Archief


Zoeken ? ( Cntrl + F )

Natuur en milieu


26 maart 2010

   Dolfijntoerisme booming

Paramaribo - De eerste serieuze stap voor de bescherming van het leefgebied van de dolfijnen aan de monding van de Surinamerivier is gezet.

Gisteren kwamen belanghebbenden in het University Guesthouse bij elkaar voor een workshop om te bespreken hoe de bescherming vorm zou kunnen krijgen.

De Guianadolfijn is als diersoort beschermd, maar het gebied waarin ze leven is dat niet. Monique Pool van de Green Heritage Fund is initiatiefneemster van het plan.

Op haar uitnodiging was dolfijnen-specialist en -onderzoeker Erich Hoyt deze week in Suriname om te kijken hoe Suriname op verantwoorde manier kan omgaan met de dolfijnpopulatie aan de monding van de Surinamerivier.

Er zijn verschillende bedreigingen aan te wijzen: de vervuiling van de rivier, visserij (vorige week moest een touroperator nog een verstrikte dolfijn redden) en het toenemende toerisme zorgt voor drukte in het leefgebied van de profosu.

Door iedereen bij het proces te betrekken, hoopt Pool op een gebalanceerde samenwerking tussen alle belanghebbenden. Dat zijn onder andere vissers, verschillende ministeries, touroperators en milieu-organisaties. Pool zegt dat deze organisaties welwillend tegenover het voorstel staan. Mocht via de overheid het leefgebied van de zoogdieren bij wet worden vastgelegd, dan wordt gekeken naar overeenkomsten onderling.

Green Heritage Fund maakt zich sterk voor een 'Marine Protected Area'. Dat is een beschermd gebied op het water. Suriname heeft dat nog niet. Pool: "Waar het om gaat, is het beschermen van het ecosysteem waar de dieren in voorkomen. Het gaat om het beschermen van een gebied voor de kust." Dat gebied is niet heel groot: "We zien dat de profosu niet migreert. Hun leefgebied beslaat vijftien tot twintig vierkante kilometer."

De afgelopen jaren heeft het aantal toeristische trips om de profosu te zien een vlucht genomen. Werd in 2004 nog helemaal niets binnengehaald aan inkomsten, omdat er gewoonweg geen trips werden georganiseerd.

In 2006 was dat al bijna honderdduizend Amerikaanse dollar aan directe en indirecte inkomsten. De schatting is, dat in 2010 het viervoudige, dus vierhonderdduizend Amerikaanse dollar zal zijn. Hoyt schat dat er ruimte is om nog honderdduizend USD meer te verdienen aan de trips. “Maar misschien wordt er momenteel al zoveel verdiend”, aldus de in zijn branche wereldberoemde onderzoeker.

“Het is een fantastische situatie”, vervolgt hij. “Omdat de populatie zo toegankelijk is voor toeristen en het vlakbij de stad ligt. Je moet er echter ontzettend voorzichtig mee omgaan: op deze plek moet nog meer onderzoek gedaan worden en er kan nog veel worden geleerd. Dan kan Suriname op een duurzame manier met de dolfijnen omgaan.

De toeristenindustrie rondom de dolfijnen breidt zich hier erg snel uit. Tussen 2007 en 2008 groeide dat met vierhonderd procent. Maar aan de andere kant moet je goed kijken hoeveel boten bijvoorbeeld bij de dolfijnen mogen, om ze niet teveel te storen. Dat is op andere plekken op de wereld erg fout gegaan."

Het aantal Guianadolfijnen op de Surinamerivier wordt door het Green Heritage Fund geschat tussen de 100 en 125. Vrijwilligers trekken iedere zondag er op uit om ze te tellen, te fotograferen en te identificeren. Het is namelijk niet bekend hoe bedreigd de groep precies is.

“Maar het feit dat ze niet verlegen of schuw zijn, geeft aan dat het goed met ze gaat”, stelt Pool. "Als we doorgaan op deze weg, dan kunnen we internationaal een goede naam opbouwen als beschermers van de dolfijn.” (Ivo Evers/dWT)
 

16 maart 2010

   Ex-militairen steeds dichter bij een vaste baan

Paramaribo -  ‘Ik vind het bijzonder prachtig. Het is een gouden kans en we gaan het met beide handen aangrijpen. We hebben het nodig. Het is een must voor ons.

We komen uit een zwakke positie en we moeten onszelf opkrikken naar een sterkere positie’, sprak ex-militair Iwan Derry gisteren tegenover Dagblad Suriname.

De officiële opening van de opleiding tot assistent bos- en natuuropziener heeft gisteren plaatsgevonden. Deze zal bijkans 2 jaren duren.

De 53 ex-militairen zijn nu in de gelegenheid de training te volgen. Ze hebben lang gewacht op dit moment. Ex-militair Kamaldew Balgobind: ‘Ik ben blij, maar het zou eerder moeten gebeuren. We hebben lang gewacht.’ Ex-militair Gilbert Van de Veer is dezelfde mening toegedaan.

De ex-militairen zullen maandelijks SRD 500 ontvangen als studietoelage. De resocialisatie- en overbruggingstoelage van SRD 200 die zij voorheen kregen, komt te vervallen. Door Defensieminister Ivan Fernald werd het belang van de kans die de militairen krijgen, onderstreept. Hij raadde de mensen aan hard te studeren en zich ten volle in te zetten om vervolgens een goede job als assistent bos- en natuuropziener te doen.

Het beleid is erop gericht om de ex-militairen uit de sociaal afhankelijke positie te halen. ‘Laat zien dat u de kwaliteiten en discipline hebt als ex-militair. Het ligt aan u. U moet de verwachtingen waarmaken. U moet ons niet beschamen. Het is een mooie opleiding waar u trots op mag zijn’, sprak de bewindsman de mannen toe.

Op deze wijze kunnen ze hun boterham op eerlijke wijze verdienen, door de biodiversiteit die de Surinaamse natuur rijk is te helpen beschermen. Het ministerie acht het van belang dat het imago van de ex-militairen verbetert. De mannen zullen zowel in het kustgebied als in het binnenland ingezet worden.

Volgens RGB-minister Michael Jong Tjien Fa zullen de toekomstige assistent bos- en natuuropzieners erop toezien dat de Boswet, de Jachtwet en de Natuurbeschermingswet worden nageleefd.

De ex-militairen zijn toevertrouwd aan de Stichting Nazorg en Dienstplichtige Ex-militairen. Op 17 juli 2009 waren zij geïnformeerd over de baan van assistent bos- en natuuropziener. Vanaf 10 september tot 3 november hebben zij een instapcursus gevolgd waar hen de nodige skills en vaardigheden die betrekking hebben op de hedendaagse arbeidscultuur, zijn bijgebracht.

Naast deze opleiding heeft het ministerie van Defensie reeds geruime tijd enkele ex-militairen in dienst genomen ten behoeve van verschillende afdelingen. Ook zal een groep ex-militairen de komende periode getraind worden tot beveiligingsmedewerkers. (Asha Bhagwat/DBS)
 

9 maart 2010

   De zegen van majestueuze zeeschildpadden

Een Krapé legt eieren in een nest op het strand te Galibi.

GALIBI - Het zandstrand doemt op, vliegende vissen wijken uit voor de boot. “Welkom in natuurreservaat Galibi”, meldt de bootsman. Eindelijk.

We (toeristen en journalisten) zijn in Galibi, Noordoost-Suriname, en bevinden ons op een boot op zoek naar zeeschildpadden: een krapé of misschien wel een aytkanti die eieren legt, alhoewel het nog niet het legseizoen van laatstgenoemde is.

Het strand dat we aandoen is 's nachts het terrein van de wereldberoemde zeeschildpadden die er hun eieren leggen. Het is wereldberoemd, omdat het Wereld Natuurfonds (WWF) voor de beschermde, prehistorische reptielen in de bres sprong en er hun flagship species van maakte.

Bovendien is hun verschijning indrukwekkend en ten slotte leggen ze eigenlijk nergens anders hun eieren. Ja, aan de overkant (Frans-Guyana), Trinidad en in Matapica ook. Maar Galibi, dat is andere koek. In Galibi ben je verzekerd van het feit dat je ‘s avonds op zijn minst een krapé (green turtle) tegen het lijf loopt.

Met zaklampen wordt intussen gespeurd naar sporen op het strand. De plaatselijke zeelui, drie in totaal, doen dit tientallen, misschien honderden keren per jaar. Vroeger wellicht om te stropen, want het was hun levensonderhoud en voedselbron. Tegenwoordig mogen zij  alleen rapen voor eigen gebruik.

Handel en verkoop is ten strengste verboden, hoewel er wel een levendige zwarte markt is. De plaatselijke bevolking kan nu (gedeeltelijk) rondkomen van toeristische trips, want wie Suriname aandoet, kan niet om de schildpadden heen. Geen touroperator in Paramaribo die het in zijn hoofd haalt geen trip naar Galibi in het pakket op te nemen.

Jongeren van Galibi zoeken bruikbare spullen in een vissersboot die ligt aangemeerd in de Marowijnerivier voor het dorp. De gemeenschap van Galibi is voor een deel van haar eiwitvoorziening afhankelijk van de zee.

Dino Aloema, de gids van de avond, is een van de dorpsbewoners. Vriendelijke, aimabele lach, in de dertig, sinds drie jaar trotse bezitter van een badge dat zijn bevoegdheid bevestigt; abusievelijk ligt deze thuis.

“Het is de laatste jaren veel drukker geworden met mensen die de schildpadden willen zien. Ik ben begonnen als matroos, daarna kreeg ik cursussen, nu ben ik gids. Het werk is heerlijk, ik doe dit met groot plezier.”

Ervaring telt: na nog geen drie minuten zoeken wordt het anker uitgegooid en iedereen stapt uit. Net op tijd. Een krapé haast zich terug de zee in. Verderop nog een. Verbazing en opwinding onder aanwezigen. Je leest boeken, kijkt natuurfilms, foto's en hoort de verhalen, maar toch, in het echt, dat is wat anders.

Dit is het dier dat precies op de plek terugkomt waar het geboren is om eieren te leggen. Dit is het dier dat al tweehonderd miljoen jaar (!) in zee overleeft, dat ruim honderd jaar oud kan worden, dat zwemt tot aan West-Afrika en Canada op zoek naar voedsel (kwal, zeegras).

Al snel worden twee exemplaren gevonden die op het punt staan te leggen. “We wachten”, meldt Dino aan de ongeduldigen. “Tijdens het graven van hun nest mogen we ze niet storen, dan vluchten ze terug de zee in.” Tien minuten later geeft de gids groen licht.

Net over de kleine duintop ligt de krapé, ingegraven. In trance ook, want tijdens het leggen merkt ze niets. Het is tijd voor foto's, Dino vertelt, wijst en gebaart, het dier wordt betast, licht schijnt over het schild, terwijl de schildpad meer dan 150 eieren in het gegraven gat legt.

Tijdens het begraven van de eieren even later, komt dan toch een groot probleem aan het licht: plastic. Veel plastic. Niet achteloos hier weggegooid, maar aangespoeld vanuit Albina. Net als de modder dat afzet op het strand, komt er plastic op de legstranden terecht. Afvalplastic is een probleem voor Suriname in het algemeen en voor de zeeschildpadden in het bijzonder.

Vooral plastic zakken zijn funest. Eenmaal in zee zien de reptielen deze aan voor kwallen en na het doorslikken stikken ze erin. Gelukkig wordt er actie ondernomen (opruimacties, voorlichting) om dit te beteugelen, maar een blik op de nestplaats van de green turtle doet vermoeden dat er nog veel werk te verzetten is op dit gebied.

En zo kunnen talloze problemen worden geconstateerd (stroperij, een avond eerder joegen toeristen per ongeluk een schildpad terug in zee), maar het gaat vrij goed met de populatie. Dat is een zegen voor Suriname en dat beseft iedereen die eenmaal een majestueuze schildpad door het zand heeft zien ploegen, op weg terug naar zee.

Eigenlijk zou iedere Surinamer een keer naar Galibi of Matapica moeten kunnen om de zeeschildpadden te bezoeken, hoe financieel moeilijk ook. Op die manier kan de hele gemeenschap zien waarom: waarom maakt het WWF zich toch zo druk om die beesten? Waarom wordt er überhaupt in geïnvesteerd?

Hierom: er komen drie- tot vierduizend gasten per hoogseizoen kijken naar een beschermde en bedreigde diersoort. Omdat het een prachtig dier is dat verdient te overleven. En omdat de mens niet verantwoordelijk zou moeten zijn voor het uitsterven van een diersoort in het algemeen. (Ivo Evers/dWT/foto's Annelies Verhelst)


   Bescherming schildpadden blijkt effectief

Paramaribo - Het gaat de betere kant op met de zeeschildpadden die de Surinaamse kust aandoen om eieren te leggen. Dankzij jarenlange inspanningen en investeringen – van onder meer het Wereld Natuurfonds (WWF) – zijn de populaties Aikanti (leatherback) en krapé (green turtle) stabiel.

Alleen de Warana, het derde soort dat veel voorkwam, is vrijwel verdwenen. Waarschijnlijk komt dat door stroperij in de jaren '60 door de lokale bevolking.Het aantal nesten dat de krapé legt ligt nu tussen de tien- en achttienduizend per jaar, voornamelijk op de stranden van Galibi en Matapica.

"Dat zijn goede populaties", zegt Avanaisa Turney van het WWF. De Aikanti leggen tegenwoordig tussen de vijf- en tienduizend nesten per jaar aan de Surinaamse kusten. De cijfers fluctueren nogal. Dat komt doordat zeeschildpadden in groepen naar Suriname komen om eieren te leggen. Deze lopen in aantallen zeer uiteen.

In elk geval veel hogere cijfers dan zo'n veertig jaar terug. In 1970 werden iets meer dan drieduizend nesten van de krapé geteld. Die van de aytkanti waren met rond de honderd vrijwel te verwaarlozen. De warana legde in dat jaar nog bijna tweeduizend nesten maar zij is nu, zo stelt het WWF, vrijwel verdwenen.

Op de stranden van Frans-Guyana doet dit soort het echter wel goed. Op de Surinaamse stranden worden dagelijks nesten geteld, inclusief die zijn gestroopt. De manier van tellen is overigens de gehele periode hetzelfde gebleven.

Stroperij is nog wel altijd een probleem. Van de krapé wordt minimaal tien procent van de gelegde eieren geroofd. In 2006 was dat zelfs veertig procent. Turney: "Als je niets doet aan bescherming, gaan deze percentages direct omhoog. Daarom zijn we nog steeds aanwezig. Op lange termijn is er nog geen oplossing.

Er moeten nog steeds fondsen beschikbaar worden gesteld en de WWF steekt er nog steeds veel energie in. Het probleem is dat er een markt voor de eieren is in Suriname. Het zit bijvoorbeeld in de javaanse cultuur en ook chinezen eten de eieren."

Samie Amatroesijat van Stichting Natuurbehoud Suriname (Stinasu): “De stroperij in Matapica is dankzij ecotoerisme gedaald tot een minimum. Op Galibi was de stroperij ook hoog, daar hangt de stroperij af van economische omstandigheden. Het ene jaar wordt veel geroofd, het andere minder. Er waren problemen, omdat mensen geen werk hebben.

Stinasu probeert mensen aan te nemen die geen werk hebben en hoopt zo de stroperij terug te dringen.” Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer (RGB) kreeg van het WWF dit jaar negentigduizend Amerikaanse dollar voor de bescherming van de zeeschildpadden.

De WWF doet ieder jaar een dergelijke donatie om onderzoek en bescherming te stimuleren. De Ware Tijd nam vorige week een kijkje in Galibi. (Ivo Evers/dWT)


6 maart 2010

   Madhoerie koppelt theater aan milieubewustwording

Paramaribo - De St. Petrusschool, de Nabawischool en de OS Clemensschool wacht morgen een verrassing.

Zij zijn de scholen die in verband met het project ‘Mother earth a question needs to be answered’ de meeste petflessen hebben verzameld.

Hun prijsje is dat zij een theatervoorstelling mogen bijwonen die middels drama milieubewustwording en het belang daarvan aan hen duidelijk zal maken.

Maltie Nidhansing die zelf ook mee gaat doen aan deze opvoering meent dat hierdoor de kinderen nog meer doordrongen worden van het belang van een schoon milieu. “Alles komt in dit stuk aan de orde dus de kinderen krijgen een goed beeld van wat er allemaal gebeurt wanneer je je omgeving niet schoon houdt.”

Bharata Natyam dansschool Madhoerie is sinds enkele maanden bezig met de uitvoering van het milieuproject op diverse scholen om de milieubewustwording voor natuurbehoud aan te wakkeren. ‘Als je kinderen bereikt, heb je de maatschappij bereikt’, menen zij.

Het project werd op scholen in de maand november 2009 gelaunched. De dansschool bezocht tal van scholen en plantte of schaduwbomen of plaatste in samenwerking met stichting Suwama tonnen voor petflessen. Het is de bedoeling dat kinderen op verantwoorde manier hun petflessen dumpen.

Madhoerie Jagmohan is de danslerares op de Madhoerieschool, met wie de Ware Tijd ook een gesprek had. “We horen zo vaak dat het niet goed gaat met de aarde. Als het in ons land geregend heeft zijn de goten vol met petflessen, veel plastiek rommel. We moeten er iets aan doen en vooral beseffen dat we onze rommel niet op straat moeten gooien, want plastiek kun je recyclen.

Ik vroeg me af waarom we geen statiegeld heffen op de plasticflessen. Al is het maar een stuiver voor een fles, dan zullen kinderen leren de flessen te sparen en zich op verantwoorde wijze te ontdoen van hun flessen en dan kunnen ze beseffen dat het ook anders kan. Vijf flessen leveren bijvoorbeeld dan al iets lekkers op bij de Chinees.

Kijken we naar Leonsberg en de oude veersteiger; het zit er propvol met vuil. Het ligt aan de mentaliteit van ons Surinamers.” Deze situatie was de aanleiding voor het milieuscholenproject, om het milieubewustzijn aan te wakkeren en we koppelden een dansvoorstelling hieraan. De première is vandaag en de scholenvoorstelling is morgen om zes uur 's middags.

Dat dans Jagmohan haar passie is blijkt uit het feit dat zij onvermoeibaar doorgaat met dit milieuproject, ondanks het feit dat de sponsoring niet altijd gemakkelijk op gang kwam. Jagmohan: “Dans is mijn passie en het maakt dan niet uit hoeveel moeite, tijd en geld het kost. Ik draag het ook met liefde over.

De waardering is er maar ook minder mooie geluiden, maar daar moet je niet naar luisteren. De grootste waardering kreeg ik in India tijdens één van mijn studentendansreizen (vanuit Nederland) waar de topmuzikant Giridhara grote dansguru's uit Banglore en Madras uitnodigde.

Mijn dansgroep bestond uit enkele hindostanen en verder voornamelijk uit andere bevolkingsgroepen onder wie de marron Sembena. De Indiase guru's spraken hun waardering uit voor niet-Indiërs die op traditionele wijze de Indiase Klassieke Tempeldans beoefenden”. (Ruth Nortan/dWT)
 

2 maart 2010

   Kwikvervuiling dreigend gevaar volksgezondheid

Paramaribo - De hoge concentraties kwik die momenteel in de rivieren en de kreken van het Surinaamse binnenland voorkomen, kunnen funest worden als ze in het grondwater terechtkomen.

Dit zal rampzalige gevolgen hebben stelt voedseltechnoloog Ricky Stutgard. Vooral vanwege het feit dat het huidige waterzuiveringssysteem niet in staat is kwik te scheiden.

“Hoe meer kwik in het water komt, hoe groter de kans dat ons grondwater verontreinigd wordt”, zegt Stutgard. Het is wetenschappelijk bewezen dat een te hoge concentratie van kwik in het menselijke lichaam desastreus kan zijn. Hoge concentraties van dit vloeibare metaal kunnen onder andere de oorzaak zijn van verlamming.

Vooral de marrongemeenschap is een risicogroep omdat hun eiwitbron vis is. Met name in het stuwmeer zijn er vissen aangetroffen met hoge concentraties kwik. Het gaat hierbij vooral om de visetende vissen zoals de Anjoemara en Toekoenarie.

Volgens Stutgard mag een mens niet meer dan 2 ppm in zijn lichaam hebben. Bij goudsmeden in Paramaribo waar het goud wordt gezuiverd en er kwikdampen vrijkomen zijn zelfs concentraties van 40 ppm in het lichaam gevonden. Stutgard legt uit dat de hoeveelheid kwik die het lichaam opneemt veel meer is dan zij afstaat.

De mensen zouden daarom minder moeten eten van de verontreinigde vissoorten. Dit probleem zou enigszins beteugeld kunnen worden als de verschillende gouddelvers zich organiseren, meent Stutgard. Hierdoor kunnen zij bewust gemaakt worden wat de gevaren zijn van onverantwoordelijke goudwinning.

“De goudkoorts zou je niet echt kunnen stoppen”, zegt Stutgard. Daarom is het van belang dat de binnenlandbewoners meegenomen worden in het beleid, waarbij zij ook kunnen profiteren van de goudwinning. Als ze hieraan voordeel beleven, zullen zij de politieagenten zijn van hun gebied. (NoSpang)

 

 

TOP