POLITIETIPS

Inbraakpreventie

Beter voorkomen dan ..... 

door Ewald Ong A Kwie en Hugo den Boer

Een inbraak; heb je het zelf niet meegemaakt, dan is het toch minimaal een familielid of vriend een keer overkomen. Na een inbraak voelen mensen zich vaak niet meer veilig in hun eigen huis, want de inbrekers hebben bewezen dat je het huis zomaar kunt binnendringen. Waar je dacht bescherming te kunnen vinden voor jezelf en je eigendommen, blijkt dat niet zo te zijn.

Inbrekers tonen dat ze geen respect hebben voor andermans bezittingen en zelfs een mensenleven lijkt soms niet meer veilig. Om de ongenode gasten buiten de deur te houden, of in ieder geval de kans daartoe te verkleinen, heeft hoofdinspecteur Ewald A Kwie een brochure uitgegeven met tips die wordt uitgereikt aan mensen die slachtoffer zijn geworden van een inbraak.

Om iedereen, het liefst ter voorkoming van een inbraak, te informeren over preventiemaatregelen is deze brochure omgewerkt tot dit artikel.


Inbraak voorkomen

Een inbraak is nooit helemaal te voorkomen. Elk huis heeft zijn zwakke plekken en inbrekers weten dat. De politie heeft ervaring met inbrekers en kent hun gedrag en kan daardoor adviezen geven over beveiligingsmethoden.

De politie stelt ‘de gelegenheid maakt de dief'. Beveiligen is dan ook het op een rijtje zetten van een aantal zaken. Een inbreker zoekt de weg van de minste weerstand. Maken we het voor een inbreker moeilijk om zijn activiteiten te ontplooien, dan gaat hij op zoek naar een ander object.

Kijk eens met de ogen van een inbreker naar uw huis: stel u bent uw huissleutels kwijt, op welke plaats zou men het gemakkelijkst uw huis binnen komen.

Zo komt ook de inbreker bij u binnen.


Afspraken maken

Laat geen briefjes achter op de deur en laat geen sleutels achter op makkelijke plaatsen zoals onder de deurmat. Maak duidelijke afspraken en laat eventueel de sleutel achter bij de buren of een andere vertrouwenspersoon. 


Bouwkundig

Sluit uw huis af met deugdelijke deuren, ramen en sloten. Verstevig het sluitwerk met extra grendels. Controleer of er geen zwakke plekken in de bouwconstructie zijn. Een huis kan rondom volledig in diefijzer zijn gezet, maar via het dak of plafond blijken de dieven soms makkelijk naar binnen te komen.

Voorkom dat scharnieren aan de buitenkant zitten. Inbrekers slaan de pinnen uit de scharnieren, waardoor een raam of deur toch eenvoudig te openen is. Een goed verlicht huis is minder aantrekkelijk voor de inbreker die niet graag gezien wordt. Zorg ervoor dat uw ramen en deuren goed zichtbaar zijn voor de omgeving. Zo kan een inbreker nooit lang ongestoord zijn gang gaan.
 

Alarmsystemen

Een alarmsysteem kan inbraken niet voorkomen, maar wel tijdig signaleren en zelfs de inbreker afschrikken. Een inbreker wil niet graag gestoord en gezien worden en lawaai wil hij zeker voorkomen. Er zijn systemen waarbij lampen aan gaan als u het huis nadert. Het is dan wel belangrijk dat de inbreker het lichtpunt niet kan uitschakelen of kapot maken.


Eigendommen

Leg uw waardevolle bezittingen ook in huis niet als etalage neer. Verdeel uw waardevolle spullen als bankpasjes, cheques, sieraden en geld op verschillende onopvallende plaatsen en koop eventueel een huis of vloerkluis.


Afwezigheid camoufleren

Inbrekers komen meestal op het moment dat ze verwachten dat u niet thuis bent. Om te voorkomen dat een inbreker door heeft dat u voor korte of langere tijd afwezig zult zijn, en eigenlijk ieder moment thuis zou kunnen komen, kunt u een aantal maatregelen treffen.

* Korte afwezigheid:

* Langere afwezigheid:


Als toch wordt ingebroken

Als er toch wordt ingebroken, houd de schade dan beperkt. Wees de inbrekers toch een stap voor door bezittingen nu te registreren en te merken. En bedenk van te voren hoe u zou handelen na een inbraak.

Registreer uw bezittingen

Dit kunt u doen door duidelijk te inventariseren welke bezittingen u heeft. Dit maakt het makkelijker voor de politie om uw spullen terug te vinden en om bij de verzekering een schadevergoeding te krijgen.

Maak ook een lijst op van instanties die u moet contacten indien uw bezittingen zijn gestolen. Bijvoorbeeld om te voorkomen dat een dief uw bankpasjes of cheques gebruikt, moet u de bank snel informeren om uw bankrekening te blokkeren.

Maak van al uw waardevolle spullen een beschrijving: kleur, merk, type en serienummer. Noteer de nummers van uw ID-kaart, rijbewijs en paspoort. Unieke eigendommen zoals schilderijen en sieraden zet u op de foto.


Merk uw bezittingen

Vaak heeft u spullen die afkomstig zijn van massaproductie. Als ze worden gestolen, herkent u ze later niet meer. Toch is daar iets aan te doen. Bijvoorbeeld een radio of televisie, geef ze een voor u herkenbaar merkteken, bijvoorbeeld een initiaal ingekerfd op de onderkant van het apparaat.


Stel een inbraakplan op

Indien er wordt ingebroken, reageert u misschien emotioneel en kunt u op dat moment niet helder nadenken. Het is dan goed om van te voren bedacht te hebben, hoe u moet handelen. Bepaal wie u gaat bellen.

Ten eerste de politie, maar daarnaast buren, familie of vrienden die u kunnen bijstaan. Welke instellingen moet u bellen: bank om bankpasje te blokkeren en overheidsinstellingen om officiële documenten zoals paspoort en rijbewijs opnieuw te laten maken.


Doe direct aangifte

Als er ingebroken is, moet u direct aangifte doen bij de politie. Dit verhoogt de pakkans van de daders. Daarnaast is de aangifte belangrijk voor de politie om te inventariseren hoe groot de criminaliteit is.

Ten eerste om in te schatten waar er meer surveillance nodig is, maar ook de manier waarop wordt ingebroken, die soms doet leiden tot een bende die een bepaalde herkenbare aanpak hebben. Neem bij aangifte doen uw eigendomsregistratie mee.


Sociale controle

Uit eindelijk is het belangrijk dat er voldoende sociale controle is. De politie kan niet overal tegelijk zijn. Af en toe een stevige blik naar uw buren is geen blijk van nieuwsgierigheid, maar van interesse van veiligheid.

Als u een verdacht geluid hoort, kijkt u even. Het is erger om een dag later van uw buren te horen dat er is ingebroken, terwijl u de inbraak misschien had kunnen voorkomen.

 


  OVERVALLEN
       
                              Besteedt aandacht aan voorzorgsmaatregelen
 

  
Een overval kan overal en altijd voorkomen, maar een overval kan ook worden voorkomen. Hiervoor is al gezegd dat een overvaller het liefst veel geld wil in een zo kort mogelijke tijd.

Maatregelen om overvallen te voorkomen zijn er dan ook voornamelijk op gericht de buit te beperken en de weg naar het geld zo moeilijk mogelijk te maken.
 

 


De belangrijkste tips:

De maatregelen die hierna worden behandeld, moeten structureel onderdeel uitmaken van de bedrijfsvoering. Als de ondernemer/bedrijfsleider bewust omgaat met de preventieve maatregelen heeft dat vanzelf een goede uitwerking op de werknemers. Immers als het personeel voelt dat de leidinggevende altijd bezig is met hun veiligheid, houdt het zich beter aan de veiligheidsregels.

Een overval. Hoe voorkom je het?

Om het risico op een overval zo klein mogelijk te maken, kun je verschillende maatregelen treffen. De belangrijkste liggen op het gebied van:

  • personeel

  • sleutelbeheer

  • kassabeheer en geldtransport

  • winkelinrichting

  • openen en sluiten van de winkel

Personeel

  • Oplettend personeel met een uitnodigende houding trekt klanten aan en schrikt potentiële overvallers af.
     

  • Zorg voor voldoende personeel op de juiste plek.
     

  • Bespreek regelmatig het onderwerp ‘veiligheid’. Loop bijvoorbeeld iedere maandag het draaiboek door, of bespreek de incidenten die zich de afgelopen week hebben voorgedaan.
     

  • Ook parttimers, invalkrachten en nieuwe personeelsleden moeten meteen op de hoogte worden gebracht van de regels rondom agressie en geweld.
     

  • Laat het personeel een overvaltraining en/of een training Omgaan met geweld en agressie’ volgen.
     

  • Zorg dat eventuele opvang van medewerkers, na confrontatie met een overal of ander ernstig geweld, is geregeld.

Sleutelbeheer

  • Zorg voor sleuteldiscipline. Wijs één of (liever nog) twee personen aan, die de sleutel mogen hebben van deur en kluis. Let erop dat niemand anders een sleutel heeft.
     

  • Gebruik bij voorkeur sleutels die niet na te maken zijn.
     

  • Laat de sleutels niet zitten in vitrines, deuren en kluizen.
     

  • Zorg ervoor dat de sleutels - in ieder geval overdag - op een vaste plaats liggen. Als een overvaller dan onder dreiging van geweld om de sleutel vraagt, weet iedereen die te liggen.

Kassabeheer en geldtransport

  • Zorg ervoor dat er in de kassa niet meer dan het noodzakelijke wisselgeld aanwezig is.
     

  • Laat de kassa niet onnodig open staan en zorg dat ongewenste klanten er niet te makkelijk bij kunnen.
     

  • Stimuleer pinbetalingen, dan blijft de kassa langer leeg.
     

  • Zorg voor afroomkluizen waarin groot geld direct kan worden opgeborgen.
     

  • Tel geld in een afgesloten ruimte, onzichtbaar voor klanten en voorbijgangers.
     

  • Zorg voor minimaal één kluis in de winkel, die is voorzien van een tijdslot of tijdvertraging.
     

  • Professioneel geldtransport is duur, maar een stuk veiliger. De kosten zijn vaak beter betaalbaar als deze dienstverlening samen met collega-winkeliers wordt ingehuurd.
     

  • Wie er toch voor kiest het geld zelf naar de bank te brengen, moet zorgen voor voldoende afwisseling in  tijdstip, dag en route.
     

  • Neem geld in ieder geval nooit mee naar huis.
     

  • Wanneer je het geld afstort in een nachtkluis bij een bank, overtuig je ervan dat de omgeving veilig is.
     

  • Negeer schriftelijke mededelingen op of bij de nachtkluis in de trant van: ‘kluis is defect, deponeer het geld in de brievenbus’. Tien tegen één dat dit een poging tot oplichting is!

Winkelinrichting

  • Houd de winkel zo overzichtelijk mogelijk. Dat is niet alleen prettig voor de klant, het maakt het makkelijker signalen van mogelijke agressie tijdig op te vangen.
     

  • Zet de kassa zo neer, dat je tijdens het afrekenen goed zicht hebt op de ingang en de rest van de winkel.
     

  • Eventuele uitstallingen buiten de winkel moeten van binnenuit ook goed zichtbaar zijn.
     

  • Zorg voor goede verlichting, niet alleen in de zaak zelf maar ook bij de toegangsdeur(en) en de personeelsingang.
     

  • Laat door middel van opvallende stickers op deur en etalageruit zien:
     

    • Kluis voorzien van tijdvertraging!

    • Hier waken camera’s voor uw en onze veiligheid!

    • Spiegels, camera’s en alarmknoppen kunnen de veiligheid alleen vergroten, als iedereen er goed mee weet om te gaan.

tipTIP ‘Een winkelbel is een goed hulpmiddel. Je weet dan precies wanneer er een klant binnenkomt, ook als je achterin de zaak bezig bent en geen goed zicht hebt op de deur’.

tipTIP  ‘Sinds wij het geldtransport hebben uitbesteed aan een professionele organisatie, voelt iedereen in de winkel zich een stuk veiliger!’

Openen en sluiten van de winkel

  • Kijk bij het openen van de winkel goed of er verdachte personen of omstandigheden zijn te zien. Zo ja, loop of rijd dan door en waarschuw de politie.
     

  • Het is altijd beter de winkel met z’n tweeën te openen en te sluiten.
     

  • In het donker is het natuurlijk helemaal uitkijken geblazen.
     

  • Controleer vóór het sluiten of er niemand in de zaak is achtergebleven.
     

  • Let er bij het verlaten van de zaak op, of er geen verdachte personen of voertuigen buiten staan. Ga in dat geval terug naar de winkel, sluit de deur en waarschuw de politie.
     

Een overval:........... als het toch een keer gebeurt ?

RAAK!

De vier gouden regels waaraan je je moet houden tijdens een overval, beginnen met een r, een a, een a en een k - ‘raak!’

  1. R ustig blijven.

  2. A anvaard de bevelen en volg deze snel en kalm op.

  3. A fgeven van het geld waarom gevraagd wordt.

  4. K ijk goed en probeer een signalement op te nemen voor de politie.

tipTIP  SPEEL NIET DE HELD EN WERK MEE !

TIP Concentreer je op stem en uiterlijk van de overvaller - niet op zijn wapen!’
 

Signalement:...........Waar moet je op letten ?

De enige actie die tijdens een overval van je wordt gevraagd (behalve rustig blijven en het geld afgeven), is dat je je ogen en oren goed de kost geeft. Hoe beter je de overvaller later tegenover de politie kunt beschrijven, hoe groter de kans is dat de dader wordt opgespoord. Probeer bijzondere of opvallende kenmerken van de dader te onthouden.

 

Na de overval. Wat moet je doen?

  • Alarmeer meteen de politie: bel 1-1-5.
     

  • Geef door of er ook medische hulp nodig is.
     

  • Houd de telefoon vrij.
     

  • Sluit de deur. Laat niemand binnen. Geef niemand informatie.
     

  • Kom nergens aan in verband met achtergelaten sporen.
     

  • Stel klanten gerust, vraag hun medewerking als getuige.
     

  • Wacht de politie buiten op.
     

  • Probeer zo snel mogelijk iedereen te laten opschrijven wat men gezien en gehoord heeft.
     

  • Neem de tijd om met z’n allen na te praten.
     

  • Verwijt elkaar niets; luister alleen naar elkaars angstgevoelens
     

  • Vraag de politie naar het dichtstbijzijnde adres van slachtofferhulp.


 


  ZAKKENROLLEN
       
                       Met weinig moeite is veel narigheid te voorkomen.
 

Zakkenrollers slaan bij voorkeur toe op plaatsen waar veel te doen is: warenhuizen, markten, sportevenementen, het vliegveld, winkelstraten, in winkels zelf, pleinen met horeca, sportwedstrijden: alle plaatsen waar veel mensen bij elkaar zijn en waar uw aandacht wordt afgeleid door zaken om u heen.


     
De belangrijkste tips:

-     stop portemonnee of portefeuille, of contant geld, bij voorkeur in een binnenzak. Liefst een zak die met
      een rits of knopen dicht kan en dicht tegen het lichaam aan zit.

-     draag niet te veel contant geld bij u.

-     let in het bijzonder goed als er u in het gedrang raakt. Ook wanneer iemand tegen u aanloopt.
      Zakkenrollers werken vaak in tweetallen en als de ene u afleidt (ook door zich te verontschuldigen of u
      overeind te helpen, de jas af te kloppen en dergelijke) kan de ander toeslaan.

-     Bovenstaand geldt ook wanneer een vreemde u aanspreekt. Goed opletten dat niemand u aanraakt of
      tegen u aanloopt.

-     neem geen waardevolle goederen mee die u niet nodig hebt. Sieraden of horloges in broekzakken e.d.
      zijn buitenkansjes voor zakkenrollers.

     
Voor het geval u een tas draagt:

-     hou altijd uw tas in de gaten; stop er bij voorkeur geen portemonnee in. Draag hem stijf onder de arm of
      met de riem schuin over het lichaam.

-     De klep van de tas altijd naar het lichaam toe. De klep naar buiten maakt het erg gemakkelijk om in de
      tas te komen.

-     rugzakken zijn erg gewild bij zakkenrollers. Met een scheermesje snijden ze in een fractie van een
      seconden de achterkant open en als daar waardepapieren of geld in zitten bent u deze kwijt zonder dat
      u er enige erg in hebt.


 

HUISELIJK GEWELD

Huiselijk geweld heeft grote gevolgen voor alle betrokkenen.

Huiselijk geweld is de meest voorkomende vorm van geweld. Uit onderzoek blijkt dat veel mensen er ooit slachtoffer van is geweest.

Veel vrouwen hebben in huiselijke sfeer regelmatig te maken met geweld en stelselmatig met mishandeling. Ook mannen worden mishandeld in hun thuissituatie, maar komen daar lang niet zo vaak voor uit. Het geweld tegen hen is vaak minder ernstig dan tegen vrouwen.

Geestelijk en/of lichamelijk (dus ook sexueel) geweld sluipt geleidelijk aan een relatie binnen. Vaak is niet na te gaan wanneer en hoe het begon. Er zijn een aantal indicaties dat in een relatie risico’s bestaan op (structureel) huiselijk geweld:

- een partner

• voelt zich niet gewaardeerd
• doet vaak dingen tegen zijn zin of vermijdt bepaalde handelingen om ruzie te voorkomen
• is (soms) bang voor haar/zijn partner
• voelt zich geïntimideerd
• is onzeker van de eigen gevoelens en gedachten t.a.v. de partner en anderen
• voelt zich in toenemende mate onzeker over zichzelf en onmachtig om te handelen, apathisch
• heeft wel eens een klap(pen) gehad van de partner of is echt gedwongen iets te doen (ook sexueel)

- de andere partner

• is snel jaloers, verbiedt de omgang met sommige mensen
• bekritiseert zijn/haar partner vaak in gezelschap
• behandelt de partner als persoonlijk bezit
• is erg wisselend in gedrag: dan weer lief, dan ijskoud en afstandelijk
• heeft agressieve buien waarin dingen kapot worden gesmeten of vernielingen aangericht
• slaat zijn/of haar partner – incidenteel

- de kinderen

• hebben problemen op school
• zijn agressief naar andere kinderen
• maken tekeningen van geweld en/of ruzie thuis

Uit de praktijk blijkt, dat huiselijk geweld zelden spontaan verdwijnt, ondanks alle spijt en beloftes. Alleen professionele hulp kan structurele veranderingen bewerkstelligen. Mensen die huiselijk geweld aan den lijve ondervinden en niet weten wat te doen, kunnen contact opnemen met de politie.
 

 ONWEER
 

Achtergronden en risicopreventie.
Jaarlijks worden in ons land enkele mensen gedood door blikseminslag. Veel minder dan in het verkeer dus of door verdrinking enzovoorts. Niettemin boezemt dit natuurgeweld veel angst in. Onweer veroorzaakt wel relatief veel materiële schade.

Mede natuurlijk omdat onweersbuien gepaard kunnen gaan met zware regenval, windstoten, hagelbuien en windhozen. Iemand loopt het risico door de bliksem te worden getroffen wanneer de donder van de onweersbui te horen is.
 

De afstand tussen u en een onweersbui is te meten in volle seconden die verlopen tussen de waarneming van de bliksemflits en de donder; per tel ongeveer een kilometer. Naarmate de tijdsduur minder wordt komt de onweersbui dichterbij. Volgens de weerbronnen is het raadzaam bescherming te zoeken wanneer de tijd tussen beide verschijnselen minder dan 10 seconden is.

Hoe u te wapenen tegen onweer:

- uw bezit:

•    installeer bliksemafleiders als u in een alleenstaand huis woont of in het hoogste gebouw van de
     omgeving. Die geleiden de stroom naar de grond en verminderen zodoende de kans op brand

•    trek stekkers van elektrische apparaten uit het stopcontact. Ontkoppel de telefoonaansluiting van de
     computer. Bij een blikseminslag (ook in de nabije omgeving) zal de stroom zich een weg banen langs
     de leidingen.

•    sluit ramen en deuren.

-    uzelf en uw kinderen en gezinsleden:

•    Blijf uit de buurt van stromend water in de woning. Blikseminslag kan via de waterleiding in huis komen
     en schade aanrichten.

•    Als u – of iemand anders - buiten bent, ga dan schuilen in een stevig gebouw of in de auto (met
     gesloten metalen dak). Stroom zal via de auto naar de grond worden geleid, mits u ramen dicht hebt en
     geen contact maakt met de grond. Raak geen metalen delen aan.

•    Bij zwemmen of varen: ga zo snel mogelijk naar de kant.

•    Blijf uit de buurt van hoge bomen, lantaarnpalen, hekken, torens, hoogspanningsleidingen enzovoorts.
     Deze kunnen bliksem aantrekken.

•    Dit geldt ook voor metalen voorwerpen als tentstokken, fietsen, hengels e.d.

•    Als u in het bos bent, zoek dan een laag groepje bomen in het laagste deel van het terrein, nooit onder
     een alleenstaande boom gaan staan.

•    Als u in open veld wordt overvallen:

     ga gehurkt op uw tenen zitten, sla de armen om de knieën, het hoofd zo laag mogelijk, de handen over
     de oren en de voeten tegen elkaar. Als de bliksem inslaat, wordt de stroom dan naar de grond geleid.
     Ga nooit plat op de grond liggen!

Een blikseminslag wordt vaak vooraf gegaan door opbouw van elektrische lading; uw haren kunnen overeind gaan staan en u kunt zwavel ruiken. Neem dan onmiddellijk bovenstaande positie aan.

Een onweersbui duurt gemiddeld 20 – 30 minuten.

 

  BRANDWONDEN
 

Eerst water, de rest komt later!
Per jaar worden vele mensen behandeld voor brandwonden, veelal kinderen en ouderen, maar natuurlijk ook “gewone” volwassenen.

De behandeling is vaak langdurig en pijnlijk; soms ontstaan lelijke littekens.
Als u of een ander in brand staat, moet u altijd proberen – hoe moeilijk het ook is – niet in paniek te raken. Kalm blijven en niet (met het slachtoffer) gaan rennen, want daardoor wakkeren de vlammen aan. Eerst water, de rest komt later! is de gulden regel wanneer iemand een brandwond heeft opgelopen.
 

Er zijn, globaal genomen, drie verschillende soorten brandwonden:

-    een eerstegraads brandwond is een rode, droge en pijnlijke plek. Verbranding door de zon valt hier
     meestal onder.

-    een tweedegraads brandwond is ook rood en pijnlijk, maar de plek is tevens vaak rood en vochtig en
     soms ontstaan er blaren.

-    Derdegraads brandwonden zijn overwegend geelwit van kleur (soms ook wit of zwart) en doen, hoewel
     het juist ernstige verbrandingen zijn, geen pijn. De wond is namelijk zo diep, dat de zenuwuiteinden in
     de huid vernietigd zijn.

-    Als de huid nog erger is verbrand, noemen we dit “verkoling”.

De ernst van een brandwond is niet alleen afhankelijk van de diepte van de verbranding; ook de omvang is van belang. Verbranding van een groot deel van het lichaam kan gevaarlijk zijn, in sommige gevallen zelfs levensbedreigend.

Uit grote brandwonden loopt veel vocht, waardoor het risico op uitdroging bestaat. Daarnaast kunnen, omdat de beschermende huid weg is, bacterieën makkelijk een infectie veroorzaken. Eerste- en tweedegraads brandwonden genezen vrijwel altijd zonder littekens. Diepere brandwonden kunnen voor vergroeiing van de huid zorgen, waardoor bewegingen kunnen worden geremd.

Een aantal tips om de gevolgen van een verbranding zoveel mogelijk te beperken:

-   
vlammen doven
     kan met water uit de keuken of douche, maar ook door over de grond te rollen of met een (blus)deken.
     De vlammen moeten uiteraard het gezicht niet kunnen bereiken.

-   
koelen van de wond
     moet zo snel mogelijk mee begonnen worden. Liefst met zacht stromend, lauw leidingwater. Kan ook
     met slootwater of natte doeken. Regel: beter iets dan niets doen!

-   
5 minuten koelen
     is eigenlijk het minimum, liefst langer. Bij verbranding door chemische stoffen (bijtende producten)
     minstens 30 minuten spoelen. Bij langdurig koelen moet worden opgepast voor onderkoeling, helemaal
     als het met ijskoud water gebeurt.

-   
kleding verwijderen
     tijdens het koelen, als deze tenminste niet aan de huid zit gekleefd. Dan laten zitten.

-   
bij blaren of een aangetaste huid
     altijd de huisarts waarschuwen. Ook wanneer de wond is veroorzaakt door een chemisch product of
     elektriciteit.

-   
de brandwond bedekken
     met metalline verband of (steriele) gaasjes. Bij grotere wonden een schone doek of laken nemen.

-   
zalf of creme
     of wat voor middel dan ook mag nooit op de wonden worden gesmeerd!

-   
eten of drinken
     mag een slachtoffer pas nadat hij of zij door een arts is behandeld en deze het toestaat!

-    vervoer van het slachtoffer
     dit moet zittend gebeuren (het is goed mogelijk dat de luchtwegen verbrand zijn en dan is dit van
     levensbelang). In verband met een mogelijke vochtophoping moet het hoofd altijd hoger zijn dan de rest
     van het lichaam.

 

 AUTODIEFSTAL
 

Het kan iedereen gebeuren!
Jaarlijks worden tussen de twintig en dertigduizend auto’s gestolen. Dat zijn niet alleen dure auto’s; integendeel. Omdat die vaak beter beveiligd zijn dan goedkopere auto’s richten de autodieven zich ook op gebruikte, kleine of minder dure nieuwe wagens.

Organisatorische maatregelen


Allereerst zetten we hier een aantal principes op een rijtje die al heel wat ongemak kunnen besparen.


Het gaat vooral om goede gewoontes die weinig moeite kosten. In geleerde termen hebben we het dan over organisatorische preventiemaatregelen.

  • Parkeer uw wagen bij voorkeur in een garage of op een andere veilige plaats. Kies in ieder geval voor een niet afgelegen en goed verlichte parkeerplaats.
     

  • Draai bij het parkeren de wielen in de richting van het voetpad. Vergeet voor u de wagen verlaat niet het stuurslot in te schakelen. Het stuurslot gebruiken is een gemakkelijke en efficiënte maatregel tegen diefstal.
     

  • Sluit uw wagen steeds zorgvuldig af (denk naast de portieren ook aan de raampjes, het dakraampje en het kofferdeksel).
     

  • Laat uw sleutels nooit in het contact zitten, zelfs niet voor korte duur. Verstop ook nooit een reservesleutel op een "geheime" plaats in het voertuig, zoals onder een zetel of achter een licht. Hang zeker geen label met uw naam en adres aan de sleutelhanger.
     

  • Wanneer u de wagen voor een langere tijd verlaat, neem dan uw boorddocumenten mee of berg ze weg in een afgesloten ruimte van uw wagen.
     

  • Laat geen waardevolle voorwerpen in uw wagen liggen (zoals bijvoorbeeld een handtas, een jas, een fototoestel, ...). Zijn de voorwerpen te omvangrijk om mee te nemen, berg ze dan op in de koffer van uw wagen. Zo brengt u niemand op het idee om in uw wagen in te breken.
     

  • Laat in uw wagen ook nooit geld, cheques of kredietkaarten achter.
     

  • Indien er geen waardevolle voorwerpen in het handschoenenkastje zitten, laat het dan open staan. Zo maakt u meteen duidelijk dat er in uw wagen geen buit te halen valt.


Mechanische beveiliging

Naast deze goede gewoontes kunt u ook een aantal mechanische beveiligingsmaatregelen nemen om te voorkomen dat men er met uw wagen of de inhoud ervan aan de haal gaat.

  • Let eens op de vorm van de deurgrendelknopjes: indien ze paddestoelvormig zijn kunt u ze beter vervangen door gladde knopjes, die zijn immers heel wat moeilijker met draad omhoog te trekken.
     

  • Een stuurstang bestaat uit een staaf die bovenop het stuur wordt geplaatst. Bij het draaien aan het stuur zal de stang zich klem zetten tegen de voorruit, zodat sturen onmogelijk wordt. Deze stangen zijn meestal fel gekleurd zodat ze goed zichtbaar zijn. Op die manier hebben ze naast een blokkeringsfunctie ook een afschrikkingsfunctie.
     

  • Een pedaal-stuurstang verhindert eveneens het wegrijden met de wagen. Met één uiteinde van deze afsluitbare stang wordt het stuur omklemd, met het andere wordt het rem- of ontkoppelingspedaal omklemd.
     

  • Een gelijkaardig middel is het handrem-versnellingspook-slot. Hier omklemt een afsluitbare staaf de handrem en de versnellingspook.
     

  • De versnellingspook kan eveneens geblokkeerd worden, door middel van een transmissieslot. Naast de pook wordt een stevige plaat met een soort hangslot aangebracht, waardoor schakelen onmogelijk wordt gemaakt.
     

  • Het wegrijden van de wagen kunt u ook vermijden door pedaalklemmen te gebruiken die de pedalen omvatten.
     

  • Diefstal van wielen maakt u heel wat moeilijker door van elk wiel een moer te vervangen door een afsluitbare wielmoer.
     

  • Met een afsluitbare tankdop vermijdt u diefstal van benzine of verontreiniging van de tank.
     

  • U kan ook een wielklem aanbrengen rond het wiel van uw voertuig. Hierdoor voorkomt u niet alleen het wegrijden maar ook het wegslepen van de wagen. Het vergt echter veel tijd om dit systeem aan te brengen. Het is dus vooral geschikt indien de wagen of caravan voor een langere periode blijft staan.

Behalve de aan te brengen sloten is er ook een ruim gamma aan toestellen op de markt die het elektrisch circuit van uw wagen beïnvloeden. Door de juiste stroomtoevoer weg te nemen wordt het wegrijden met de auto onmogelijk gemaakt. U heeft de keuze tussen startstroomonderbrekers, brandstofafsluiters, blokkeringssystemen van het remcircuit, stroomverdelers-, ontstekingskaars-, en batterijensloten. Bij deze systemen dient u voor het starten eerst een speciale sleutel te gebruiken of een code in te voeren.

En dan zijn er nog de alarminstallaties. Een alarminstallatie heeft twee bedoelingen: het schrikt dieven af en waarschuwt de omgeving indien er een inbraak in de wagen plaats vindt. Afhankelijk van de montage en afstelling gaat het alarm af wanneer de portieren, de motorkap of het kofferdeksel worden geopend, bij het inslaan van een raam of bij beweging in de auto. Sommige alarmen worden actief bij het verplaatsen of schommelen van de wagen.

Op de markt vindt u een zeer uitgebreid gamma aan alarminstallaties voor de wagen. In reclamefolders wordt wel eens de indruk gegeven dat een alarmsysteem de ideale beveiliging is. Dit is echter niet altijd zo: goedkopere installaties zijn bijvoorbeeld gemakkelijker te neutraliseren door de stroomtoevoer af te snijden. Slecht afgestelde of verkeerd gebruikte toestellen geven bovendien vaak valse alarmen. Hierdoor gaan de omstanders steeds minder reageren op het alarm van een wagen. Alarminstallaties bieden dus slechts een relatieve beveiliging. Voor de gewone automobilist is het vaak veel efficiënter degelijke mechanische maatregelen toe te passen (zoals we boven reeds bespraken).

Vuistregels voor een goede beveiliging zijn dan ook: het gebruiken van enkele degelijke en eenvoudige mechanische beveiligingsmethoden en een grote zorgvuldigheid in parkeergedrag aan de dag leggen.


Specifieke tips rond car- en homejacking

De laatste jaren zijn twee specifieke vormen van autodiefstal opgedoken: carjacking en homejacking. Bij een carjacking wordt de chauffeur uit de auto gehaald of gelokt en daarna gedwongen zijn autosleutels af te geven, waarna de daders snel wegstuiven met de buitgemaakte wagen Bij een homejacking breekt de dader binnen in de woonst van de eigenaar van de wagen en dwingt hem eveneens de sleutels van de wagen te overhandigen.

Om deze nieuwe vormen van criminaliteit tegen te gaan geven we u enkele nuttige tips die u kunnen helpen om problemen te vermijden:

  • Bewaar thuis een kopie van de boorddocumenten van uw voertuig.
     

  • Hang uw autosleutels nooit aan de sleutelbos van uw woning.
     

  • Controleer, zonder paranoïde te worden, op weg naar huis of je niet wordt gevolgd door een onbekend voertuig.
     

  • Draag uw veiligheidsgordel en sluit de portieren van binnenuit zolang u in de wagen zit.
     

  • Plaats uw wagen bij voorkeur in de garage en doe hem ook daar op slot.
     

  • Neem ook liefst de boorddocumenten uit de wagen.
     

  • Sluit de portieren en laat de sleutels nooit in het contact zitten, zelfs niet in de garage.
     

  • Leg uw autosleutels niet op een zichtbare plaats in huis, maar bewaar ze ook niet in de slaapkamer.
     

  • Zet eventueel het alarm van zowel voertuig als woning aan.
     

  • Verdedig uw voertuig nooit ten koste van uw eigen leven. Geweld wordt gepleegd tegen personen die zich verzetten. Uw leven is meer waard dan uw voertuig !
     

  • Bel bij problemen zo snel mogelijk de politie (tel. 115) en geef hen zo veel mogelijk elementen om de dader(s) te identificeren.
     

VERKEERSAGRESSIE

En als je nu eens begon met agressie geen voorrang te geven.

Agressie(f) in het verkeer? Je kan er wat aan doen!


Het hoeft zover niet te komen

  • Verkeer veilig met elkaar
    Respecteer altijd en overal de verkeersregels. Zo ben je voorspelbaar voor de andere weggebruikers. Gun jezelf en anderen ook voldoende tijd en ruimte om veilig te reageren op onverwachte gedragingen.
     

  • Niemand heeft het op jou gemunt
    Iedereen begaat wel eens fouten. Zelfs de meest gevaarlijke manoeuvres van anderen zijn niet bedoeld om jou te pesten. Voel je niet te snel bedreigd, je zou wel eens agressief gedrag kunnen uitlokken.
     

  • Don’t worry, be happy
    Zorg voor een aangename rijsfeer. Het verkeer is niet de geschikte plaats om je frustraties of stress af te reageren. Je brengt er jezelf en anderen mee in gevaar.
     

  • De weg is van iedereen
    Je bent niet de enige die ergens op tijd wil zijn. Probeer dan ook hoffelijk, kalm en geduldig te blijven. En sta je in de file? Door iemand te laten invoegen zal je niet méér tijd verliezen. Maar opgepast: hoffelijkheid is besmettelijk.
     

  • Zeg eens "sorry" of "dankjewel"
    Een vriendelijk gebaar kost geld noch moeite. Bovendien schept het een aangenamer klimaat.

En als het dan toch zover komt

  • Laat je niet opjutten
    Niet reageren is vaak doeltreffend en voorkomt erger. Zelfs iemand aanstaren kan agressie verhogen.
     

  • Laat je afkeuring niet blijken.
    Laat afkeuring over aan de ordehandhavers en rijlessen aan de instructeurs. Een agressieve weggebruiker kalmeer je niet door hem op de vingers te tikken, integendeel!
     

  • Daag de andere weggebruikers niet uit
    Neem de neutrale houding aan. Het is immers niet belangrijk gelijk te krijgen, maar wel verdere escalatie te voorkomen. Ga desnoods de situatie uit de weg.
     

  • Jouw wagen, jouw veiligheid
    Is de andere niet tot bedaren te brengen, sluit dan deuren en ramen. Zo ben je minder kwetsbaar en doe je geen dingen waar je later spijt van krijgt. Louter materiële schade is nog altijd beter dan lichamelijk letsel.
     

  • Zoek hulp
    Ga, indien mogelijk, naar een plaats waar mensen zijn. Waarschuw bovendien altijd de dichtstbijzijnde politiedienst, wanneer je het slachtoffer bent van een inbreuk van eender welke aard.
     

 VERKEER EN ALCOHOL

Enkele feiten over alcohol in combinatie met verkeer............ op een rijtje.


Jaarlijks vallen er vele verkeersdoden en ernstig gewonden door alcohol in het verkeer. Niet zo verwonderlijk: de harde feiten spreken voor zichzelf ....

  • Als je gedronken hebt:

    Neemt je reactievermogen aanmerkelijk af. Na twee glazen alcohol rem je een
    halve seconde later dan normaal. Bij 80 kilometer per uur betekent dat een
    11 meter langere (!) remweg.

    Word je blikveld verkleind. Je hebt de neiging rechtuit te kijken, alsof je in een
    tunnel zit; daardoor neem je natuurlijk veel minder waar wat links en rechts
    van je gebeurt en kunt daar slechter op anticiperen (overstekende voetgangers,
    ander verkeer en dergelijke).

    Vermindert het concentratievermogen. Alcohol maakt suf. Goed rijden vereist
    concentratie. Een fors aantal ongelukken komt voort uit het niet – kunnen – opletten.

    Weet je nooit of zelfs één of twee glazen te veel voor je zijn. Elk lichaam reageert
    anders op alcohol. Factoren als gewicht, geslacht, lichaamsbouw en gezondheid spelen allemaal mee.
    De beste stelregel is: wie veilig rijdt drinkt geen alcohol.

    Wordt per circa anderhalf uur de hoeveelheid alcohol die in één glas zat, afgebroken. Wie veel gedronken heeft kan dus best na een goede nacht slaap nog een te hoog promillage hebben.

    Heb je na tien glazen een twintig maal zo grote kans op een ongeluk.

    Alcohol abuse causes problems...
    Krijg je een vals gevoel van veiligheid. Je denkt meer te kunnen dan realistisch is en neemt meer risico’s. Je schat situaties ook verkeerd in.

De politie probeert het aantal doden en gewonden door alcohol in het verkeer zo ver mogelijk omlaag te brengen. Werk daaraan mee !


 

VEILIG INTERNETTEN
 

De belangrijkste tips voor veilig internetgebruik
Internet is van oorsprong een Amerikaanse vinding die werd ontwikkeld om te kunnen blijven communiceren in geval van een grote (nucleaire) oorlog, waarbij alle normale communicatiemiddelen uit konden vallen.

Als zodanig is het niet alleen figuurlijk niet meer weg te denken uit onze samenleving, ook letterlijk niet. Internet zelf of een afgeleide vorm ervan zal altijd blijven bestaan en alle rampen en oorlogen overleven. We zitten er dus aan vast en moeten ermee leren omgaan.
 
  • Het Net is een onuitputtelijke bron van informatie, maar helaas ook een risico voor het oplopen van computervirussen. Iedereen die gevoelige informatie in zijn computer bewaart zou eigenlijk tijd moeten besteden aan de beveiliging, want onheus gebruik van het internet door anderen kan tot regelrechte rampen leiden.

    De belangrijkste tips voor veilig internetgebruik op een rij:

    schakel bestands- en printerdeling uit als u MS-windows gebruikt.

    In Windows is gezamenlijk gebruik in het netwerk mogelijk van bestanden en printen. Via internet kan iedereen zich dan toegang verschaffen tot wachtwoorden en gegevens op de harde schijf.

    installeer een anti-virus programma.

    Zorg dat het bij blijft qua ontwikkelingen; een goed programma kan vaak zo worden ingesteld dat dit updaten automatisch plaats vindt.

    gebruik een personal firewall.

    Dit is een programma dat de computer beschermt tegen misbruik van buitenaf. Bovendien waarschuwt het als iemand via internet probeert binnen te dringen. Voorbeelden zijn BlackIce, Tiny Personal Firewall en ZoneAlarm.

    gebruik geen telnet, POP en FTP naar andere servers

    Uw gegevens gaan in dat geval namelijk niet versleuteld, in code dus, over de lijn. In theorie kunnen anderen dan gebruikersnaam en wachtwoord afluisteren. Goed alternatief is bijvoorbeeld het zogenaamde ssh-protocol. Om mail onleesbaar te maken voor anderen is bijvoorbeeld het programma PGP (pretty good privacy!) erg goed geschikt.

    beveilig een gedeelde internetverbinding.

    Via het programma dat u hiervoor gebruikt (personal proxy) kan een poging worden ondernomen via uw computer bij de andere gebruikers binnen te komen – en het lijkt alsof u dat doet.

    verwijder de Windows Scripting Host.

    Heel veel virussen komen hierdoor binnen. Antivirusfabrikant Sophos heeft een overzicht hoe de WSH uit te schakelen is.

    abonneer u op Microsoft waarschuwingen.

    Dit kan door een lege e-mail naar securbas@microsoft.com te sturen.

    Dan tenslotte:
    maak altijd backups. Op diskette, tape of CD. Als het onverhoopt toch mis gaat, bent u zelden beter doordrongen geweest van de waarheid van de bekende uitdrukking “een geluk bij een ongeluk”.