontwikkelingsamenwerking en Stanley Ragoebarshing van Plos, milieu, onderwijs, gezondheidszorg, volkshuisvesting, rechtsbescherming en veiligheid en landbouw, als de zes sectoren waaraan de resterende verdragsmiddelen zouden worden besteed. Van Ravenswaay ziet graag dat er daarom een milieuwet komt met een dynamisch karakter.
Milieu heeft namelijk in vrijwel elke sector een belangrijke functie. Bijvoorbeeld moet bij het ontwikkelen van natuurlijke hulpbronnen altijd een milieueffectenplan worden ingediend. Voor de andere vijf sectoren zijn er al sectorplannen ontwikkeld en in uitvoering. De resterende 90 miljoen euro wordt nu besteed aan onder andere onderwijs, gezondheidszorg, ontwatering en drinkwatervoorziening.
Van Raavenswaay zegt dat milieuprojecten die te maken hebben met institutionalisering, zoals het ontwerpen van een milieuwet, eventueel ook uit deze restmiddelen gefinancierd kunnen worden. Nederland stelt via de ambassade wel fondsen beschikbaar voor milieuprojecten.
Dit geld komt niet uit het restant verdragsmiddelen. De komende week wordt een fonds operationeel voor capaciteitsversterking voor bos- en natuuractiviteiten van individuele personen, bedrijven, instituten en andere organisaties. (Wilfred Leeuwin/dWT)
Slechte wegen en vervuiling in noorden
Paramaribo - Gebleken is dat er op de Jozef Israëlstraat dichtbij de Ringweg heel wat vuil gedumpt wordt.
Dit vuil wordt gedumpt door mensen van de buurt zelf. Anderen die langsrijden, zien dit en gooien ook hun vuil daar. Dit vuil is al maanden zo langs de weg en er wordt niets gedaan.
Een buurtbewoner, K.S., gaf mee dat dit vuil werkelijk al maanden ligt, men komt het niet ophalen.
Ook gaf hij mee dat door dit vuil de mensen van de buurt last krijgen van heel wat vliegen en stank. ‘We hebben velen malen gebeld naar de vuilophaaldienst, maar er komt geen oplossing’, aldus de buurtbewoner K.S.
Ook zegt hij dat de weg daar heel slecht is het lijkt of de overheid geen aandacht aan dat weggedeelte schenkt. Hij vraagt zich af of dat te maken heeft met het feit dat het stukje slecht bewoond is.
DBS sprak met een medewerker van de vuilophaaldienst, die aangaf dat zij ervan op de hoogte zijn. Maar dat het vuil nog niet opgehaald is, daarvan is hij niet op de hoogte. Verder gaf hij mee dat hij het door zal geven en er zullen maatregelen getroffen worden. DBS sprak eveneens met de buurtmanager Irwin Maatrijk, die waarneemt in deze omgeving. Hij gaf mee dat hij er van op de hoogte is dat er vuil wordt gedumpt.
Hij deelde verder mee dat het ondernemers zijn die hun vuil zeker drie dagen eerder op straat zetten voordat de dienst het komt ophalen.
Het is namelijk zo dat als het drie dagen eerder word gezet, de wind ermee gaat spelen en de straathonden gaan ook eraan, waardoor het verspreid raakt.
Verder gaf hij te kennen dat hij de situatie zou gaan bekijken. Er zullen maatregelen getroffen worden, aldus Maatrijk.
Ook aan de Fosforstraat te Geyersvlijt is er sprake van een heel slecht weggedeelte dat al zoveel maanden zo is. Een verontruste weggebruiker belde met DBS hierover. Hij vroeg nogmaals de aandacht van beleidsmakers om in te grijpen. Door hem werd vooral gewezen op de levensgevaarlijke situatie waarvan er momenteel sprake is.
Hij vreest dat indien er niet snel ingegrepen wordt er zich ongelukken kunnen voordoen. DBS sprak met een bewoner Sudhier van deze weg. Hij zegt dat dit gedeelte al jaren zo is, er wordt niets aan gedaan. ‘Het is levensgevaarlijk er lopen kinderen hier, er zijn geen voedpaden aanwezig en de auto’s gaan kapot van deze weg. Er komt maar geen oplossing’, aldus de buurtbewoner. (DBS)
Capaciteitsfonds Bos en Natuur van start
Paramaribo - Eind vorig jaar tekenden de ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden, mevrouw Tanja van Gool, en de teamleider van Tropenbos International Suriname, de heer Rudi van Kanten, de overeenkomst voor het beheer van het Capaciteitsfonds Bos en Natuur (CBN).
In deze overeenkomst zijn afspraken vastgelegd die moeten bijdragen aan de capaciteitsopbouw binnen de sectoren bos en natuur. De Nederlandse ambassade financiert het programma met een bedrag van ruim € 700.000. Het fonds heeft een looptijd van vier jaar.
Op 24 februari aanstaande is het zover dat het fonds daadwerkelijk van start gaat. Dit meldt Tropenbos International Suriname via een persbericht. De website zal worden geďntroduceerd, er zal uitleg worden gegeven over de doelstellingen en het functioneren van het CBN fonds en aanvragen voor bijdragen voor capaciteitsopbouw kunnen vanaf dat moment worden ingediend. De eerste voorlichtingen worden die dag verzorgd in het auditorium van het Celos aan de Leysweg.
Mits de sectoren bos en natuur over voldoende kennis en capaciteit beschikt, kan het Surinaamse bos een belangrijke bijdrage leveren aan het verbreden van de basis van de economie. Het CBN-fonds helpt hierbij en richt zich daarbij op doelgroepen die de gehele sector beslaan.
Hierbij valt te denken aan overheidsdiensten, parastatale instituten, NGO’s, bedrijven en onderzoeks- en scholingsinstellingen. Er is speciale aandacht voor jongeren die staan voor een beroepskeuze of studeren binnen een aan de sector verbonden vakgebied.
Het fonds wordt beheerd door de Stichting Tropenbos International (TBI). Tropenbos is in Suriname actief op het gebied van onderzoek en capaciteitsopbouw en werkt samen met lokale en internationale partners.
Op basis van intensieve stakeholderconsultaties heeft Tropenbos prioriteiten gedefinieerd binnen de drie hoofdthema’s van Bosbouw (bv. duurzaam bosbeheer en certificering), Biodiversiteit (bv. het gebruik van non-timber forest products) en Forest-dependent livelihoods (bv. Effectief beheer van beschermde gebieden en de rol van lokale bewoners).
De Stichting Tropenbos zal naast het werven van gegadigden voor het fonds ook een actieve rol vervullen om mee te denken met potentiële aanvragers in het verbeteren van hun capaciteit. Alzo hoopt het programma bij te dragen om het bos op een hoger plan te brengen. (DBS)
20 februari 2009
Autokerkhof langs de Indira Gandhiweg
De eigenaar van een autoherstel-werkplaats maakt een autokerkhof van de onderhoudsstrook van de afvoertrens langs de Indira Gandhiweg, nabij de Palisadeweg in het district Para.
Paramaribo - Een ondernemer die nabij de Palisadeweg aan de Indira Gandhiweg in het district Para een autoherstelwerkplaats exploiteert maakt zich schuldig aan milieuvervuiling.
Met alle gemak maakt hij van de onderhoudsstrook langs de afvoertrens een autokerkhof.
Gillion Wielzen, hoofd van de afdeling Milieupolitie van het directoraat Milieubeheer weet er meer van. Hij vindt dit gedrag van de ondernemer volkomen onverantwoordelijk. Door het opstapelen van de wrakken komen onder andere ratten en slangen.
De gecreëerde situatie is een welkome broedplaats voor de denguemuskiet. Wielzen garandeert dat de aannemer wordt aangesproken op dit gedrag. Vervolgens krijgt hij een aanmaning en als hij nalaat de wrakken op te ruimen, worden die op zijn kosten door Milieubeheer opgeruimd.
Bewoners in het district kijken vol verwachting naar het handelen van de overheid. Er wordt alom verkondigd dat het toerisme in ons land een sterke vlucht neemt. Echter kan dit geen prijzenswaardig visitekaartje zijn. Toeristen en andere bezoekers gaan er voorbij en merken gelijk wat bedoeld wordt met “bevordering van toerisme in Suriname”.
Hugo Pinas districtscommissaris van Para, hecht enorm veel belang aan de verdere ontwikkeling van de toerismesector. Burgers verwachten daarom ook de nodige stappen vanuit het commissariaat Para. (Isaak Poetisi/dWT/foto: Stefano Tull)
Capaciteitsfonds bos en natuur operationeel
Paramaribo - Voor personen, bedrijven, instituten en overheidsinstanties die werkzaam zijn in de bos- en natuursector is een fonds geopend voor duurzaam beheer en ontwikkeling van bos en natuur.
Met het geld kunnen verschillende trainingen, scholing en onderzoek programma's worden gefinancierd. Het geld dat wordt beheerd door de Surinaamse tak van Tropenbos International, is ter beschikking gesteld door de ambassade van Nederland uit ontwikkelingsgelden die zijn opgenomen op de begroting van het Nederlandse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking.
Sietze van Dijk, capacity building officer van Tropenbos internationaal, benadrukt dat het hier gaat om een fonds dat uitsluitend gericht is op projecten die in en op Suriname betrekking hebben. Bos- en natuurprojecten die in en voor het buitenland worden gedaan, krijgen geen financiering.
“De drempel om toegang tot het fonds te krijgen hebben we heel laag gehouden, zegt Van Dijk “en zijn er geen moeilijke voorwaarden waaraan een aanvrager moet voldoen.” Er hoeft geen moeilijk projectdossier te worden ingediend.
Zo kan snel financiering plaatsvinden voor een training aan personen die bijvoorbeeld willen leren hoe een boom te vellen. Een vereiste is dat afhankelijk van het project, de hoogte wordt bepaald van een eigen bijdrage, te beginnen bij 20 procent. Zij die gebruik willen maken van het fonds moeten ingezetenen zijn en actief binnen de sector.
Naast projecten die direct te maken hebben met capaciteitsversterking, kunnen ook ondersteunende projecten worden ingediend zoals het opzetten van een database of computerprogramma voor beter bosbeheer bij een bedrijf dat bijvoorbeeld in Paramaribo is gevestigd, maar bos - en natuur activiteiten uitvoert in het binnenland.
Een ander ondersteunend project dat ook voor financiering in aanmerking komt, is volgens Van Dijk, veiligheid in de sector. “Dat draagt niet direct bij tot beter bosbeheer, maar is wel een ondersteunende en praktische factor.”
Hoewel dat niet de focus is van het fond, kan het financieren van capaciteitsprojecten voor duurzaam bosbeheer, Suriname een betere kans geven aanspraak te maken op gelden uit andere internationale fondsen die bedoeld zijn, landen te compenseren voor hun bos.
Van Dijk zegt dan ook dat met voldoende kennis en capaciteit, het Surinaamse bos op verschillende manieren een bijdrage kan leveren aan de economie van het land. Voor belangstellenden is een website ontwikkeld waarop alle informatie is te vinden zoals de procedure die gevolgd moet worden. (Wilfred Leeuwin/dWT)
Ernstige afkalving aan de Bombayweg
Paramaribo - Aan de Bombayweg te Von Freyburg in het district Saramacca is momenteel sprake van een ernstige afkalving.
Langs de weg loopt een kanaal. Buurtbewoners vrezen dat over enkele maanden de weg niet meer zal bestaan.
De twee verdiepingen tellende woning annex supermarkt die naast de Bombayweg is gevestigd, zal hierdoor veel schade ondervinden.
Dagblad Suriname sprak met de eigenaar van de supermarkt, mevrouw Malhoe. Zij betreurt het ten zeerste dat maatregelen om het probleem te verhelpen, uitblijven. De afkalving van het zandgedeelte pal naast de weg doet zich al vijf jaren voor.
Al vijf jaren trekt zij aan de bel voor een oplossing. De bestuursopzichter en de werknemers van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) zijn al ettelijke malen op de hoogte gesteld. Dit heeft niet mogen resulteren in tastbare oplossingen.
Opmerkelijk is ook dat een waterleidingbuis onder de grond loopt waar de afkalving plaatsvindt. Deze buis raakt op regelmatige basis beschadigd. Werknemers van de Surinaamse Waterleidingmaatschappij (SWM) moeten de buis op regelmatige basis vervangen.
In periodes van zware regenbuien gaat de afkalving uitermate snel. Malhoe vreest dat wanneer maatregelen uitblijven, de situatie zeer ernstig wordt. ‘Wat gaat er dan gebeuren. Nu al dreig ik mijn schutting kwijt te raken. Straks raak ik mijn huis ook nog kwijt’, luidde haar wanhopige kreet. Aan de Bombayweg zijn diverse gezinnen woonachtig. Zij maken dagelijks gebruik van de weg. (Asha Bhagwat/DBS)
18 februari 2009
Stropers gevaar voor broedplaatsen vogels
In het Bigi Pangebied wordt behalve gevist, ook gestroopt. De broedplaatsen van vooral vogels komen hierdoor in gevaar.
NIEUW-NICKERIE - Stropers vormen nog altijd een ernstige bedreiging voor de verschillende soorten vogels die zich nestelen op de broedplaatsen in Nickerie.
Dit probleem ondervinden vooral de vogels die hun nesten hebben langs de Zeedijk.
Op deze lokatie, een gebied van ongeveer 20 hectare ten westen van het majoor Fernandes vliegveld, broeden de verschillende soorten reigers, de Pakro Aka's, de Dikkop en ook de Duikelaars. Dit strookje land langs de Zeedijk is sinds november 2006 verklaard tot totaal beschermd gebied.
“Door de aanwezigheid van de stropers in de directe omgeving van de broedplaatsen, krijgen de vogels de ruimte niet om te broeden. Hierdoor is ook de populatie van de vogels in de afgelopen periode afgenomen in dat gebied,” zegt Chanderbhan Dwarka, coördinator van de afdeling Natuurbeheer Nickerie.
“Vanwege onderbezetting hadden wij dat gebied langs de Zeedijk niet onder controle, maar nu de afdeling per december 2008 vijf personen meer in dienst heeft, zijn de activiteiten over het heel district geoptimaliseerd.”
Volgens Dwarka neemt de populatie van de vogels nu toe, omdat het gebied regelmatig wordt 'bewaakt'. De dienst houdt verder ook toezicht op de activiteiten in het Bigi-Pangebied en is preventief bezig in een gebied achter de centrale van de NV Energie Bedrijven Suriname in de Clarapolder, het landbouwgebied te Kaolanpolder en het Papagaaieiland waar de Rode Ibissen zich ook nestelen. Dwarka zegt dat de kust van Suriname voor veel soorten vogels van grote betekenis is.
“In sommige jaren broedt bijvoorbeeld een derde van alle Rode Ibissen op de wereld hier, terwijl meer dan de helft van alle Snipjes langs de kust van Zuid-Amerika langs onze voedselrijke modderkust wordt gezien, vandaar dat deze vogelsoorten volledig beschermd zijn in ons land”. Hij roept de gemeenschap op om niet op de beschermde vogels te jagen, “anders heeft Nickerie over enkele jaren geen vogels meer.” (Beta Debidien/dWT)
12 februari 2009
Kleine vissers slachtoffer van leegroof visgronden
Paramaribo - Het zijn de kleine vissers die het meest te verduren hebben van de leegroof van de visgronden die Suriname rijk is. ‘Het zijn die kleine vissers die het voelen, ja. En wij voelen het al’, bevestigt de voorzitter van de Vissersorganisatie Nieuw Amsterdam, Glenn Habbiboelah tegenover Dagblad Suriname.
Momenteel heerst er een schaarste aan vis op de lokale markt. Dit is deels te wijten aan de weersomstandigheden. Zo is het ernstig onstuimig op zee, als gevolg waarvan de kleine vissers niet uitvaren. Verwacht wordt dat deze situatie de volgende maand weer normaal wordt. Habbiboelah legt er evenwel de nadruk op dat er meer hierachter schuilt.
Er zijn verschillende aspecten debet daaraan. Een van deze aspecten is de industrievisserij. Het wordt hoog tijd dat er visseizoenen worden vastgesteld. Wanneer dit achterwege blijft, gaat het ten koste van de visgronden. Naast de seabob trawlers vormen ook de hektrawlers een groot gevaar voor de visgronden.
De voorzitter van de vissersorganisatie praat in deze kwestie in termen van ‘het leegroven van de kraamzaal van de kleine vissers’. Hij kijkt dan ook uit naar ‘harde maatregelen vanuit het beleid’. Tegelijkertijd stelt hij de vraag: ‘Wordt er daadwerkelijk beleid gevoerd?’ Helaas blijft het antwoord: Nee. Habbiboelah is zich er goed van bewust dat deze verwikkelingen gevoelig liggen. Maar, het is ook een feit dat de kleine vissers al ettelijke jaren hun kreten laten horen voor het realiseren van deze zaken.
Zo heeft hij de afgelopen jaar met lede ogen moeten toezien hoe vier hektrawlers van de Chinezen hun intrede hebben gedaan in de Surinaamse visgronden. ‘Wij zien steeds meer nieuwe boten binnenvaren.’ De voorzitter van de vissersorganisatie die nauw betrokken is in de sector doet ook uit de doeken dat Braziliaanse vissers hun producten leveren aan de Surinaamse visverwerkingsbedrijven. Die worden tegen een lage prijs opgekocht.
Hierna wordt het product geëxporteerd. Het gevolg is dat de visverwerkingsbedrijven ook een laag bedrag aanbieden aan de Surinaamse vissers. Dit is niet rendabel voor hen. ‘Het gaat totaal fout binnen de sector.’
Habbiboelah vergelijkt de Surinaamse situatie met die van Guyana, waar de kleine vissers het wel overleven. Habbiboelah kan het zich nog herinneren dat beleidsmakers naar de vissers toe hebben aangegeven dat er jaarlijks bergen vergunningsaanvragen liggen. ‘Ja, deze aanvragen moeten wij vissers elk jaar doen om onze vergunningen te verlengen. Maar dat wil beslist niet zeggen dat alles koek en ei is binnen de sector.’
Dagblad Suriname heeft ook gesproken met Dayanand Dwarka die al tientallen jaren nauw verbonden is met de sector. Ook door hem wordt aangekaart dat de visvangsten in deze periode zijn afgenomen. ‘Ja, maar dat is jaarlijks het geval.’ De onstuimigheid van de zee op grond waarvan de kleine vissers niet uitvaren, wordt als voornaamste reden beschouwd.
Zo is de vangst van de diverse soorten veelgevraagde vissen: Botervis, Snoek, Bang Bang en Kandratiki afgenomen. Dit gaat natuurlijk gepaard met een prijsverhoging. Een hoop vis die voorheen voor SRD 5 aan de man werd gebracht, kost momenteel SRD 10. (Asha Bhagwat/DBS)
6 februari 2009
Afsnijden van haaienvinnen
Finning is de Engelse term voor het afsnijden van haaienvinnen voor consumptiedoeleinden.
Het is een van de oorzaken van de sterke achteruitgang in de haaienstand in de laatste twintig jaar.
De vinnen worden meestal na vangst afgesneden, waarna de haaien weer overboord worden gegooid om ruimte te besparen. De activiteit vindt vooral plaats in zeeën rondom China en Indonesië.
De haaien die ontdaan zijn van hun vinnen sterven daarna in de oceaan. Echter volgens Giam Choo Hoo, het langst levende lid van het comité CITES is dit onjuist en “worden de vinnen pas van de haaien gesneden als zij al dood zijn”.
Finning wordt fel bestreden door groepen die begaan zijn met het welzijn van dieren en *natuurbehoud, zowel op morele gronden als vanwege het feit dat het de oorzaak is van de snelle achteruitgang van de haaienpopulatie.
Op de rode lijst van IUCN staan 39 haaiensoorten vermeld met als toevoeging: ernstig bedreigd, bedreigd of kwetsbaar (Critically Endangered, Endangered or Vulnerable).
De zogeheten Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES) noemt in Appendix II drie haaisoorten: de walvishaai, de grote witte haai en de reuzenhaai.
Appendix II noemt soorten die niet met uitsterven worden bedreigd, maar waarbij wel controle op de internationale handel is vereist, om hun populaties in stand te kunnen houden.
Naar schatting worden 10 tot 100 miljoen haaien per jaar afgeslacht vanwege hun vinnen, met een mediane hoeveeelheid van 38 miljoen.
De opbrengst hiervan wordt geschat op 1.2 miljard US dollars. Vanwege het lucratieve aspect van deze handel, wordt er vermoed dat er banden zijn met de georganiseerde misdaad. Sommige haaiensoorten zijn in de laatste vijftig jaar met 80 procent in aantal gedaald.
Sommige organisaties beweren dat vooral de bijvangst (niet opzettelijk vangst door vissersboten) verantwoordelijk is voor deze daling, en dat de markt voor haaienvinnen maar weinig invloed hierop heeft.
Naar schatting is de bijvangst verantwoordelijk voor een daling van 50 procent. Anderen beweren weer dat vooral de markt voor haaienvinnensoep de belangrijkste factor vormt.
Tommy Chueng die verantwoordelijk is voor de wetgeving in de cateringsector van Hong Kong zegt: “ik geloof niet dat haaien een bedreigde diersoort vormen.
Dat geldt misschien voor sommige specifieke soorten, maar de vinnen komen niet van specifieke soorten. Er zijn nog voldoende soorten in overvloed over.”
Het is moeilijk om deze beweringen pro en contra echt hard te maken. Er zijn wel nieuwe wetten aangenomen die finning verbieden, hoewel het moeilijk blijft de naleving hiervan in internationale wateren te controleren.
De VS hebben onlangs finning verboden voor in de VS geregistreerde vissersboten, en in de eigen territoriale wateren. Ook mogen haaienvinnen niet meer zonder het totale karkas worden ingevoerd. Internationale visserij-organisaties zijn bezig met de voorbereiding van een soortgelijke wetgeving voor de Atlantische oceaan en de Middellandse zee.
Finning is ook verboden in het Oostelijk deel van de Stille Oceaan, maar blijft gehandhaafd in de rest van de Stille Oceaan en Indische Oceaan. (dWT)
5 februari 2009
Milieubeheer Wanica achter met betaling huur Paramaribo - Personeelsleden van het directoraat Milieubeheer, afdeling Wanica, kwamen gisterochtend voor een verrassing te staan.
Aangekomen op hun werkplaats, bleek dat zij het terrein niet konden betreden, omdat de poort gesloten was. De pandeigenaar ging hiertoe over, omdat hij de huur over de afgelopen twee maanden nog niet heeft ontvangen.
Daarnaast is het zeven maanden durende contract verlopen. Hij zegt nog geen nieuw contract onder ogen gezien te hebben, dus weet hij niet hoe hij ervoor staat.
Asgarali Bhikhie, hoofd directoraat Milieubeheer afdeling Wanica, zegt dat hij nadat hij geconfronteerd werd met de gesloten poort, gelijk contact opnam met de politie van De Nieuwe Grond om bewerkstelligd te krijgen dat de arbeiders toch naar binnen konden om arbeid te kunnen verrichten.
Enkele ogenblikken leek het wel alsof de verhuurder voet bij stuk zou houden, maar door interventie van buurtmanager Gautam Jagessar van De Nieuwe Grond, werd het probleem na enige ogenblikken opgelost.
De buurtmanager deed de toezegging om als bemiddelaar op te treden en ernaar toe te werken dat de verhuurder voor vrijdag weet waar hij aan toe. Na enige wikken en wegen besloot de verhuurder de poort open te gooien. Buurtmanager Jagessar zei zijn uiterste best te zullen doen. Tevens zal hij proberen te bemiddelen tussen partijen om te komen tot een goed resultaat.
De verhuurder geeft in gesprek met DBS aan dat hij voor water en elektrificatie moet betalen. En wanneer hij dan niet op tijd kan beschikken over zijn geld, hij dan ook niets heeft om aan de maandelijkse verplichtingen te voldoen. De pandeigenaar zegt dat er eerst geld op tafel moet komen, alvorens hij de mogelijkheid zal bekijken om een tweede contract aan te gaan.
Gaandeweg het gesprek zei hij wel bereid te zijn om een nieuw contract te ondertekenen. Hij zegt van de directeur van Milieubeheer vernomen te hebben dat zijn contract stilzwijgend is verlengd, doch zegt hij hiermee geen voldoening te hebben. “Ik wil alles zwart op wit hebben.”
Tegen een uur of tien konden de arbeiders het werk hervatten. Behalve deze verhuurder is gebleken dat ook enkele aannemers in geen zes maanden zijn uitbetaald door het directoraat Milieubeheer. (Santi Sieuw/DBS)
1 februari 2009
"Dit is associaal gedrag!"
Paramaribo - Deze man schroomt er niet voor om midden in de stad, op de hoek van de Zwartenhovenbrugstraat en Timmermanstraat, in het openbaar vuil te dumpen.
Deze gedragingen van burgers hebben mede tot gevolg dat de bermen langs de openbare wegen in illegale vuilstortplaatsen aan het veranderen zijn. Het fenomeen van vuil langs de straat storten op elke willekeurige plek, schijnt met de dag toe te nemen.
Het hoeft beslist geen betoog dat een ernstige attitudeverandering vereist is bij zulke burgers. Zij moeten het zichzelf aanleren om op een verantwoorde wijze om te gaan met hun eigen vuil en dit beslist niet overal te dumpen. Gelet op het soort vuil dat hier gedumpt wordt, lijkt het er heel veel op dat het afkomstig moet zijn van een bar of restaurant. (DBS)