Archief
Voorlichting & Communicatie, van het Ministerie van Justitie en Politie.
Zoeken = Cntrl + F
12 juni 2008
Inleiding Minister van Justitie en Politie,
Chandrikapersad Santokhi,
inzake:
"Rechtsbescherming in Suriname als fundament voor toetreding
tot het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof".
Geachte vertegenwoordigers van de ICC, distingueshed members of Parlementarians for Global Action, vertegenwoordigers van de Caricom en Caribisch Hof, vertegenwoordigers van het Corps Diplomatic, geachte aanwezigen,
Aan mij is de eer om vandaag een korte inleiding te houden over het onderwerp “Rechtsbescherming in Suriname als fundament voor toetreding tot het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof”.
Er is bewust gekozen voor dit onderwerp omdat het hebben van goede rechtsbescherming direct in relatie staat tot de toetreding van Suriname tot het Internationaal Strafhof, dit tegen de achtergrond van aan het Strafhof ten grondslag liggende complementariteitbeginsel.
Als wij uitgaan, zoals gisteren aangehaald door de ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden, dat het succes van het Internationaal Strafhof niet zozeer zal zijn, gelegen in de vele bij haar gevoerde strafprocessen, maar juist in de afwezigheid van die strafprocessen, dan heb ik hiermee alles gezegd over het eminente belang, dat wordt gehecht aan goede rechtsbescherming in Suriname; met andere woorden het ontwikkelen van een goede rechtsstaat is a must.
Tevens zal hiermede Suriname bijdragen aan het helpen bewerkstelligen van de doelen van het Internationaal Strafhof, namelijk een eind brengen aan de straffeloosheid van daders van ernstige misdrijven. Het voorgaande is heel treffend verwoord in de preambule van het statuut van Rome, namelijk: “het is de plicht van elke staat om zijn rechtsmacht in strafzaken uit te oefenen over degenen die verantwoordelijk zijn in internationale misdrijven”.
Alvorens in te gaan op de vele activiteiten, die Suriname ontplooit op zowel nationaal, regionaal als internationaal niveau, is het goed toch even stil te staan bij enkele aspecten in verband met de op handen zijnde ratificatie van het statuut van Rome door Suriname.
ICC een doorbraak in het internationale recht.
Met de oprichting van het ICC is een belangrijke doorbraak gemaakt in het internationale recht. Het ICC is een instituut welks rechtsmacht steeds inroepbaar is ten laste van individuele personen, die inzoverre in het internationale recht als volwaardig rechtssubjecten worden erkend. Artikel 28 lid 1 van het Statuut van Rome bepaalt in dit kader het volgende: (1). the court shall have jurisdiction over natural persons……(2). A person who commits a crime within the jurisdiction of the court shall be individually responsible and liable for punishment in accordance with the statute.
Op basis van het Statuut van Rome zijn individuen persoonlijk strafrechtelijk aansprakelijk voor de in het statuut genoemde ernstige internationale misdrijven. Daarbij speelt hun persoonlijke status als staatshoofd of constitutioneel orgaan van de staat geen rol meer (artikel 27 Statuut: this statute shall aply to all persons without any distiction based on official capacity). Ook is in dit kader niet van belang of het nationale recht van de staat, in wiens feitelijke rechtsmacht de verdachte zich bevindt, het volkenrechtelijke strafrecht adequaat heeft vertaald in nationaal recht.
Wat is het het belang van ratificatie?
Een van de belangrijkste overwegingen in de preambule van het Statuut van Rome voor de oprichting van het Internationaal Strafhof is dat de twintigste eeuw een ongekend aantal slachtoffers heeft gekend van ernstige misdrijven die het geweten van de mensheid schokken. Deze ernstige misdrijven bedreigen in ernstige mate de vrede en veiligheid van de wereld. Het geweten van de mensheid wordt nog verder geschokt, nu blijkt dat vele van de daders van deze ernstige misdrijven ongestraft zijn gebleven. Het betreft dus een aangelegenheid die de totale internationale gemeenschap regardeert.
Ook Suriname is niet bespaard gebleven van deze negatieve ontwikkeling op het gebied van de schendingen van mensenrechten. Suriname heeft als deel van de wereldgemeenschap geen andere keus dan dit nobele streven van de wereldgemeenschap te moeten ondersteunen. Zulks past dan ook in het kader van de in artikel 7 lid 4 van de Grondwet vastgelegde internationale beginsel namelijk, dat de Republiek Suriname de solidariteit en samenwerking met andere volken bevordert in de strijd tegen kolonialisme, neo-kolonialisme, genocide en in de strijd voor nationale bevrijding, vrede en sociale vooruitgang.
Ook is van belang om hierbij te vermelden dat de “Caricom Conference of Heads of States” in 2003 een resolutie heeft aangenomen waarin de lidstaten van de Caricom die nog niet zijn toegetreden tot de ICC worden opgeroepen daartoe spoedig over te gaan. Een dergelijk besluit werd ook genomen in 2003 door de Algemene Vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), waarbij aan die besluitvorming ook Caricomlanden hebben deelgenomen. Ondertussen hebben een aantal caribische landen het Statuut van Rome geratificeerd, waarvan enkele caricom landen.
De toetreding van Suriname tot I.C.C.
Suriname zal in navolging van de meer dan honderd landen in de wereld die het Statuut van Rome hebben geratificeerd ook het Statuut van Rome ratificeren en de daarin vervatte verplichtingen implementeren en de eerste stappen daartoe zijn al genomen.
Ik mag u mededelen dat ook in Suriname het besluitvormingsproces met betrekking tot het partij worden bij het Internationaal Strafhof een hele lang was. De oorzaak hiervan heeft hoofdzakelijk te maken met het standpunt van de Verenigde Staten van Amerika in relatie tot het Internationaal Strafhof.
De Verenigde Staten van Amerika, met wie wij een samenwerking hebben op verschillende gebieden, stelden zich voorheen op het standpunt dat zij vanwege de aanname van een wet (de zogenaamde American Service members Protection Act, ASPA) genoodzaakt waren om alle militaire samenwerking en financiële donaties stop te zetten indien een land besloot partij te worden bij het Internationaal Strafhof, zonder dat er een bilaterale overeenkomst (article 98 agreements) bestond tussen dat land en de Verenigde Staten van Amerika.
Inmiddels is de situatie veranderd en heeft de Verenigde Staten van Amerika zijn oorspronkelijke standpunt herzien, waardoor de toetreding nu sneller kan verlopen. Echter is Suriname niet stil blijven zitten en hebben wij inmiddels verschillende beleidsmaatregelen getroffen op internationaal, regionaal en nationaal niveau om het rechtsstaatprincipe in Suriname verder te versterken en om condities te ontwikkelen om de internationale rechtshandhaving mogelijk te maken.
Suriname heeft in verschillende opzichten belang bij om toe te treden tot de ICC.
bekeken vanuit de positie van de Grondwet van Suriname kan gesteld worden dat de nationale soevereiniteit van de lidstaten door de toetreding tot het ICC niet in het geding komt. In de relatie tussen staten zijn in de preambule van het statuut van Rome paragrafen gewijd aan de territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van staten en aan het beginsel van niet inmenging in interne gewapende conflicten.
Ook kan gesteld worden, dat alhoewel het ICC rechtsmacht kan claimen indien de partijstaat om verschillende redenen geen vervolging heeft ingesteld, zulks niet betekent dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de nationale soevereiniteit van de betrokken staten. Het verkrijgen van deze rechtsmacht is namelijk gebaseerd op de acceptatie door de lidlanden zelf. Voorts is voor de uitoefening van de rechtsmacht het ICC afhankelijk van de door de lidstaten ter beschikking gestelde mogelijkheden. M.a.w. de ICC draagt juist bij tot de versterking van de souvereiniteit van een natie, die juist bedreigd wordt door de ernstige handelingen genoemd in Statute.
c. Artikel 139 Grondwet en artikel 27 Statuut.
Ingevolge artikel 139 van de Grondwet is het Hof van Justitie van Suriname de hoogste instantie van de Rechterlijke Macht belast met rechtspraak. De Surinaamse Grondwet bevat geen bepaling, dat de bevoegdheid tot rechtspraak kan worden opgedragen aan een volkenrechtelijke organisatie. In dit kader is ook van belang de bepaling van artikel 145 van de Grondwet waarin is bepaald dat het Openbaar Ministerie met uitsluiting van elk ander orgaan verantwoordelijk is voor de opsporing en belast is met de vervolging van alle strafbare feiten.
De vraag hierbij is of bovenbedoelde grondwettelijke bepalingen een obstakel kunnen vormen voor het ratificatie proces door Suriname.
Het beginsel van complementariteit zoals neergelegd in de preambule en artikel 1 van het Statuut brengt mee, dat de ICC lidstaten op de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor de opsporing en berechting van de daders van de misdrijven die vallen binnen de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof, met gebruikmaking van hun eigen opsporings, vervolgings en berechting instituten.
Het het Internationaal Hof komt namelijk pas aan de orde wanneer de staten daarin is tekortgeschoten (artikel 17 Statuut).
Echter mag niet worden uitgesloten, dat er zich gevallen kunnen voordoen waarbij de bevoegdheid tot rechtsspraak moet worden overgelaten aan het Strafhof. In dit geval is het van belang dat terzake er grondwettelijke voorzieningen worden getroffen. In de Grondwet zal de mogelijkheid moeten worden opgenomen dat de rechtsspraak in Suriname kan worden opgedragen aan een volkenrechterlijke organisatie.
Wel kan gesteld worden dat bedoelde artikelen niet een directe obstakel vormen voor een eventuele toetreding van Suriname tot het ICC. In een later stadium zal wel daaraan gewerkt moeten worden, ook in het kader van een eventuele toetreding van Suriname tot de appel jurisdictie van de CCJ (Caribbean Court of Justice), en zal de aanpassing verder doorgevoerd moeten worden naar het Reglement op de Inrichting en Samenstelling van de Surinaamse Rechterlijke macht. In ieder geval zijn er vooralsnog geen grondwettelijke en/of andere wettelijke belemmeringen, die een eventuele toetreding van Suriname tot het ICC in de weg zouden staan.
2. ICC bekeken vanuit andere wettelijke aspecten.
Gisteren is het onderwerp van Uitlevering aan de orde gekomen.
Met betrekking tot de kwestie van uitlevering zijn in SURINAME de bepalingen terzake in het Decreet Uitlevering en het Statuut van toepassing.
(1). Decreet Uitlevering (S.B. 1983 no. 52).
Ingevolge het bepaalde in artikel 2 lid 2 van het Decreet inzake uitlevering (S.B. 1983 no. 52) mogen Surinamers niet worden uitgeleverd. Uitlevering wordt in voornoemd decreet gedefinieerd als : verwijdering van een persoon uit Suriname met het doel hem ter beschikking te stellen van buitenlandse autoriteiten ten behoeve van hetzij een tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek, hetzij de tenuitvoerlegging van een straf of strafrechtelijke maatregelen (artikel 1 onder b). Uitgaande van artikel 3 lid 1 wordt met autoriteiten bedoeld autoriteiten van een verzoekende staat. Voorts is van belang artikel 2 lid 1 waarin is bepaald dat uitlevering alleen geschiedt krachtens een verdrag. Ingevolge het Decreet is bij uitlevering sprake van een verhouding tussen Suriname en een andere staat.
(2). Statuut van Rome.
Artikel 86 van het Statuut verplicht de partijen tot volledige samenwerking met het Hof (states parties shall, in accordance with the provisions of this statute, cooperate fully with the Court in its investigation and prosecution of crimes within the jurisdiction of the Court). In artikel 102 worden de begrippen overdracht (surrender) en uitlevering (extradition) als volgt geformuleerd: “surrender means: the delivering up of a person by a state to the Court …” en “extradition means: the delivering up of a person by one state to another state as provided by treaty…”.
Volgens het Statuut is er dus een duidelijk verschil tussen “uitlevering” en “overdracht”.
Voorts zijn in dit kader van belang de bepalingen met betrekking tot overlevering (artikelen 89 tot en met 92).
Het bovenstaande heeft tot consequentie dat indien Suriname toetreedt tot het Statuut van Rome Surinamers wel aan het Strafhof kunnen worden overgeleverd. Benadrukt wordt dat voorzover hiervoor vrees bestaat deze vrees niet reeel is. Op grond van het beginsel van complementariteit is Suriname primair verantwoordelijk voor de vervolging en berechting van op de eerste plaats Surinamers die schuldig maken aan de misdrijven welke vallen onder de rechtsmacht van het Strafhof, ook al bevindt de Surinamer zich in het buitenland (artikel 5 Sur. W.Sr). Zolang Suriname zich kwijt van deze taak is een eventuele overlevering aan het Strafhof nimmer aan de orde. In de nationale wetgeving zullen deze aspecten nog nader verduidelijkt dienen te worden.
3. Tot stand te brengen wetgeving in verband met implementatie van het Statuut.
Bij toetreding van Suriname tot het Internationaal Strafhof is het van belang dat Suriname het Statuut van Rome implementeert. In dit kader zullen een aantal wetgevingsprodukten tot stand moeten worden gebracht met betrekking tot:
(1). de strafbaarstelling van de in de artikelen 5 tot en met 8 van het Statuut bedoelde internationale misdrijven (genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdrijven);
(2). de regeling van de samenwerking met het Strafhof. In de delen 9 en 10 van het Statuut zijn bepalingen opgenomen met betrekking tot internationale samenwerking en de ten uitvoerlegging van vonnissen van het Hof;
(3). strafbaarstelling van de misdrijven tegen de rechtspleging van het Strafhof (meineed, omkoping van getuigen etc (artikel 70 v.h. Statuut)).
Ad. 1. Strafbaarstelling Internationale Misdrijven.
Het strafbaarstellen in de wet van misdrijven uit het statuut is gericht op de mogelijkheid deze misdrijven ook nationaal voor de Surinaamse rechter te vervolgen en zodoende inhoud te geven aan het complementariteitsbeginsel waarbij de primaire verantwoordelijkheid van de berechting ligt bij de staten zelf. Zou Suriname de in het statuut vervatte misdrijven niet strafbaar stellen dan zou dat betekenen dat voor wat betreft de vervolging Suriname zulks zou moeten overlaten aan het Strafhof.
In de Surinaamse wetgeving zijn nog niet alle misdrijven strafbaar gesteld, die in het statuut genoemd zijn. Zulks dient eerst in het Wetboek van Strafrecht geincorpereerd te worden (in een aparte titel Internationale Misdrijven) of in een aparte “Wet Internationale Misdrijven”. Voorts is in het verlengde hiervan van belang dat Suriname universele rechtsmacht bezit over die misdrijven (de pleger van het misdrijf, waar danook gepleegd, moet ook in Suriname vervolgd kunnen worden, indien de verdachte zich in Suriname bevindt).
Er worden thans voorbereidingen getroffen door Suriname om in een aparte wet “strafbaarstelling internationale misdrijven” deze misdrijven strafbaar te stellen. Door het strafbaar stellen van bovenbedoelde misdrijven voldoet Suriname aan de eisen van complementariteit, alsmede vangt men de lacunes op in de nationale wetgeving. Daarnaast zijn de verplichtingen zoals gesteld in de Geneva conventies voor het overgrote deel ook verwerkt in bedoeld wetsontwerp.
Ad. 2. Wetgeving met betrekking tot samenwerking met het Strafhof.
De samenwerking tussen het strafhof en de staten die partij zijn bij het verdrag van Rome is een samenwerking sui generis. Deze samenwerking onderscheidt zich van de klassieke rechtshulp tussen staten. Het is meer een verticale dan een horizontale verhouding. Deze verticale verhouding brengt mee dat de nationale rechtsorde de beslissingen en het oordeel van het Strafhof dient te respecteren, als waren zij afkomstig van de eigen nationale rechter. Deze samenwerkingsverplichtingen van Suriname hebben betrekking op de overlevering van verdachten aan het strafhof (vergelijkbaar met de klassieke uitlevering), overige vormen van samenwerking (kleine rechtshulp) en de ten uitvoerlegging van vonnissen van het Strafhof (straffen).
In dit kader dienen regelingen (wetten) tot stand te worden gebracht met betrekking tot:
De afhandeling van verzoeken om overlevering (artikel 89 van het statuut). De regeling hiervan kan geschieden in een aparte wet of middels wijziging van het Decreet Uitlevering.
De afhandeling van verzoeken als bedoeld in artikel 93 van het statuut (kleine rechtshulp); in dit kader dienen geregeld te worden de instantie(s) die bevoegd is (zijn) om het verzoek in behandeling te nemen en de daarbij te volgen procedure;
Regelingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van vonnissen van het Strafhof; in dit kader dienen geregeld te worden de voorlopige maatregelen, de tenuitvoerlegging van gevangenisstraffen en de tenuitvoerlegging van overige straffen en bevelen.
Nationale en regionale acties ondernomen ter versterking van rechtsbescherming in Suriname.
Het Ministerie van Justitie en Politie voert een beleid op basis van een beleidsplan genaamd “ het beleidsplan voor de Sector Rechtsbescherming en Veiligheid”, welke als doelstelling heeft om integrale beleidsprojecten uit te voeren binnen alle beleidsgebieden op basis van de filosofie van de ketenbenadering of wel de chain management. In dit kader kan er een onderscheidt worden gemaakt tussen 3 hoofdonderdelen, namelijk:
Nationale acties.;
Aanpassing van wetgeving en
Regionale en Internationale samenwerking.
Ad. A. De volgende nationale acties zijn ondernomen:
Versterking en uitbreiding van de veiligheidsdiensten (KPS, BBS en BBS). Zo is binnen de opleiding een cursus mensenrechten opgenomen in het curriculum;
Verbetering cellencapaciteit, w.o. de bouw van een nieuw huis van bewaring en renovatie van politiebureau’s en cellenhuizen;
Oprichting van jeugdbegeleidings tehuis Opa Doeli (pedagogisch verantwoorde insluiting van jeugdige delinquenten in voorarrest. De leeftijd van deze jeugdigen ligt tussen 10 en 18 jaar);
Renovatie van de Centrale Penitentiaire Inrichtingen in Suriname
Uitbreiding zittende magistratuur (het streven is gericht om in de eerste fase 25 leden te hebben en daarna 40). De infrastructurele, logistieke en rechtspositionele voorzieningen voor de rechterlijke macht zijn aanmerkelijk verbeterd, terwijl deze de komende periode verder zullen worden verbeterd teneinde optimale rechtsspraak en rechtsbedeling te hebben.
Introductie van snelrecht voor verkeersdelikten
Verdere professionalisering Openbaar Ministerie (RAIO opleiding vervolgingsambtenaren en reorganisatie en versterking van het OM);
Instelling meldpunt politieoptreden (MPO) en op te zetten meldpunt Rechtsbescherming, waarbij de burgerij klachten kan indienen, indien haar belangen niet goed behartigd worden.
Instelling Bureau Slachtofferhulp, om slachtoffers van erntige misdrijven op te vangen en te begeleiden.
Reoganisatie Bureau Rechtszorg verleent rechtshulp en rechtsbijstand met name aan on- en minvermogenden.
Ad. B. Aanpassing wetgeving
Aanpassing WvSv. (terugbrengen termijn inverzekeringstelling van 14 dagen naar 07 dagen) (S.B.2008 no.21)
Aanpassing WvSv. (verruiming opsporingsbevoegdheden politie) (in behandeling bij RvM). Met dit wetsontwerp wordt beoogd om het onderzoek naar een georganiseerd verband waarin ernstige misdrijven worden gepleegd mogelijk te maken.
Herziening Wvsr.(draft)
Aanpassing zedenmisdrijven, reeds af
Boek 1 af; waarin Invoering van taakstraf als hoofdstraf en alternatieve straffen voor jeugdigen is opgenomen
Ook de aanpassing Aanpassing sanctiestelsel (de tijdelijke gevangenisstraf kan nu wegens strafverhoging maximaal 30 jaren in plaats van 20 jaren worden opgelegd) is opgenomen.
Invoering zelfbeschermingsrecht, welke thans behandeld wordt in het Parlement
Strafbaarstelling Terrorisme en de financiering ervan [moet nog behandeld worden in de DNA]
Wet Internationale Misdrijven (draft)
Aanpassing WvSr. (strafbaarstelling mensenhandel en mensen smokkel) (S.B.2006 no. 42)
Staatsbesluit in verband met behandeling strafzaak betreffende de op of omstreeks 08 december 1982 gepleegde strafbare feiten. (S.B.2006 no.44)
Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven en staatsbesluit Schadefonds Geweldsmisdrijven (Draft)
Wetsontwerp ombudsinstituut en Wetsontwerp openbaarheid van bestuur [in RvM]
Behandeling van de anti-corruptiewet in de DNA
Aanpassing van ons burgerlijk wetboek en rechtsvordering; afrondende fase
Wetsontwerp m.b.t het strafbaarstelling van het huiselijk geweld [reeds ggk door de regering]
Ad. C. Regionale en Internationale Samenwerking
Suriname is partij van verschillende verdragen en recentelijk is Sur toegetreden de Caribean Mlat en de OAS Mlat (Mutual Legal Assistance Treaty) en andere OAS verdragen
Toetreding tot de Caribean Court of Justice;
Un convention against transnational organized crime
Wetsontwerp m.b.t. de toetreding van Suriname tot het internationaal Strafhof [reeds ggk door de RvM, thans in behandeling bij de staatsraad]
Onderzoek, vervolging en berechting van ernstige misdrijven.
De afgelopen periode heeft Suriname haar beleid geintensiveerd m.b.t de aanpak van de grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, de drugs gerelateerde misdaad, mensenhandel en mensensmokkel, de schendingen van mensenrechten en de geweldscriminaliteit. In dit kader zijn de gespecialieerde diensten van de politie uitgebreid en versterkt en zijn de verschillende dienstonderdelen uitgebreid om de rechtshandhaving, de rechtsbescherming en de veiligheid structureel te verbeteren en te versterken. Tevens hebben wij de internationale samenwerking op het gebied van internationale rechtshandhaving en rechtsbescherming, zowel bilateraal als multilateraal uitgebeid en versterkt met staten en regionale en internationale instituten. Het doel is duidelijk; suriname zal in opzichte een rechtsstaat moeten zijn en het rechtstaatprincipe zullen wij in stand houden, verder versterken en als het moet ,die ook verdedigen.
Conclusies
Het idee van de menselijke waardigheid is een fundament van de mensenrechtenidee. De bescherming van mensenrechten is een prioriteit binnen het beleid van de regering. De Staat Suriname is bereid een dusdanig beleid te voeren ten aanzien van de mensenrechten, en alle passende maatregelen zowel nationaal en internationaal te treffen, alsmede de noodzakelijke offers te brengen om een effectief werkend rechthandhavingssysteem te hebben.
Wij zullen alles in het werk stellen om grove schendingen van mensenrechten niet ongestraft te laten en de kloof tussen de norm en het recht enerzijds en het toezicht en bestraffing anderzijds te verkleinen
Ik ben ervan overtuigd dat de kracht van het statuut niet te onderschatten valt, waarbij tegenover het element van -niet strafbaar stellen versus niet bestraffen-, -het wel strafbaar stellen en wel bestraffen- staat.
Wij, hebben als land gekozen voor voor het laatste, door een start te maken met het onderzoek van alle vormen van schendingen van mensenrechten in Suriname, binnen de grenzen van onze mogelijkheden, en daar waar de mogelijkheden de grens bereiken van het onmogelijke, zullen wij als staat grensoverschrijdende acties moeten ondernemen om geen enkele ernstig misdrijf en/of grove schending van mensenrechten onbestraft te laten; daartoe zijn wij als natie verplicht en wij nemen de verantwoordelijkheid als regering om dit realiseren; hetgeen wij verplicht zijn te doen voor deze en toekomstige generaties.
Datum: 07 juni 2008
Ik dank U.
(Voorlichting JusPol)